Groningen onderzoekt gasschade nu zelf

De provincie Groningen zet zelf een onafhankelijke commissie aan het werk die moet onderzoeken hoe Noordoost-Groningen gecompenseerd kan worden voor de zwaardere en talrijkere aardbevingen als gevolg van aardgaswinning in het gebied. Eerder liet zowel minister Kamp (Economische Zaken, VVD) als de Tweede Kamer weten niets te voelen voor „een investeringsfonds dat de imagoschade en de verslechtering van het leef- en investeringsklimaat” in het gebied boven de Groninger gasbel tenietdoet.

Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerde minister Kamp in januari de gaswinning zoveel als mogelijk terug te schroeven nu er meer en zwaardere aardbevingen als gevolg van de aardgaswinning dreigen. Maar Kamp wil eerst meer onderzoek doen. In december verwacht hij op basis van elf onderzoeken een knoop te kunnen doorhakken.

De provincie Groningen voegt daar nu nog een onderzoek aan toe. Nu al is duidelijk dat de dreiging van meer en zwaardere aardbevingen in Groningen de waarde van woningen, het vestigingsklimaat en de leefbaarheid aantasten. In het gebied wonen 200.000 mensen, staan 68.000 woningen en 9.000 andere gebouwen, waaronder (chemische) fabrieken in twee havens, plus bruggen, kantoorgebouwen, kerken en ziekenhuizen.

De commissie staat onder voorzitterschap van PvdA-prominent Wim Meijer en verwacht eind oktober advies uitbrengen. Meijer stond eerder aan de basis van het Waddenfonds dat de gevolgen van gaswinning op en rond de Wadden compenseert. Het rijk stelde daarvoor 800 miljoen beschikbaar. Nu gebleken is dat de gaswinning riskanter is dan aangenomen, vindt Meijer dat er „een nieuwe fase is aangebroken” en „zijn advies ook betrokken moet worden bij de nieuwe vergunningverlening aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij eind dit jaar”.

Commissaris van de koning Max van den Berg dacht begin dit jaar nog aan een bedrag van minstens een miljard euro. Zo’n fonds „hoort bij de bedrijfskosten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij”, zei hij toen. Nu wilde hij geen bedrag noemen. „Dat is aan de commissie.”