Geen thema's, alleen nog episodes

De mediawetenschap onderscheidt episodische en thematische berichtgeving. Dat Trouw-stuk over die sharia-enclave in Den Haag is een goed voorbeeld van episodische journalistiek. Het thematische verhaal zou gaan over de vraag hoe het in Nederland in het algemeen met de sharia gesteld is. Episodische verhalen zijn ‘spannender’ dan thematische, er komen echte mensen in voor, met echte lotgevallen. Er is drama. Thematische verhalen gaan over cijfers, trends, verhoudingen en structuren. Dat is ‘saai’. Het zal niet verbazen dat de journalistiek steeds episodischer wordt. Episodische verhalen verkopen gewoon beter.

Zo wordt het nieuws een soap, met telkens een nieuwe verwikkeling, een nieuw evenement, een nieuw drama. Maar met een belangrijk verschil ten opzichte van de echte soap: het is geen fictie. Het gebeurt echt, om ons heen. En als om je heen voortdurend drama’s plaatsvinden, dan moet daar zo nu en dan wel iets van doordringen in jouw eigen leven. Anders besta jij niet, of het nieuws bestaat niet. Dat eerste willen we natuurlijk niet geloven, en dat tweede kúnnen we niet geloven, want de media ‘bewijzen’ voortdurend dat het nieuws wel degelijk echt bestaat, met ‘betrouwbare’ getuigen, bijvoorbeeld, in de vorm van deskundigen en politici. Zo trekken wij het nieuws ons leven in, al was het maar omdat we anders irrelevant zijn. ‘Wij zijn erbij!’ zeggen de media. ‘Ik ook!’ denkt de burger.

Vóór journalisten die erbij zijn ons vertellen wat er gebeurd is, moeten zij vragen beantwoorden over hoe zij de zaak zelf emotioneel verwerken. Of het niet te veel ‘bij ze binnenkomt.’ Vroeger trok je je iets aan, nu ‘komt het binnen’. Zonder kloppen, vermoed ik.

Zo leven we van evenement naar evenement. We praten erover mee op Facebook en Twitter, we stappen in de trein naar Haren of op de boot naar Texel voor Johannes de bultrug. We knutselen een prikstok in elkaar en gaan zelf op zoek naar de vermiste broertjes. Hoe moeilijk kan het zijn? Wat, zijn ze gevonden? Toch wel door een vrijwillige zoeker hè? Wat zeg je, een gewone wandelaar? Ja, wat dééd die daar dan ook! Maar goed, dan gaan we nu een Stille Tocht organiseren. Wil de familie niet? Tja, wat nu? Wat zeg je? Een geheim kalifaat in Den Haag!? Kom op, erheen!

Er zijn geen thema’s meer, alleen nog episodes.

Je zag het aan de officier van justitie die het onderzoek naar Ruben en Julian leidt, Johan Bac. Een enkele politicus mompelt nog wel eens dat Den Haag af zou moeten van die incidentencultuur en zich meer op de lange termijn zou moeten richten, maar dat is een achterhoedegevecht, de meeste zijn er al lang overheen en rennen braaf mee van opstootje naar opstootje.

Waar de schoen echt wringt, is bij het recht. In het recht worden unieke incidenten getoetst aan een universeel systeem. Emotie maakt plaats voor ratio, uitzondering voor regel. Recht is het thematiseren van episodes. Niet voor niets is de magistratuur een van de weinige beroepsgroepen die zich openlijk afzet tegen de mediacultuur, bijvoorbeeld door een strafpleiter die er te veel in meegaat uit z’n ambt te zetten. Dat neemt niet weg dat ze natuurlijk wel aan blootstaan. Ineens kan een zaak het middelpunt van de nationale belangstelling worden. De media rukken uit, de natie siddert, huivert en huilt. De naald van manometer kruipt trillend naar het rood. Als het dan zover is, tja, hou dan maar eens vast aan een formele toon. Aan het beginsel dat iedereen voor de wet gelijk is. Dat Vrouwe Justitia niet hoort te weten dat de kwestie al wekenlang op de voorpagina’s staat, omdat zij objectief haar werk moet doen.

Zo kwam het dat ook officier van justitie Bac het tijdens de persconferentie van afgelopen zondag over ‘lichaampjes’ had. Hij was bang. Hij durfde geen ‘lichaam’ te zeggen (laat staan ‘stoffelijk overschot’), want dat zou de geëmotioneerde meute vast niet appreciëren. Dan zou blijken dat hij met een zaak bezig was, en niet met het drama. Dus ook hij stapte uit het thema, en in de episode.

„Gaat Justitie nu voortaan bij een zwaar obees slachtoffer ook van ‘het enorme lichaam’ spreken?” twitterde ik.

U begrijpt al wat voor reacties daarop kwamen.

Jan Kuitenbrouwer is directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).