Geen 'sluitend' bewijs voor gifgas

Redacteur Midden-Oosten

De Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, Israël en Syrische oppositiegroepen zeggen dat het Syrische leger herhaalde malen chemische wapens heeft gebruikt, waarschijnlijk het zenuwgas sarin.

Maar iedereen is het eens: er is geen „sluitend” bewijs, zoals bodemmonsters, dat chemische wapens zijn gebruikt. En als dat sluitende bewijs er zou zijn, dan staat nog niet onomstotelijk vast wie ze heeft ingezet.

Eerder deze maand meldde VN-mensenrechtenonderzoeker Carla del Ponte dat er „sterke, concrete vermoedens” waren dat rebellen sarin hadden gebruikt. Maar ook daarvan bleek vervolgens geen bewijs te zijn.

Het Syrische regime heeft nooit met zoveel woorden erkend dat het chemische wapens bezit, maar al vele jaren wordt internationaal aangenomen dat Damascus aanzienlijke voorraden sarin, mosterdgas en mogelijk ook het zenuwgas VX bezit. Syrië is met onder andere Noord-Korea en Egypte een van de heel weinige landen die de Chemische Wapen Conventie niet heeft ondertekend. Deze verbiedt fabricage, bezit en gebruik van chemische wapens.

Het Syrische Netwerk voor Mensenrechten meldde een week geleden in een rapport dat het Syrische leger vanaf december in vijf provincies, waaronder Homs en Aleppo, in totaal dertien aanvallen met verschillende types gifgas had uitgevoerd. Daarbij waren 57 doden gevallen. De in Londen gevestigde groep zegt onafhankelijk te zijn, maar staat dicht bij de oppositie. Ook de bewijzen die het Netwerk geeft, zijn niet sluitend: het gaat met name om getuigenissen van overlevenden, ooggetuigen en artsen.

Syrië-experts voorspelden al vroeg in de Syrische oorlog dat het bewind van president Bashar al-Assad uiteindelijk chemische wapens zou inzetten als de internationale gemeenschap geen actie zou ondernemen om het geweld te stoppen. Niemand belette Assad immers het vuur te openen op ongewapende betogers en achtereenvolgens tanks, gevechtshelikopters, gevechtsvliegtuigen en scudraketten tegen rebellen in te zetten. Daarbij kwamen volgens de laatste VN-schattingen zeker 80.000 mensen om het leven, onder wie tienduizenden burgers. De volgende stap zou volgens deze deskundigen logischerwijs chemische oorlogvoering zijn.

Maar er zijn ook experts die hun twijfels hebben. De Britse journalist Patrick Cockburn, die al jaren over het gebied schrijft, vroeg zich deze week af wat voor belang het Syrische regime bij het gebruik van gifgas heeft. Hij wees erop dat Damascus het niet nodig heeft als terreurwapen naast zijn tanks, luchtmacht en scuds. Bovendien zou gebruik van chemische wapens internationaal ingrijpen kunnen uitlokken. President Obama heeft immers (bewezen) gebruik van chemische wapens als ‘rode lijn’ aangeduid. Dat zou juist het motief kunnen zijn van rebellen om zelf gifgas te gebruiken of het regime daarvan te beschuldigen. Maar er is geen aanwijzing dat een rebellengroep de hand heeft kunnen leggen op chemische wapens van het regime of uit andere bron. Naarmate de oorlog voortduurt en het regime terrein verliest, wordt wel waarschijnlijker dat rebellen een opslagplaats van dergelijke massavernietigingswapens in handen krijgen.

Volgens Amerikaanse berichten is het Syrische gifgasarsenaal over talrijke locaties verspreid, en worden chemische wapens ook verplaatst. Amerika’s hoogste militair, generaal Martin Dempsey, heeft gezegd dat het daarom niet mogelijk is het hele arsenaal te neutraliseren. Hij zei deze maand dat niet bekend is waar alles ligt.