Foute vragen, onjuiste kritiek

Illustratie Pavel Constantin

Dit weekend kreeg ik steun uit onverwachte hoek bij mijn strijd om het correctiemodel voor het vwo-examen Nederlands aangepast te krijgen wat betreft vraag 5 (Foute vragen bij eindexamen Nederlands, NRC, 18 mei). Toch ben ik er niet onverdeeld gelukkig mee. Professor Van Oostendorp legt duidelijk uit waarom het officiële antwoord bij die vraag fout is. Hij slaat echter de plank mis door te beweren dat er geen drogreden in het spel is als de auteur van de examentekst zonder meer beweert dat mensen die een stadion slopen geen idee hebben dat ze een historisch monument slopen. Historisch besef houdt niet noodzakelijkerwijs sloopneigingen tegen. Soms slopen mensen juist iets omdát het waardevol is. Je kunt in de redenering dus een ten onrechte gelegde oorzaak-gevolgrelatie zie – antwoord B. Wat fijn dat Oostendorp het correctiemodel aanvecht, maar wat naar dat hij leerlingen die een goed, of op zijn minst redelijk, antwoord geven, de kans op een punt ontneemt.

Overigens getuigt Oostendorps kritiek op het examen als geheel wél van weinig historisch besef. Hij verwijt de examenmakers zo veel mogelijk multiplechoicevragen te stellen, terwijl juist het vwo-examen van dit jaar opvalt door de toegenomen hoeveelheid open vragen.

Verder mist Oostendorps stelling dat de beperking van het aantal woorden bij open vragen geen ruimte biedt voor nuance elke grond. Kijk maar naar de enorme variëteit aan nuances die terug te vinden is in de brieven die de sectie Nederlands van de docentenvereniging Levende Talen elk jaar uit doet gaan als hulp bij het corrigeren. Wel heeft Oostendorp er gelijk in dat een vraag als 5 ook een open vraag had moeten zijn. Juist bij argumentatie moet je de redenering achter het antwoord (mee)beoordelen.

Yke Schotanus

Docent Nederlands, Rheden