'Een rockband is evengoed een soort orkest'

De Amerikaanse band The National staat bekend om zijn diepmelancholische muziek. Ook de nieuwe cd Trouble Will Find Me is geen vrolijk album. „De dood is een onvermijdelijke waarheid.”

Het zesde album Trouble Will Find Me van The National begint met twee nummers in afwijkende maatsoorten. Meewiegen op I should live in salt of dansen op Demons lukt alleen als je meetelt met zanger Matt Berninger, die zijn zanglijnen in respectievelijk 9/8 en 7/8 maat inzet. „Ik vraag me weleens af wat ik mezelf aandoe door bij deze band te willen zingen”, zegt Berninger voorafgaand aan een concert in Berlijn waar The National de muziek van het nieuwe album in première liet gaan. „Waarom kan het nooit eens gewóón? Maar uiteindelijk prijs ik me gelukkig met muzikanten die geen genoegen nemen met een simpele vierkwartsmaat. Onze muziek is gelijkmatig genoeg om er dwarse ritmes of verontrustende dissonanten doorheen te gooien.”

Het eerste wat altijd opvalt aan de muziek van The National is de diepgevoelde melancholie in Berningers doorleefde bariton. Daarna komen de dwarse elementen: de over elkaar struikelende ritmes van Fake empire, de surrealistische sfeer van Bloodbuzz Ohio en de demonen die Berninger in de teksten te lijf gaat. De groep uit Brooklyn heeft baat bij de modern-klassieke composities die gitarist Bryce Dessner tussen de rock & rollbedrijven door maakt. Met zijn eveneens gitaarspelende tweelingbroer Aaron Dessner was hij al tweemaal te gast op het Holland Festival, waar ze onder meer abstracte klanksculpturen lieten horen met aan het plafond bungelende gitaren. Bij The National schuiven ze hun gitaarpartijen in elkaar alsof het puzzelstukken zijn, die ze weer net zo makkelijk uit elkaar laten knallen.

Zijn orkestrale werk buiten de band heeft invloed gehad op de structuur van de songs, zegt Bryce Dessner. „Ik raak steeds meer bedreven in de manier waarop de partijen in elkaar passen. Een rockband is evengoed een soort orkest waarbij je gebruik kunt maken van de verschillende klankkleuren en combinaties. Ik ben klassiek geschoold en die kennis heb ik bij The National altijd in meer of mindere mate toegepast. Door mijn ervaring met orkestwerk is het makkelijker geworden om blazers of violen aan onze muziek toe te voegen. Een dirigent of arrangeur kan ik beter uitleggen waar het naartoe moet. De belangrijkste opdracht bij onze band is dat er een ziel in de muziek moet zitten.”

Provisorische studio

Hoewel Trouble Will Find Me nog altijd geen vrolijk album is, heeft The National zwaardere tijden meegemaakt in het veertienjarig bestaan. „Veel van deze muziek is opgenomen in het schuurtje achter Aarons huis waar we een provisorische opnamestudio hebben ingericht”, zegt Bryce Dessner. „Dat gaf veel minder stress dan de opname van onze eerdere albums Boxer en High Violet, toen we dure studiotijd weg zagen tikken terwijl we vochten om kleine details. We zijn perfectionisten, maar controlfreaks wil ik ons niet noemen, omdat er altijd een moment in het opnameproces komt waar we de controle totaal kwijtraken. Dat is het nadeel van een collectief als het onze: er is niemand die gerechtigd is om te zeggen dat we het zó gaan doen en niet anders. Onze muziek ontstaat uit georkestreerde chaos.”

Muzikale kleur en achtergrondzang werden toegevoegd door gastmuzikanten Sufjan Stevens, Sharon van Etten, St. Vincent en Arcade Fire’s Richard Reed Parry, geestverwanten in muziek die zich verheft boven de middelmaat. De prominente rol voor Aaron Dessners mondharmonica in het nummer Sea of love danken ze aan een eerder bezoek aan Berlijn, waar ze een piepklein winkeltje vonden met alleen maar harmonica’s. Zo’n eenvoudig en toch zo doeltreffend instrument doet Matt Berninger stilstaan bij de wortels die The National heeft in Amerikaanse folk en rootsmuziek.

„Het is lang geleden dat iemand onze muziek alternative country of Americana heeft genoemd, maar de invloed is er. We hebben er lange tijd bewust van weggestuurd omdat we niet tot het een of andere subgenre veroordeeld wilden worden. In recente jaren ben ik veel meer gaan luisteren naar oude helden als Roy Orbison, een zanger waar elke popmuzikant nog veel van kan leren. Hij had een enorm stembereik en was niet bang voor grote intervallen, waarmee hij een ongeëvenaarde emotie kon uitdrukken. In combinatie met zijn tragische levensloop was dat het recept voor muziek met drama en diepgang.”

Helende werking

De melancholie in The Nationals muziek is oprecht, maar hoeft volgens Berninger niet toegeschreven te worden aan een al te sombere levensvisie. „Er gaat een helende werking uit van teksten waarin ik mijn angsten en problemen te lijf ga. Onze band heeft in sommige kringen de reputatie van onverbeterlijke sombermannen die de ellende zelf opzoeken. ‘Trouble will find me’ is weliswaar een serieuze strofe uit een van de teksten, maar je mag het ook zien als een tamelijk laconieke vaststelling van feiten. Ik kan wel proberen om vrolijke liedjes over een dagje naar het strand te zingen, maar aan het eind zal je altijd zien dat er visoenen van donkere wolken en kriebelige insecten in opduiken. Mijn favoriete tekstschrijvers zijn Tom Waits, Nick Cave en Leonard Cohen, allemaal mannen die in de krochten van de menselijke geest durven af te dalen.”

Dood en angst om te sterven zijn belangrijke thema’s op dit album, vertelt Berninger monter. „Ik probeer die onderwerpen lichtvoetig te benaderen, als onvermijdelijke waarheden die bij het leven horen. Ik zie mezelf niet anders dan als de blueszanger die droefheid tot iets moois kan transformeren. Muziek tilt je op naar een plek waar het onmogelijk is om altijd alleen maar somber te blijven.”

‘Trouble Will Find Me’ is uit bij 4AD. The National speelt 7 november in HMH, Amsterdam.