Een portie handel en een portie mensenrechten

Hoe organiseer je ontwikkelingshulp? De morele component is uit die discussie verdwenen. Handel en hulp gaan goed samen.

Ontwikkelingsorganisatie Hivos heeft de nieuwe wind in Den Haag begrepen. Trots meldde Hivos twee weken geleden dat men een „grote internationale order” had weten „binnen te slepen”. Voor een bedrag van 35 miljoen euro kan Hivos gaan werken aan „innovatieve oplossingen voor sociale problemen in arme en opkomende landen”, aldus de mededeling aan de pers.

Ontwikkelingshulp en markt, ooit water en vuur, kunnen tegenwoordig samen. Moeten zelfs samen, luidt de boodschap van minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA). Wat de wereld verdient is de dubbelzinnige titel van de vorige maand gepresenteerde nota waarin zij haar plannen uiteenzet. De Tweede Kamer heeft vandaag zes uur gereserveerd om de ideeën te bespreken.

Wat de weken sinds het verschijnen van de nota opviel was de betrekkelijke rust. Wilde ontwikkelingshulp in het recente verleden nogal eens leiden tot beladen en emotionele debatten, nu was er vooral geen debat. Met een bedrag van één miljard euro is de bezuiniging op deze tot voor kort schijnbaar onaantastbare uitgavenpost groter dan ooit. Maar de stilte was tot nu toe eveneens groter dan ooit.

Niet dat het onderwerp niet leeft. De Tweede Kamer stelde naar aanleiding van Ploumens nota ter voorbereiding van het debat van vandaag niet minder dan 541 schriftelijke vragen. Maar veelal inhoudelijke vragen; zonder de morele goed-of-foutcomponent die het discours over ontwikkelingshulp vroeger domineerde.

Minister Ploumen zegt het in haar nota onomwonden: „Nederland wil vooruit in de wereld en Nederland wil vooruit met de wereld.” Hulp én handel, daar gaat het haar om. Niet voor niets is Ploumen niet alleen minister voor ontwikkelingssamenwerking, maar ook minister voor buitenlandse handel. Sinds haar aantreden vorig jaar november gaf Ploumen leiding aan talloze handelsmissies. Soms combineerde ze deze reizen met haar andere portefeuille, die van hulp.

Is dat niet tegenstrijdig: opkomen voor mensenrechten én tegelijk in hetzelfde land opkomen voor Nederlandse handelscontracten? Niet volgens Ploumen zelf. „Het kan, want ik doe het”, aldus haar vaste antwoord. Belangrijk is dat Ploumen voor haar nieuwe aanpak de steun krijgt van belangrijke Nederlandse hulporganisaties. Volgens directeur René Grotenhuis van Cordaid dreigde ontwikkelingssamenwerking te marginaliseren, een „gedateerd meubelstuk” te worden. De verdienste van de nieuwe aanpak is volgens hem dat hiermee „een doorbraak uit het isolement” is bewerkstelligd.

De discussie in de Tweede Kamer zal zich vandaag concentreren op de vraag hoe Ploumen de voorgestelde combinatie hulp en handel in praktijk wil brengen. Er komt een fonds van uiteindelijk 750 miljoen euro om het Nederlands midden- en kleinbedrijf tot investeringen in ontwikkelingslanden aan te zetten.

Maar over de criteria bestaat veel onduidelijkheid. De activiteiten moeten „ontwikkelingsrelevant” zijn, maar wat is dat? De oppositiepartijen CDA, D66, SP, GroenLinks en ChristenUnie trekken vandaag gezamenlijk op om meer helderheid te krijgen. „Iedereen tast in het duister voor wie dit fonds beschikbaar is”, zegt Tweede Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie). Het zijn uitvoeringsvragen. Maar de politieke keuze van Ploumen voor hulp en handel gecombineerd met een forse bezuiniging heeft brede steun.

    • Mark Kranenburg