Een abstracte orchidee

Beeldende kunst

Evi Vingerling: nieuwe schilderijen. In Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam. Tot 1 september. Di–zo 10-17 uur. Inl:stedelijkmuseumschiedam.nl****

Ze wil geen gaten in de muur schilderen, zegt Evi Vingerling (Gouda, 1979). Zij bedoelt daarmee dat haar schilderijen geen afbeeldingen zijn van een fictieve wereld. De acht schilderijen die zij laat zien in het Stedelijk Museum Schiedam, zijn vrijwel steeds in twee contrasterende kleuren. Soms doet de ene kleur zich voor als een schaduw van de andere, zodat een effect van monochromie ontstaat. Lichtgrijs en wit, donkerrood en helderrood. In andere gevallen zijn de kleurcontrasten hard, zoals roze en paarsblauw of geel en zwart.

Het nieuwe werk van Vingerling, die vorig jaar de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst ontving, is losser en virtuozer dan haar eerdere nogal strenge geometrische composities. Toetsen dwarrelen over het doek, de dunne, transparante verfstreek is snel en trefzeker. Het werk heeft een klassiek-moderne uitstraling.

Dit komt door een typisch schilderkunstige problematiek, die zijn wortels heeft in de Amerikaanse abstract-expressionisme van de jaren veertig en vijftig. Zoals de aandacht voor de expressiviteit van de kwaststreek, dat direct en (ogenschijnlijk) zonder aarzelen zijn sporen achterlaat op het doek. En ook de aandacht voor gradaties van transparantie en dichtheid van de verf.

Op een groot okergeel doek, een staand formaat van 230 bij 180 centimeter, is een zwarte figuur geschilderd in een curieuze vorm, die enigszins doet denken aan een orchidee. De bladeren zijn deels ondoordringbaar zwart geschilderd en deels dun als een sluier, waar het geel doorheen schijnt. Er spreekt veel zelfverzekerdheid uit dit krachtige schilderij.

Een ander aspect van die modernistische problematiek is de dubbelzinnige verhouding tussen figuur en achtergrond. Een waaiervormige explosie in lichtgevend roze op een paarsblauw veld is niet op het blauw geschilderd, maar het restant van een roze onderlaag die zo dun is dat het doek zichtbaar is. Terwijl dit roze zich op een afstand voordoet als een lichtexplosie die de donkere ondergrond, als een avondlucht, doorsnijdt, wordt juist, als je het schilderij van dichtbij bekijkt, het licht met vegen blauw weggeveegd.

Toch heeft het werk van Vingerling duidelijk een zichtbare verbinding met de wereld. De beelden zijn steeds te herkennen ‘als iets’. Een fontein van spattend water, een orchidee, vuurwerk, palmplant, horizon, lichtreflecties, boombladeren bewegend in de wind, alle schilderijen gaan over de natuur of over de zintuiglijke beleving daarvan.

Vingerling zegt dat ze soms, wanneer zij niet doelgericht naar iets kijkt, het geziene ineens waarneemt als kleuren en vlakken. Haar schilderijen zijn het resultaat van die onthechte blik. Het onderwerp is ontdaan van zijn symbolische en historische betekenis. Het schilderij toont het onderwerp weergegeven „in zijn minimale staat”. Er zijn heel wat tekeningen en studies nodig om te komen tot het punt dat precies dat beeld, de zintuiglijke ervaring van dat ene moment, doelgericht en direct op het doek terecht kan komen.

Wat is de ervaring die Evi Vingerling zoekt en waar haar schilderijen de belichaming van zijn? „Ik weet niet wat het is, behalve dat het groots is en dat het geluk is”, zo citeert Vingerling de 19de-eeuwse Amerikaanse dichter Walt Whitman, beroemd van zijn bundel Leaves of Grass. Whitman was een transcendentalist die, in haar woorden, vond dat we ons meer bewust moeten worden van de werkelijkheid. Bewust van die zinnelijke sensaties, die vluchtig zijn en tegelijk tastbaar, zoals haar werk laat zien.