Dominee ruimt de rommel op

Amerika leeft op in Moore, het door een tornado getroffen stadje. Burgers nemen het heft in handen. Dat leidt tot veel spulletjes en weinig geld.

Jadyn Dick (3 jaar) heeft geen huis meer na de tornado in Oklahoma. Maar haar moeder heeft haar voorleesboek van Dr. Seuss nog. Foto Reuters

Het zijn niet de honderden politieagenten en professionele hulpverleners die het straatbeeld bepalen in het stadje Moore, in de Amerikaanse staat Oklahoma. Ze worden in aantal overtroffen door een leger van jonge mensen, duizenden in totaal, die in groepjes op straat hulp verlenen, schoonmaken, of water uitdelen. Hun T-shirts verraden bij welke kerk of kerkelijke organisatie ze horen: First Baptist Church, Gleaning for the World, Mission Church Relief.

Moore, waar maandag bij een tornado 24 doden vielen, is aangeslagen en grotendeels verwoest. Maar de kerken rondom het getroffen gebied bruisen van de activiteit. Vrijwel allemaal hebben ze hun deuren geopend voor de 30.000 tot 50.000 dakloze inwoners van de voorstad van Oklahoma City.

In de kleine Powerhouse Church in Moore, net buiten het getroffen gebied, slapen tientallen mensen die geen huis, water of elektriciteit meer hebben. De kerkbanken dienen als bed.

Dominee Larry Hutchinson, roodverbrand, sleept al de hele dag dozen met proviand naar binnen. „Eigenlijk zou het altijd zo druk moeten zijn in de kerk”, zegt hij.

Hutchinson vraagt niemand die om hulp vraagt naar geloofszaken. Wel zegt hij tegen iedereen: „We doen wat de bijbel ons opdraagt. Door mensen te helpen, bouw ik aan Gods Koninkrijk.”

Kerken zijn in het godvrezende Oklahoma altijd al de spil van het sociale leven. In deze staat is meer dan de helft van de inwoners lid van een evangelische kerk. Circa 85 procent noemt zichzelf christen. Dominee Hutchinson: „Voor veel mensen in Moore is een kerk niet alleen een plek om te bidden. Een groot deel van hun leven draait om de gemeente. Daarom is het niet gek dat mensen meteen naar de kerk komen nu ze hulp nodig hebben.”

Dat is de positieve uitleg. Negatiever gezegd: hulp van de federale overheid is voor veel mensen ver weg. President Barack Obama beloofde twee dagen geleden dat het getroffen gebied alle hulp zou krijgen die het nodig heeft. „We zullen bidden voor Oklahoma, en daar daden aan verbinden.”

Maar FEMA, het federale noodpotje voor rampen, is dit jaar een stuk leger dan in voorgaande jaren. Door een impasse met het Congres moet de regering-Obama dit jaar 85 miljard dollar bezuinigen. Daardoor zal het budget van FEMA met een miljard dollar dalen. Het geld dat FEMA ter beschikking stelt, moet deels betaald worden door de lokale overheid, de staat Oklahoma en enkele hulporganisaties.

De federale hulp bestaat nu, in de eerste dagen na het natuurgeweld, vooral uit het bewaken van de orde, en het snel weer aansluiten van water en elektriciteit. Voor andere nood zijn de bewoners van Moore aangewezen op hulporganisaties als het Rode Kruis, en de lokale civil society. De tientallen kerken van Moore hebben die taak, zonder er een woord vuil aan te maken, op zich genomen. Dominee Hutchinson: „We zijn maar wat in de gemeente gaan bellen, en vanaf dat moment stroomden de hulpgoederen binnen. We hebben luiers, tandenstokers, waterflessen, zelfs generatoren.”

De First Baptist Church, even verderop, is het verzamelpunt geworden voor mensen die hun verzekeringszaken willen regelen. De verzekeraars hebben daar op uitnodiging van de kerk noodkantoren geopend. De file naar de kerk is zo lang, dat de politie de toegangswegen moet afsluiten en mensen moet wegsturen. In de kerken gaat het er soms chaotisch aan toe, zegt dominee Hutchinson. „Er is geen overleg of onderlinge afstemming. Dat is jammer. We hebben daardoor nu te veel spullen, en te weinig geld.”

Ten zuiden van deze kerk ligt de evangelische Church of the Harvest. Debby Brey, de hulpcoördinator van de kerk, heeft wat rondgebeld bij christelijke organisaties in andere staten. Binnen een dag zit de grote zaal vol met spullen. Ze gaat de inventaris langs: speelgoed, plastic zakken, koude maaltijden, tandpasta, chips. Vijf mannen van een christelijke vereniging uit Texas brengen een vrachtwagen vol met barbecuevlees.

Even later stopt nog een enorme vrachtwagen. Een stokoud echtpaar stapt uit. Ze komen van een kerk uit Virginia, bijna tweeduizend kilometer verderop. „We hebben achttien uur nonstop gereden”, zegt de vrouw, Deborah Simmons.

In de vrachtwagen zitten ladders, en nog meer voedsel. „Ik heb orkaan Katrina meegemaakt [in 2005 in New Orleans, red.]. Toen heb ik geleerd dat de overheid je laat zitten in de ellende. Je moet niet wachten tot Washington eens in actie komt, je kunt maar beter alles zelf regelen”, zegt ze.