'Dit orkest klinkt als goede cognac'

De jonge Andris Nelsons dirigeert in Amsterdam Wagners Der fliegende Höllander. „Ik heb geleerd zo ondubbelzinnig mogelijk te zijn.”

Zijn stormachtige carrière begon met een akoestische test. Toen het City of Birmingham Orchestra in 2007 de gerenoveerde concertzaal wilde uitproberen, werd de onbekende Andris Nelsons gevraagd het orkest te dirigeren. Dat debuut beviel uitstekend: hij mocht zich korte tijd later de nieuwe chef-dirigent noemen. Een groeiend aantal gastdirecties volgde. Voorlopig hoogtepunt: vorige week werd Nelsons aangesteld als music director van de Boston Symphony Orchestra, en is hij dus officieel toegetreden tot het absolute topsegment.

Ondertussen dirigeert Nelsons al jaren het Koninklijk Concertgebouworkest. Vanzelfsprekend: de Let Nelsons is een favoriete oud-leerling van de chef in Amsterdam, zijn landgenoot Mariss Jansons.

„De klank van het Concertgebouworkest behoort tot de mooiste ter wereld”, zegt Nelsons na afloop van een repetitie in zijn kleedkamer. „De Berliner Philharmoniker heeft een geweldig donker geluid, de Wiener Philharmoniker glanst als honing. Amsterdam is een heel goede cognac: smaakvol, rijk maar niet agressief. Ouderwets in de goede zin, gerijpt vanuit een traditie.”

Deze week leidt Nelsons twee concertante uitvoeringen van Wagners Der fliegende Höllander. Een goede timing, gisteren werd Wagner tweehonderd jaar geleden geboren. „Zijn muziek is dramatisch zo sterk, dat we in onze concertante uitvoeringen de decors niet zullen missen. Sowieso zijn opera-ensceneringen een risico. Je weet immers nooit wat je krijgt, en of de regie wel klopt met wat de muziek ons vertelt. Nu kan ik hooguit zelf een fout maken.”

De Holländer is een vroege opera. Wagner begon ermee tijdens zijn haastig vertrek uit Riga, waar hij tijdens z’n carrière als dirigent enorme schulden had gemaakt. „Zo’n weetje is voor mij als Let extra aardig. In deze opera neemt hij al duidelijk afstand van de Franse operatraditie, met zijn grote orkest dat een sterk vertellende functie heeft en net zo belangrijk is als de zangers. Dat merk je het duidelijkst aan de ononderbroken muzikale stroom, heerlijk om te dirigeren.”

Nelsons’ joyeuze energie, muzikaliteit en haarzuiver gevoel voor orkestrale spanningsopbouw wordt geroemd. Orkestleden vinden zijn slag doorgaans heerlijk duidelijk. Het klinkt alsof Nelsons veel van Jansons heeft geleerd. „Ik ben trompettist van opleiding, en heb één keer in Oslo onder Mariss mogen spelen. Na afloop vertelde ik hem over mijn prille directieambities. Zo is het begonnen. Hij leerde me het belang van gedisciplineerde repetities, waar je het belangrijkste contact met een orkest al vastlegt.”

Jansons leerde hem ook het belang van de muzikale verbeelding, en hoe je die door middel van je lichaamstaal overbrengt. „Ik ben heel expressief, maar heb geleerd ook zo ondubbelzinnig mogelijk te zijn.”

Nelsons zal het vanaf seizoen 2014-15, als hij in Boston begint, nog drukker krijgen. Maar hij wil ook een familieman zijn. In woord en daad. Toen zijn jonge dochtertje ziek werd, zegde hij een belangrijke tournee af. „Als ik mijn gezin niet regelmatig zie, word ik verdrietig. Bovendien leer ik dankzij mijn kind weer een nieuw, onvoorwaardelijk aspect van de liefde kennen. Ik dirigeer Der fliegende Holländer heel anders op het moment dat ik de opoffering, die in die opera uit liefde wordt gedaan, in mijn eigen leven ook kan voorstellen. Vader worden, dat doodt je eigen ego.”

Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Andris Nelsons: Wagner, ‘Der fliegende Holländer’, 24 en 26/5, Amsterdam. Inl: www.concertgebouworkest.nl