Dijsselbloem wil SNS als prijsvechter

Nederland wil dat de genationaliseerde bank SNS geen beperkingen krijgt opgelegd door Brussel, omdat er al bijna geen concurrentie is.

Door geringe concurrentie ligt de hypotheekrente in Nederland beduidend hoger dan in omringende landen. Foto Ilvy Njiokiktjien

Toen SNS Reaal op 1 februari dit jaar werd genationaliseerd, leek dat een nieuwe slag voor de Nederlandse consument. Weer een bank minder die kon concurreren met de andere en de markt op scherp kon zetten.

Genationaliseerde Europese banken of banken die staatssteun nodig hadden, kregen tot nu toe door Brussel allerlei restricties opgelegd op het gebied van ‘prijsleiderschap’ – stunten met prijzen. Dat zou concurrentievervalsing zijn.

Het overkwam ABN Amro. En ING – alhoewel daarvoor onlangs de restricties voor Nederland althans weer zijn opgeheven. En na 1 februari leken dus ook SNS, als derde van de vier grote banken van Nederland, de armen op de rug gebonden te worden. Slecht voor de consument die op zoek was naar een aantrekkelijke hypotheek- of spaarrente. SNS gold ook nog als enige echte prijsvechter in het rijtje, de luis in de pels van de rest.

Maar goed nieuws nu voor de consument. Het verbod voor SNS is er tot nu toe niet gekomen – en het gáát er wellicht ook niet komen. Althans, voor wat betreft de hypotheekactiviteiten van de bank. De Nederlandse regering maakt zich hier momenteel hard voor in Brussel.

Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA), die zelf over het nationalisatiebesluit ging, lobbyt sinds een paar maanden persoonlijk tegen zo’n verbod bij de Europese Commissie. Dat bleek dinsdag uit een brief die hij aan de Tweede Kamer stuurde.

Dijsselbloem informeerde de Kamer in die brief over de maatregelen die hij heeft genomen na een eerder overleg over de financiële markten met parlementariërs, van 20 maart. Hij schrijft dat hij bij de Commissie heeft aangedrongen af te zien van zo’n verbod. Dat zou op dit moment „onwenselijk” zijn.

Dijsselbloem schrijft dat hij verschillende onderzoeken heeft opgestuurd naar de Commissie (onder meer van het CPB, de NMa en DNB) om zijn verzoek kracht bij te zetten. En dat hij daarbij nadrukkelijk heeft „gewezen op de risico’s van prijsleidersverboden”.

Want dat is waar het om gaat. Nederland heeft een „probleem op de hypotheekmarkt”, aldus Dijsselbloem. En dat wordt alleen maar groter door een prijsleiderschapsverbod, vreest hij. De minister deelt de zorgen van consumenten en andere belanghebbenden over de concurrentieverhoudingen.

Als SNS niet meer mag prijsvechten, wordt de concurrentie nog minder. Rabobank, en sinds kort ING weer, zouden dan de enige grote banken nog zijn die een agressieve prijsstrategie kunnen hanteren. Maar Rabo kon je daar de laatste tijd in ieder geval niet echt op betrappen.

Dijsselbloem schrijft dat hij de kwestie al eerder, nog vóór het overleg met de Kamer, heeft aangekaart, bij eurocommissaris Almunia (Mededinging). „Mede naar aanleiding van de nationalisatie van SNS.”

Buitenlandse banken mijden Nederland momenteel bovendien ook, en ook daar hoeven consumenten dus niet veel van te verwachten. De paar die er wel zijn, zoals BNP Paribas en nieuwkomer Handelsbanken uit Zweden, zetten bovendien (nog) niet groot in op de hypotheekmarkt.

Op het concurrerend vermogen van de sector, nog los dus van de prijsleiderschapsverboden, is trouwens al jaren hevige kritiek van belangenorganisaties, zoals de Vereniging Eigen Huis. De vier grote banken domineren de markt en van echte marktwerking zou daarom nauwelijks sprake zijn. Mede hierom zou de hypotheekrente in Nederland een stuk hoger liggen dan in omliggende landen, zoals Duitsland.

Wat Dijsselbloem betreft moet daarom ook het prijsvechtverbod voor ABN Amro worden opgeheven, schrijft hij in dezelfde brief. Ook hiervoor lobbyt hij in Brussel. Hierin vindt hij een medestander in Gerrit Zalm, de topman van die bank (en tevens een van zijn voorgangers op het ministerie). Die heeft eerder al gezegd af te willen van het verbod.

De vraag is in hoeverre Brussel voor Dijsselbloems verzoek warmloopt. Daar vinden sommigen hem soms een beetje te eigengereid. Maar misschien zal er toch enige coulance zijn. Barbara Baarsma, bijzonder hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, zegt: „In Brussel hebben ze inmiddels ook wel wat geleerd. Maar tegelijkertijd: het schrappen van een verbod is misschien niet de beste oplossing om een balans te vinden tussen het bewaren van goede concurrentieverhoudingen en het tegengaan van valse concurrentie.”

Dijsselbloem belooft in zijn brief de Tweede Kamer spoedig te informeren over het verdere verloop van zijn lobby.