Die ondernemende burger vereist een ambitieuze overheid

In zijn betoog voor een kleinere overheid negeert Halbe Zijlstra de schaduwkanten van het liberalisme, vindt Bram van Ojik.

Halbe Zijlstra is een echte liberaal. Hij wil een kleinere overheid en stelt het individu centraal. Solidariteit is in zijn visie ‘afgedwongen’ solidariteit, en zorgplicht is ‘doorgeschoten’ zorgplicht.

Zo kennen we de VVD.

„Zonder overheid kunnen mensen zelf bepalen welke diensten ze aanbieden, wat de beste allocatie van middelen is, en waar ze zich tegen verzekeren”, schrijft Zijlstra (NRC Handelsblad, 15 mei). Het is een terugkeer naar het ‘ik-tijdperk’: als de staat zich maar bescheiden opstelt, komt het voor de burger vanzelf wel goed.

Hij heeft gelijk dat burgers heel veel zelf kunnen. Het is goed dat de overheid hen daarvoor de ruimte laat. Daarover zijn we het snel eens. Sterker nog: dat zou vaak best nog wat meer mogen. Burgers die onderling hun zorg regelen of hun verzekering, die zelf groene stroom opwekken, die zich individueel en gezamenlijk inzetten voor een goed beheer van hun buurt, moeten daarvoor alle ruimte krijgen. Maar bij een ondernemende burger hoort een ambitieuze overheid, een overheid die het opneemt voor wie minder ondernemend is, die zorgt voor eerlijke kansen voor iedereen, die het publieke belang dient en het publieke domein beschermt.

We hebben niet te maken met een doorgeslagen overheid maar met doorgeslagen marktwerking. De afgelopen 25 jaar hebben de liberale mantra’s van privatisering, commercialisering en deregulering de bankencrisis veroorzaakt, daardoor de economie in een recessie gestort, de dienstverlening gecompliceerd, de kwaliteit ervan onder druk gezet, de bereikbaarheid ervan verkleind en de maatschappelijke ongelijkheid vergroot. Zie hoe het volledig doorgeslagen ‘efficiency-denken’ de kwaliteit van de zorg bedreigt, hoe onderwijsgeld wegvloeit naar uiterlijk vertoon van managers in prestigieuze schoolgebouwen, hoe woningcorporaties zich verliezen in riskante beleggingen en daarmee hun kerntaak in gevaar brengen. Zie hoe de geldzucht van banken en beleggers, die niets in de weg werden gelegd, de wereldeconomie volledig uit het lood heeft geslagen. Zie hoe, ook in ons land, winst nog steeds belangrijker is dan werk.

Nederland loopt internationaal voorop met 5 miljoen vrijwilligers, schrijft Zijlstra. En tal van mantelzorgers zorgen voor hun naasten zonder tussenkomst van de overheid. Dat klopt. Maar zijn veronderstelling dat de overheid daar geen rol in speelt klopt niet. Het is de overheid die zorgt voor de randvoorwaarden. Neem de man die zorgt voor zijn demente vrouw. Dankzij de overheid kan zijn vrouw naar de dagbesteding, zodat hij even een adempauze heeft. Dankzij de overheid kan hij met behulp van een persoonsgebonden budget, ooit zo vurig verdedigd door de VVD, de zorg zo organiseren dat zij thuis kan blijven wonen. Als je dat belangrijk vindt, dan is het schrappen van de dagbesteding en bezuinigen op het persoonsgebonden budget volledig contraproductief.

Het valt te waarderen dat de fractievoorzitter van de VVD de moeite neemt de beginselen van zijn partij nog eens expliciet te maken. Maar het is teleurstellend dat er in zijn betoog geen spoor te vinden is van kritische reflectie op wat het liberalisme ons heeft gebracht. In zijn pleidooi voor de nachtwakersstaat die alleen het absolute minimum doet, is Zijlstra blind voor de schaduwzijde van de door hem aangehangen ideologie.

Dat mogen de partijen die zich op fundamenteel andere beginselen baseren, zoals die van mij, zichzelf aantrekken. Terwijl het failliet van het liberale denken op heel veel terreinen zo evident is, is het zelfvertrouwen er kennelijk nog niet door aangetast en het alternatief blijkbaar nog niet voldoende overtuigend. Anders is het moeilijk te verklaren dat de zorg om het begrotingstekort de zorg over de explosief groeiende werkloosheid volledig overstijgt. Anders is het niet te begrijpen dat banken en bedrijven nog steeds alle ruimte krijgen, ook als hun praktijken haaks staan op het maatschappelijk belang. En anders valt niet in te zien waarom we er niet voor kiezen te breken met het dominante ‘groei-denken’ dat de ongelijkheid vergroot en de leefomgeving uitput.

De liberale agenda van Zijlstra daagt mij uit daar een andere tegenover te stellen. In mijn agenda voor de overheid gaat het primair over eerlijk delen, niet alleen hier en nu, maar ook hier en daar, in Europa en elders in de wereld, en nu en straks, tussen huidige en toekomstige generaties. Wat betekent dat concreet?

- We laten het scheppen van banen niet alleen aan de markt over, maar nemen als overheid meer verantwoordelijkheid. We zorgen dat er meer banen bijkomen door arbeid goedkoper te maken en milieuvervuiling duurder, door werk eerlijker te delen en door te investeren in kwaliteit en toegankelijkheid van onderwijs en zorg.

- Aan de vrije markt stellen we zodanige randvoorwaarden dat de globalisering niet alleen de happy few ten goede komt, maar bijdraagt aan opheffing van armoede en spreiding van welvaart. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen optie, maar verplicht.

- We stoppen de verloedering van de leefomgeving en de verslaving aan grondstoffen door te kiezen voor energiebesparing en schone energie, voor gezond voedsel en biologische landbouw, voor verbeterd openbaar vervoer.

Bij een dergelijke agenda hoort geen nachtwakersstaat die alleen het hoogst noodzakelijke doet. Maar een publieke sector met ambitie voor rechtvaardigheid en duurzaamheid. Groen en sociaal.

Bram van Ojik is fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer.