De contradictie van bonussen

‘Ik ken nu een aantal jaren bonussen toe”, vertelt Rodriguez. „Waar het op neer komt: een stel gasten in een kamertje gaat een lijst namen door en zegt: okay, hoeveel geven we deze?”

„Het eerste jaar maakte ik een enorme fout. Ik dacht, ik ga ervoor zorgen dat iedereen krijgt wat hij verdient. Dom dom. Nadat ik de bedragen had vastgesteld haalde het hogere management er twintig procent vanaf. En het hoofdkantoor nog eens vijftien... Dus het jaar daarop eiste ik veertig procent te veel voor mijn mensen, en uiteindelijk kwamen we uit op het gewenste bedrag. Door bonussen te korten willen hoger management en hoofdkantoor aan elkaar en de aandeelhouders bewijzen dat ze heus vechten voor de bank. Ja, en ze willen ook een grotere bonus-pool voor zichzelf.”

Rodriguez, niet zijn echte naam want dan is hij zijn baan kwijt, werkt al ruim een decennium bij een megabank in equity sales. Hij adviseert een dozijn grote beleggers bij bijvoorbeeld pensioenfondsen over aan- en verkoop van aandelen. Rodriguez volgt een regio in de wereld, bijvoorbeeld Zuid-Amerika, en daarbinnen een sector, bijvoorbeeld olie en gas.

Pratend over hoe dat eigenlijk werkt met die bonussen leerde ik drie dingen. Eerste inzicht: je kunt het niet hebben over bonussen in de financiële sector. Je moet specificeren welke niche je bedoelt. Rodriguez volgt een regio en een sector die letterlijk mijlenver van Amerika en Europa afliggen, en niets te maken hebben met hypotheken, derivaten en staatsobligaties. Hij had net zo veel betrokkenheid bij de crisis rond rommelhypotheken van 2008 en de eurocrisis erna als een professioneel volleyballer bij het dopinggebruik van wielrenner Lance Armstrong.

Les twee: bonussen kunnen een logisch en legitiem instrument zijn. In jaren waarin de beurs omhoog gaat, verdient Rodriguez’ bank enorm veel geld. Maar als de beurs naar beneden gaat, verdient de bank bijna niets. Wat is er dan logischer om Rodriguez een relatief laag vast salaris te geven, met een variabele beloning? Een onbedoeld neveneffect van de recente bonusbeperkingen is dat banken het vaste salaris flink hebben verhoogd. Als nu de economie naar beneden gaat, kunnen banken veel minder makkelijk de loonkosten inperken.

Hoewel er ook echte nadelen zitten aan op-en-neer jojoënde inkomens. Rodriguez: „Sommigen van mijn collega’s zijn stupide genoeg om een heel duur huis te kopen, en hun kinderen naar een heel dure school te sturen. Als je je bonus gaat gebruiken voor je lopende uitgaven, en die bonus komt dan een jaar niet...” Hier hoor ik veel over: bankiers wennen aan de lifestyle die hoort bij een bonus uit de goede jaren, en halen tegenwoordig de akeligste dingen uit om toch hun targets te halen.

Les drie: wat een gedoe. Al in september en oktober gaan mensen aan revenue tourism doen; krediet claimen voor deals. Intussen meldt het management te pas en te onpas dat dit echt een moeilijk jaar was, dus verwacht maar niet te veel van de bonussen.

Dan is het ‘comp’(ensation) dag. Mensen gaan een kamertje in, horen wat ze krijgen en exploderen – zodat ze volgend jaar meer krijgen. Wie niks krijgt, is gezero’t of gedonut, een verrukkelijke term. De contradictie van bonussen: ze zouden mensen extra motiveren, maar je weet van je collega’s niet wat ze krijgen... Voor het onthullen van je bonus, kun je zelfs ontslagen worden.

Er gebeurt iets met je hersens na een grote bonus, heeft Rodriguez zelf gemerkt. „Je gaat denken, wow, dit ben ik kennelijk waard. Dat woord alleen al: ‘waard’. Tijdens de boom-jaren kreeg ik vaak van die folders in mijn brievenbus van makelaars: City bonus, don’t know what to do with it? Dat zegt toch wel veel, denk je niet?”

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.