Categorie GEHEIM: de grondstof voor het gif kwam uit Nederland

Grondstoffen voor chemische wapens blijken uit Nederland aan Syrië geleverd Ook na waarschuwingen van de VS Vandaag spreekt de Kamer over Syrië

Correspondent

Op 7 augustus 2003 stuurt de Amerikaanse ambassade in Den Haag een kort bericht naar het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington. Onderwerp: NEDERLAND OVER VERBOD OP AAN RAKET GELIEERDE CHEMICALIE. Categorie: GEHEIM.

Het is één van 250.000 Amerikaanse diplomatieke berichten uit de periode 2000 tot 2010, die uitlekten via klokkenluidersite Wikileaks, zo blijkt uit onderzoek van NRC in samenwerking met RTL Nieuws.

Voor maart 2011 vermoedde niemand dat demonstraties in Syrië tegen het regime van president Bashar al-Assad zouden uitlopen op een aanhoudend bloedbad dat intussen burgeroorlog heet, met zeker 80.000 doden op de teller. Wél werd algemeen aangenomen dat Syrië werkte aan de productie van geavanceerde chemische wapens.

Het geheime bericht uit 2003 bevat het verslag van een ontmoeting tussen een Amerikaanse diplomaat en twee Nederlandse ambtenaren in Den Haag. De boodschap die de Amerikaanse diplomaat aan Washington overbrengt, leest als volgt: Nederland zal geen formeel onderzoek beginnen naar een Nederlands transport van de chemische stof monoethyleenglycol (ook bekend als glycol: onder andere een grondstof voor chemische wapens) naar het Syrische ministerie van Industrie, omdat glycol niet onder de Nederlandse vergunningplicht valt. Deze export was niet illegaal.

Wel heeft de Nederlandse douane – na de Amerikaanse signalering van dit transport – de kantoren van de exporteur, Brenntag in Dordrecht, bezocht en daar bestanden gekopieerd. Een Nederlandse ambtenaar voegt daar in het diplomatieke overleg aan toe: „Als de Nederlandse overheid op de hoogte was geweest van de Amerikaanse zorgen toen de lading nog op Nederlandse bodem was, ook gezien het feit dat de eindgebruiker van de glycol de Syrische regering was, dan had Nederland de lading waarschijnlijk tegengehouden door middel van een ad-hocvergunningplicht.”

Harry van Baarlen, CEO bij Brenntag in Dordrecht, bevestigt tegenover deze krant het bezoek van de douane. Toen waren de tien containers, met 160.000 liter glycol, echter al de grens over – via de haven van Antwerpen op weg naar Syrië. Volgens Van Baarlen had de Syrische regering verklaard dat ze de glycol wilde gebruiken voor antivries: een zeer gebruikelijke toepassing in de (petro)chemische industrie.

Geheim Amerikaans ambtsbericht

Maar Nederland is er niet gerust op, blijkt uit een geheim Amerikaans ambtsbericht van 20 juni 2006, waarin verslag wordt gedaan van de jaarlijkse ontmoeting van de Australië Groep, een informeel forum van landen die willen voorkomen dat hun export bijdraagt aan de ontwikkeling van chemische wapens.

Tijdens de bijeenkomst in Parijs presenteert Nederland een onderzoek dat het TNO liet uitvoeren naar de toepassing van glycol voor chemische wapens. Volgens dat onderzoek kan glycol worden omgezet in 2-chloorethanol, een grondstof voor zwavelmosterdgas.

De reden dat Nederland dit onderzoek liet uitvoeren is dat „een Nederlands bedrijf recentelijk ladingen glycol heeft geleverd aan het Syrische ministerie van Industrie”. De Nederlandse delegatie merkt op dat „het Syrische ministerie van Industrie naar verluidt dient als dekmantel voor aankoopoperaties van het SSRC [het Syrische Centrum voor Wetenschappelijke Studies en Onderzoek], dat valt onder het Syrische ministerie van Defensie”. Nederland noteert daarbij bezorgd dat Iran het SSRC in 2002 al tien ton glycol leverde. Voorts wil Nederland graag van andere landen in de Australië Groep horen hoe zij denken over de handel van glycol naar „landen van zorg”.

Syrië is voor Nederland al zeker twee decennia een ‘land van zorg’. Dat wil zeggen: „een land dat ervan wordt verdacht massavernietigingswapens te ontwikkelen en doelen na te streven die een bedreiging kunnen vormen voor de internationale rechtsorde en de veiligheid en belangen van Nederland en zijn bondgenoten”, aldus de website van de Nederlandse inlichtingendienst AIVD.

De zorgen over Syrië zijn door de huidige burgeroorlog toegenomen. De laatste maanden circuleren er berichten dat in Syrië chemische wapens zijn gebruikt door het regime of door de rebellen die tegen het regime vechten. Onder meer de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië zouden daar aanwijzingen voor hebben.

VS zijn in 2007 nog niet gerustgesteld

De VS zijn in 2007 echter niet overtuigd dat Europa hun zorgen serieus neemt. Dat geldt zeker voor Nederland. Een Amerikaanse diplomaat bericht in mei aan Washington dat Nederland de onderzoeksresultaten van TNO letterlijk „tamelijk verontrustend” noemt. De Amerikaan noteert daarbij expliciet dat de Nederlandse ambtenaar de naam van de stof niet goed uitspreekt.

In december volgt er een demarche uit Washington, die via de Amerikaanse ambassades naar gastlanden wordt verspreid. De strekking: het SSRC probeert grote hoeveelheden chemicaliën te verwerven die dienen voor het maken van chemische wapens. Amerika verzoekt landen export van zulke chemicaliën die bij het SSRC terecht kunnen komen, met name glycol, tegen te houden.

Een Nederlandse ambtenaar in Den Haag reageert schuldbewust op de demarche uit de VS. Nederland geeft toe, schrijft de Amerikaanse diplomaat, dat het bij de vergadering van de Australië Groep geen namen heeft genoemd van Nederlandse bedrijven die glycol aan Syrië hebben geleverd.

De Nederlandse ambtenaar belooft de demarche te delen met de AIVD en meer navraag te doen.

Bij de jaarvergadering van de Australië Groep in 2008 presenteert Nederland een update van het onderzoek naar de militaire toepassingen van glycol. Nieuwe laboratoriumexperimenten tonen wederom aan dat glycol kan worden gebruikt als voorloper voor zwavelmosterdgas.

Nederland vraagt andere leden van de Australië Groep informatie over Syrische aankoop van glycol te delen en stelt voor dat leden voortaan de export van glycol naar Syrië verhinderen.

Toch is vanuit Nederland in 2008, 2009 en 2010 opnieuw glycol naar Syrië geëxporteerd, blijkt uit cijfers van de douane. Wie bij deze recentere leveringen de exporteur of afnemer was, is onbekend. Volgens het ministerie van Economische Zaken is sinds 2000 slechts één transport van glycol naar Syrië vooraf onderzocht. Meer wil het ministerie niet zeggen.

Eind vorig jaar werd de verantwoordelijkheid voor export van Economische Zaken overgeheveld naar Buitenlandse Zaken. Kort daarop kondigde minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen (PvdA) aan dat Nederland de export van 31 chemische stoffen naar Syrië per 1 april tijdelijk vergunningplichtig maakt. Dat betekent dat de overheid de eindgebruiker en het eindgebruik vooraf controleert.

Het gaat om stoffen die niet onder de Europese sancties tegen Syrië vallen, (van kracht sinds 2011), en ook niet zijn vermeld op de Europese lijst van risicogoederen die vergunningplichtig zijn.

Op de lijst van Ploumen staan onder andere aceton, 1-butanol, cyclohexanol en methanol. Dit zijn stoffen die de afgelopen jaren zonder vergunning met vele tonnen – en voor honderdduizenden euro’s – vanuit Nederland naar Syrië zijn geëxporteerd.

Over deze stoffen schreef Ploumen in maart in de Staatscourant dat ze „kunnen worden gebruikt voor de productie van chemische wapens of voorlopers van chemische wapens”. Volgens Buitenlandse Zaken is de lijst opgesteld op basis van discussies in de Australië Groep „en op basis van eigen Nederlandse informatie”.

Nederland opereerde op eigen houtje

Nederland opereert in deze kwestie niet in Europees verband en dat is opmerkelijk, daar de vorige staatssecretaris van Economische Zaken, Henk Bleker (CDA), eind 2011 aan de Tweede Kamer schreef dat „een nationale vergunningplicht [om redenen van openbare veiligheid of uit mensenrechtenoverwegingen] leidt tot een verslechtering in de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven”. Liever, zei Bleker, regelde Nederland zulks daarom via internationale fora.

Wat er is gebeurd met de Nederlandse oproep in de Australië Groep, in 2008, om alle zendingen glycol voor Syrië vergunningplichtig te maken, is onduidelijk. Glycol staat niet op de Europese lijst, noch op de nieuwe Nederlandse.

Buitenlandse Zaken wil hierover alleen zeggen dat momenteel wordt onderzocht „of het wenselijk is om ook glycol onder vergunningplicht te brengen”.