Brieven & Tweets

Liberaal betekent ook humaan

Minister Opstelten en staatsscretaris Teeven zouden een voorbeeld kunnen nemen aan hun liberale voorganger Cort van der Linden. Die zorgde er in 1900 als minister van Justitie voor dat SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra in de Haarlemse stafgevangenis humaan werd behandeld.

Troelstra zat daar een maand vast omdat hij als advocaat in het Hogerhuisproces opzettelijk een officier van justitie had beledigd, om zo de zaak van de drie ten onrechte veroordeelde broers vlot te trekken. Troelstra kreeg, op uitdrukkelijk verzoek van de latere premier Van der Linden, zowel rogge- als tarwebrood met boter en er was extra medisch toezicht.

Van zijn kant zou Diederik Samsom, net als Troelstra afkomstig uit Leeuwarden en sociaal-democratisch fractieleider in de Tweede Kamer, ervoor moeten zorgen dat vreemdelingen, die evenals de Hogerhuizen onschuldig zijn, in Nederland niet als misdadigers worden opgesloten.

Piet Hagen

Biograaf van Troelstra

Gemeenten doen het zo slecht niet met werklozen

Historicus Niels Feitsma stelt (NRC Handelsblad, 18 mei) dat hoogopgeleide en kansrijke werklozen met een recent arbeidsverleden (gepromoveerde sterrenkundigen) door gemeenten op één hoop worden gegooid met laagopgeleide arbeidskrachten die aan de onderkant van de arbeidsmarkt bungelen (ex-heroïneverslaafden).

Niets is minder waar. Het Nederlandse reïntegratie-aanbod is gericht op mensen die langdurig in de bijstand verblijven en zonder gerichte ondersteuning op langere termijn niet aan betaald werk komen. Deze werklozen staan los van mensen met een WW-uitkering die een hele andere benadering verdienen én ontvangen. Vaak zijn dit de hoogopgeleide mensen waar Feitsma het over heeft.

Hij suggereert bovendien ten onrechte dat hoopgeleiden door gemeenten worden ‘gedwongen’ werk te doen dat onder hun niveau ligt en dat zij daarmee ook nog eens de concurrentiepositie van laagbetaalde werknemers ondermijnen. Maar langdurig werklozen aan de onderkant van de arbeidsmarkt die verplicht aan het werk worden gezet kúnnen betaalde krachten helemaal niet wegdrukken. Daarvoor is hun niveau en de kwaliteit van geleverde diensten simpelweg (nog) te laag. Het project waaraan zij deelnemen is er slechts op gericht talenten te (her)ontdekken en de vereiste groei door te maken die op termijn wél zal leiden tot betaald werk.

Het is een gotspe te veronderstellen dat gemeenten deze projecten op zouden zetten met de bedoeling goedkoper uit te zijn ten koste van betaalde krachten in de reguliere arbeidsmarkt. Want die komen dan achterlangs net zo hard weer bij diezelfde gemeenten terug om een uitkering aan te vragen.

Feitsma’s onderzoek is flinterdun.

Juriaan Otto

Utrecht

Van leerplicht naar leerrecht, ook op mbo

Boven het interview met kinderombudsman Marc Dullaert (NRC Handelsblad, donderdag 16 mei) staat: „Die leerplicht, die is veel te ouderwets.”

Daar ben ik het volledig mee eens. Het is tijd voor een herziening van het stelsel.

De groep jongeren waarvoor de leerplicht veranderd moet worden beslaat echter meer dan de 5.000 jongeren waarover in dit interview gesproken wordt. Naast de besproken groep, zij die geen toegang krijgen tot onderwijs vanwege problematiek, vormt de huidige leerplichtwet een sta in de weg voor een aantal studenten van niveau 1 en 2 van het beroepsonderwijs.

Dit is een heterogene groep, die door de leerplicht als homogeen benaderd wordt.

Een groot deel van hen heeft negatieve ervaringen opgedaan in het onderwijs. Zij moeten vanwege de eis van de overheid, het behalen van een startkwalificatie, naar school. Hoewel hun problemen niet zijn gediagnosticeerd, kampen ze wel degelijk met blokkades waardoor het school gaan niet vanzelfsprekend is.

Door een aantal van hen een rooster op maat te geven, rekening te houden met hun al eerder behaalde competenties, hen het vertrouwen te schenken dat zij via een alternatief traject ook het diploma kunnen halen, voorkomt men veel schooluitval, creëert men succesvolle jongeren, die trots de school verlaten met een diploma.

Succeservaringen zorgen ervoor dat de ingezette weg een vervolg krijgt. Daarmee wordt de school boeiend voor iedereen, ook voor de minder aangepasten in onze samenleving.

Ik hoop dat de kinderombudsman zijn pleidooi voor leerrecht wil uitbreiden naar de jongeren van niveau 1 en 2 van het middelbaar beroepsonderwijs.

Jeannet Dooper

Docent autotechniek, Den Haag

‘De jeugdzorg’ heeft het weer gedaan

Als je alleen koppen als Vermiste jongens waren in beeld bij tien instanties en Jeugdzorg al langer onder vuur leest (NRC, 18-19 mei), is de boodschap duidelijk. De jeugdzorg is een verzameling langs elkaar heen werkende instanties die er een potje van maken. De suggestie is bovendien dat dit drama voorkomen had kunnen worden. Is dat terecht?

Terugkijkend lijkt de situatie van het gezin sinds de vechtscheiding van de ouders in 2008 steeds verder verslechterd. Ook lijkt sinds eerder dit jaar volgens de politie de veiligheid van (tenminste één van) de kinderen in het geding. Sinds de vondst van de lichamen van de jongens zondag, staat vast dat de problemen van het gezin, in ieder geval door een deel van de hulpverleners, onvoldoende serieus zijn genomen. Het lijkt ook dat de (psychische) hulpverlening aan de vader tekort is geschoten. Als de bedreiging van de veiligheid van de kinderen op waarde was geschat dan had dit mogelijk eerder geresulteerd in ondertoezichtstelling van de kinderen. Maar ook dan was sprake geweest van een omgangsregeling en daarmee gelegenheid voor de vader om tot zijn wanhoopsdaad te komen.

In de jeugdzorg valt ontegenzeggelijk nog veel te verbeteren. Het is echter een illusie om te denken dat we daarmee dit soort drama’s geheel kunnen voorkomen. Wanneer we als maatschappij meer zekerheid willen dat dit soort afschuwelijke tragedies niet meer voorkomen dan zou de Raad voor de Kinderbescherming theoretisch alle ouders die aantoonbaar ernstig agressief zijn geweest tegen hun kinderen per direct preventief uit de ouderlijke macht kunnen ontzetten. De vraag is of we bereid zijn tot dergelijke drastische maatregelen én of het helpt. Al was het maar omdat lang niet alle kinderen die door hun ouders om het leven worden gebracht bekend zijn bij hulpverleners in de jeugdzorg.

Wine te Meerman

Utrecht

Meteen uit huis plaatsen

Na het drama van de twee broertjes vraag je je af hoe er anders had kunnen worden gehandeld. Bij een uithuisplaatsing van kinderen waar binnen een gezin lichamelijke of geestelijke schade dreigt, moet er worden sneller kunnen worden ingegrepen. De bewijslast voor het verkeren in een verkeerde omgeving van kinderen moet liggen bij de hulpinstanties. Waarom niet omdraaien, hoe akelig dat ook kan uitpakken? Ouders zijn als eerste verantwoordelijk voor het welzijn van kinderen. Eén dag schade geeft al leed voor een heel leven. Een wet die maakt dat er binnen de kortst mogelijke tijd een situatie van kwaad tot erger wordt voorkomen, moet worden onderzocht. Een snelrechter beslist. De kinderen gaan ‘uit logeren’. Daarna wordt het gezin geholpen om orde op zaken te stellen. Ouders die klagen (en dat zullen ze) moeten eerst bewijzen dat ze een veilige omgeving kunnen bieden. Nu kan zelfs de meest adequate en goedbedoelde hulpverlening verworden tot een gebed zonder eind. Aanpakken bij de bron lijkt mij juister.

Beate Plenter

Meppel