Beter een partner dan een goede buur

Voor Nederland zijn de betrekkingen met Duitsland van groot en groeiend belang, in economisch opzicht zelfs van levensbelang. Voor Duitsland is een goede relatie met de kleine westerbuur ook van belang – zij het in mindere mate, want Nederland is één van de negen buurlanden. Binnen de Europese Unie en de eurozone kan Duitsland, in zijn leiderschapsrol, een gelijkgezinde partner als Nederland echter goed gebruiken.

De Nederlandse regering doet dus haar best de relatie te bestendigen en uit te bouwen. Dat is dezer dagen goed te zien.

Op 3 juni brengen koning Willem-Alexander en Máxima in Berlijn een kennismakingsbezoek aan bondskanselier Merkel en president Gauck. Daarna neemt het koninklijk paar deel aan een handelsmissie van minister Ploumen naar Baden-Württemberg en Hessen. De ministers Hennis-Plasschaert en De Maizière zullen binnenkort een intentieverklaring tekenen voor nauwere militaire samenwerking. En morgen komen Duitse en Nederlandse ministers in Kleef bijeen om te vergaderen onder leiding van bondskanselier Merkel en premier Rutte. Op de agenda staat ‘duurzame groei’.

Het is voor het eerst dat zo’n ministersoverleg plaatsvindt – een teken, aldus Den Haag, van de hechte band. De voormalige erfvijanden Duitsland en Frankrijk begonnen vijftig jaar geleden met zulke bijeenkomsten. Tien jaar geleden werden ze opgewaardeerd tot halfjaarlijkse ‘gezamenlijke ministerraden’, afwisselend in Frankrijk en Duitsland.

Maar als de Frans-Duitse ministerraden als voorbeeld dienen, is dat een slecht voorbeeld. Deze bijeenkomsten zijn verworden tot een hol ritueel, tot het diplomatieke equivalent van de borrel bij de buren. Ze moeten het hebben van hun symbolische waarde, praktisch nut hebben ze amper en van het aanvankelijke enthousiasme is weinig over. Maar ermee stoppen kan niet, dat zou een affront zijn. Dat de Frans-Duitse betrekkingen ernstig verslechterd zijn, hebben deze ministerraden niet kunnen voorkomen. Hoogstens hebben ze de persoonlijke banden tussen bewindslieden versterkt.

Voor het Nederlands-Duitse ministersoverleg zijn welgeteld een uur en tien minuten uitgetrokken. Voor een symbolische gebeurtenis is dat mooi genoeg. Belangrijker is dat dag in dag uit praktische invulling wordt geven aan de mooie woorden over het belang van deze relatie. Daar ligt een taak voor het kabinet, maar ook voor het bedrijfsleven, de culturele en wetenschappelijke wereld, het onderwijs. Nederland en Duitsland zijn goede buren, maar als partners hebben ze nog een wereld te winnen.