Belastingdissidenten zwichten voor druk

Uiteindelijk was het Amerika dat de twee dissidenten in Europa op de knieën kreeg. Ook voor Luxemburg en Oostenrijk geen bankgeheim meer.

Brussel. - Belastingen liggen zo gevoelig in Europa, dat alles altijd in slakkengang gaat. Zo bekeken is de afspraak van de 27 regeringsleiders op de Europese top gisteren een behoorlijke doorbraak – en een snelle ook.

Luxemburg en Oostenrijk hebben onder hevige druk van de andere 25 landen toegestemd om aan het eind van dit jaar onderhandelingen te beginnen over het automatisch uitwisselen van bankgegevens. Dit komt in feite neer op het einde van hun bankgeheim.

Tot gisteravond was het starten van deze onderhandelingen voor beide landen alleen bespreekbaar als er eerst een deal lag met niet-EU-landen als Zwitserland, die ook een bankgeheim hebben. Zoiets zou jaren kunnen duren. Die voorwaarde hebben de twee landen laten vallen. Premier Mark Rutte noemde dit „een hele grote doorbraak”.

Volgens betrokkenen verliepen de gesprekken met Luxemburg en Oostenrijk, die amper drie kwartier duurden, soepel en zakelijk. De Oostenrijkse kanselier Werner Faymann kwam binnen met de mededeling dat hij met het voorstel kon leven om in december te gaan onderhandelen. In Oostenrijk heeft het bankgeheim meer emotionele dan financiële waarde. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, wiens land wél leeft van de haute finance, had er meer moeite mee. In ’s lands regeringscoalitie ligt het politiek moeilijk. Juncker vroeg de anderen vooral om er niet triomfantelijk over te doen. Dat was een prijs die zij wel wilden betalen. Mede daardoor was de bespreking „even goed als ze kort was”, zei Europees president Herman Van Rompuy later.

Insiders wijzen erop dat de twee landen de onderhandelingen ongetwijfeld eindeloos gaan oprekken, door moeilijk te doen over elk detail. Maar het belang van de beslissing van gisteren, die inderdaad redelijk onderkoeld werd gebracht, moet niet worden onderschat: er is nu tenminste een datum waarop onderhandelingen beginnen.

Luxemburg en Oostenrijk zijn in de EU de laatste twee landen met een bankgeheim. Dit dateert uit de tijd dat mensen simpelweg de fiscus konden ontlopen door hun geld in een ander land op de bank te zetten. Dit systeem ging in 2005 op de schop, toen alle EU-landen – behalve Luxemburg en Oostenrijk – besloten automatisch informatie over spaartegoeden van EU-ingezetenen te gaan uitwisselen.

De twee wilden liever bronbelasting heffen, net als vijf jurisdicties buiten de EU: Zwitserland, Liechtenstein, San Marino, Andorra en Monaco. Hun banken roomden een percentage van de rente op spaargeld van EU-burgers af en stuurden dit zonder naamsvermelding naar het land waar de belasting heen moest.

Toch werkte de zogenoemde spaartegoedenrichtlijn niet goed. Er was een symbolische hap genomen uit het bankgeheim van landen als Zwitserland en Luxemburg, die zo veel belastingdiensten een doorn in het oog was.

Maar omdat de bronbelasting alleen gold voor rente op spaargeld, zetten rekeninghouders met hulp van Luxemburgse en Zwitserse bankiers hun rekening meteen om in levensverzekeringen of andere bankproducten. Over dividend of royalties hoefden ze immers géén belasting te betalen. Luxemburg, Zwitserland en de anderen droegen daardoor nauwelijks bronbelasting af.

Sindsdien hebben de andere landen geprobeerd om de regeling uit te breiden naar bijvoorbeeld dividend en royalties. Maar Luxemburg en Oostenrijk weigerden. Regel dat eerst maar met Zwitserland, zeiden zij: als dat klaar is kunnen we het erover hebben. Tegelijkertijd blokkeerden ze óók onderhandelingen met Zwitserland. Zwitserland weigerde met de EU te onderhandelen zolang er binnen de EU landen waren die niet meededen. Zo verscholen Luxemburg en Zwitserland zich achter elkaars rug.

Deze blokkade duurde jaren. Ze werd laatst gebroken door de Amerikanen, niet de Europeanen. De zogeheten Amerikaanse Fatca-regeling, die buitenlandse banken die geen bankgegevens insturen over Amerikanen in het buitenland de toegang tot Wall Street ontzegt, dwong Zwitserland en Luxemburg op de knieën. ‘Finanzplatz Schweiz’ is morsdood zonder Wall Street. Hetzelfde geldt voor Luxemburg. „Dat was de game changer”, zegt een diplomaat. En vervolgens kwam ‘Offshoreleaks’, het schandaal over belastingontduiking via belastingparadijzen.

De wereldwijde verontwaardiging over deze onthullingen schiep politiek momentum in Europa, zeker middenin de crisis. De 25 voerden de druk op de twee dwarsliggers verder op. Meteen werd een datum geprikt voor de top hierover. Vorige week gaf Juncker, als altijd gevolgd door de Oostenrijker Faymann, het verzet tegen onderhandelingen met de vijf jurisdicties op. Hij wilde zelf pas onderhandelen, zei hij toen nog, over een uitgebreidere spaartegoedenregeling (rente, dividend, et cetera) als de deal met de Zwitsers en de vier anderen rond was.

Die harde koppeling werd op de top gisteren gebroken.