Welbespraakte rebel

Wat voor televisie je ook maakt over de Duitse geschiedenis, het resultaat is bijna per definitie interessant. Pepe Danquart is ook nog eens een van de beste Duitse documentaireregisseurs, die voor zijn bioscoopproductie Joschka und Herr Fischer (2011, gisteren ingekort tot twee uur bij ARTE) een spannende, zij het niet voor het eerst gebruikte vorm bedacht.

In een oude fabriekshal kijkt hoofdpersoon Joschka Fischer (Gerabronn, 1948) naar een aantal schermen die voor zijn verhaal relevante archiefbeelden vertonen en hij reageert op wat hij ziet. Zo begint de film met schitterend kleurenmateriaal van een Zwabisch dorp in de jaren vijftig met veel folklore. Daar groeide de zoon van een uit Hongarije gevluchte slager op in een „dubbele cultuur” van Duitse Heimatvertriebene: tweetalig, maar ook in een democratie die de mythe in stand hield van Duits slachtofferschap. Pas Erwin Leisers documentaire Mein Kampf (1959) opende zijn ogen voor wat er een decennium eerder zoal gebeurd was.

In de jazzclubs van Stuttgart radicaliseerde de jonge christen-democraat snel en voor hij er erg in had stond hij aan de lopende band in de Opelfabriek arbeiders voor te bereiden op de revolutie. Ook via getuigenissen van tijdgenoten roept de film de ontwikkeling op van buitenparlementaire oppositie naar de lokroep van het terrorisme. Fischer gooide wel eens een steen, maar het nekschot van de RAF voor de ontvoerde werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer deed hem de politiek verlaten.

Als taxichauffeur in nachtelijk Frankfurt verloor Fischer zijn geloof in het gedachtegoed van Rousseau, dat de mens van nature het goede wil. Op gymschoenen werd hij beëdigd als de eerste bewindsman van de Grünen, in de deelstaat Hessen. Als Realo koos de welbespraakte rebel voor de politiek van vieze handen.

Met de val van de Muur in 1989 leek de rol van rood-groene coalities uitgespeeld, maar toch werd Fischer in 1998 minister van Buitenlandse Zaken en vicebondskanselier onder Gerhard Schröder in de eerste nationale rood-groene coalitie.

Zoals een van de getuigen uitlegt: als je regeert, moet je vaak het omgekeerde doen van waar je voor gekozen bent. Juist deze meest linkse Duitse regering ooit moest voor het eerst sinds 1945 militairen uitzenden, naar de oorlog in voormalig Joegoslavië. Op een partijcongres krijgt „oorlogshitser” Fischer van pacifisten een verfbom in de nek. Nog bibberig en met een pijnlijk trommelvlies houdt hij zijn grote rede over wat politiek eigenlijk is, gericht aan zijn „beminde tegenstanders”.