We kunnen meer dan wat we doen

Veel mensen vinden dat ze meer in hun mars hebben dan van hen wordt gevraagd Kennis die niet wordt gebruikt, verslijt

Eén op de drie werknemers voelt zich onderbenut. Ze vinden dat ze meer in hun mars hebben aan kennis en vaardigheden dan op de werkvloer van hen wordt gevraagd. Dat bleek vorige week uit onderzoek van TNO. Vooral jongeren, flexwerkers en horecawerknemers vinden dat hun baan niet goed aansluit op hun capaciteiten. Kennis en vaardigheden die niet worden gebruikt, verouderen en verslijten. Een kwart van de werknemers zegt dat dit bij hen inderdaad het geval is.

„Een werknemer heeft veel kwaliteiten”, zegt Lando Koppes, één van de TNO-onderzoekers. „In veel functies heb je niet ál die kwaliteiten nodig. Sommige vaardigheden worden daardoor onderbenut.”

Eigenlijk is onderbenutting dus logisch? Mensen worden immers breder opgeleid dan voor één functie.

„In zekere zin wel, maar het hangt ervan af of de werknemer de baan bij hem vindt passen. Zelf heb ik een docentenopleiding gymnastiek gevolgd, en ik ben gepromoveerd op de invloed van alcohol op de gezondheid. In mijn werk als onderzoeker bij TNO worden mijn didactische vaardigheden onderbenut, evenals mijn specifieke kennis over de invloed van alcohol. Toch vind ik dat mijn baan goed aansluit bij mijn kunnen. Er zijn genoeg vaardigheden die ik wél gebruik, zoals mijn kennis over onderzoeksmethoden, organiseren en communiceren.”

Niks aan de hand dus?

„Nou, als ik ontslagen zou worden, en weer voor de klas aan de slag wil, dan wordt dat moeilijk. Mijn didactische vaardigheden zijn na twintig jaar versleten, of misschien zelfs verloren gegaan. Dat is te betreuren – ook omdat de maatschappij wel in mijn opleiding heeft geïnvesteerd.

„Het is belangrijk dat werknemers breed inzetbaar zijn, want de arbeidsmarkt verandert snel. Er zijn nog maar weinig werknemers die dertig jaar bij dezelfde baas kunnen blijven werken. Je moet er dus voor zorgen dat je je capaciteiten op peil houdt.”

Waarom komt onderbenutting vooral voor onder jongeren, horecapersoneel, en flexwerkers?

„Jongeren onder de 35 jaar hebben relatief vaak een bijbaantje, of een eerste baan die niet meteen hun ‘ideale’ is. Ook flexwerkers werken vaak nog niet in hun ideale functie. De werknemers hebben daardoor – vooral in het geval van de bijbaantjes – het gevoel dat er niet optimaal gebruik van hen wordt gemaakt. In de horeca werken veel studenten in een bijbaantje. Een rechtenstudent die als afwasser werkt, voelt zich vanzelfsprekend onderbenut. Dat is niet per se erg, tenzij hij na zijn afstuderen in zo’n baan blijft hangen.”

Hoe kunnen we voorkomen dat kennis door onderbenutting verloren gaat?

„Combinatiebanen zouden een oplossing kunnen bieden. Werknemers die het gevoel hebben dat sommige capaciteiten in hun huidige baan onderbenut worden, kunnen ook in andere banen worden ingezet. Bijvoorbeeld door parttime voor de klas te gaan staan. Dit kan bovendien lucht geven aan werkgevers in sectoren waar het nu minder goed gaat, zoals de commercie.

„Dat betekent wel dat de terughoudendheid tegenover deeltijdbanen moet verdwijnen. Werknemers met twee werkgevers en twee werkplekken krijgen een breder beeld van de wereld. Ze leren in hun ene baan wat in de andere minder aan bod komt, maar nemen die kennis wél mee. Werkgevers kunnen zo kwaliteiten binnenhalen zonder dat ze daarvoor hun werknemer naar een opleiding hoeven sturen.”