Van Romeinen tot moderne kunst

Na drie jaar verbouwen gaat het Noordbrabants Museum zaterdag weer open. Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch vestigt zich ook op de locatie.

Als je vroeger het Noordbrabants Museum binnenkwam, kon je twee kanten op. Aan weerszijden van het trappenhuis was er van alles te zien, maar uiteindelijk liep de route aan beide kanten dood en moest je terug. Na een verbouwing van drie jaar is dat nu anders. Het museum gaat verder waar het eerst ophield. Veel verder. De bezoeker komt in nieuwe tentoonstellingszalen terecht en vervolgens zelfs in een heel nieuw museum. Want aan de overkant van de monumentale museumtuin is een nieuw gebouw neergezet voor het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch, en dat gebouw is aan twee kanten met het Noordbrabants Museum verbonden.

De cirkel is rond. Wie een combiticket koopt, wordt letterlijk om de tuin geleid en krijgt onderweg veel verschillende ruimtes, kunstwerken en historische objecten te zien. Om een idee van de reikwijdte te geven: er zijn wapens en grafgiften van de oude Romeinen, maar ook twee splinternieuwe, op de museumtuin geënte wandbeelden van Marina Višic, die in 2010 afstudeerde aan de Bossche kunstacademie.

Architectenbureau Bieman Henket renoveerde alle bestaande onderdelen van het museum met respect voor de oorspronkelijke architectuur. Het achttiende-eeuwse stadspaleis aan de Verwersstraat, dat in 1987 tot museum werd verbouwd, ziet er weer achttiende-eeuws uit. De zalen zijn weer echte salons, met ornamenten, kroonluchters, schouwen en lange gordijnen. Afgezien van een enkel meubel en een vitrine met zilver wordt er vooral Zuid-Nederlandse schilderkunst van 1500 tot 1800 gepresenteerd. Uit die vaste collectie kan een ruimere keuze worden getoond dan voor de verbouwing, omdat de historische afdeling van het museum naar de nieuwbouw is verhuisd. Of beter gezegd: gaat verhuizen, want de grote Brabantzaal is het enige onderdeel dat niet op tijd af kwam. In het najaar opent er een permanente opstelling over de provinciale geschiedenis, met ook Brabants werk van Vincent van Gogh.

In de zalen met twintigste-eeuwse kunst hangen werken van J.C.J. Vanderheyden en René Daniëls uit de collectie van het Stedelijk Museum dat in de jaren negentig even beeldende kunst verzamelde voordat het zich op moderne sieraden en keramiek besloot te richten. Hier passen die werken niet meer, maar bij de buren zijn ze een mooie aanvulling.

De door Wim Quist ontworpen vleugel uit 1987 hebben de architecten in zijn geest gerenoveerd en flink uitgebreid en oogt nu ruim en zinderend. Daglicht schijnt op witte muren, plafonds en vloeren.

De eerste tentoonstelling hier is The Moonlight Garden van Marc Mulders. Het is een verhelderend overzicht van Mulders’ werk – van de zwarte jachtstillevens uit de jaren negentig via de bloemen in bloembladachtige verfstreken van rond 2000 tot het recente werk, dat abstracter is, want van hele tuinen afgeleid. De scherfachtige, zacht gekleurde vlakken in die laatste schilderijen gedijen goed in de witte museumruimte.

Ook het Stedelijk Museum heeft een openingstentoonstelling, op de eerste verdieping van het nieuwe gebouw. Daar moeten jaarlijks acht exposities komen, in het verlengde van de collectie sieraden en keramiek op de tweede verdieping, maar uitwaaierend naar de beeldende kunst of zelfs nog verder.

De eerste expositie is samengesteld door sieradenmaker Ted Noten. Hij heeft er, zegt hij, een „zelfportret in werken van anderen” van gemaakt. FRAMED is een Zomergasten-aflevering in tentoonstellingsvorm, met film- en geluidsfragmenten, schilderijen, foto’s en objecten die Noten inspirerend vindt. Wat ze precies met hem en elkaar te maken hebben is niet altijd duidelijk, maar er is bezienswaardig werk bij van onder meer de tekenaar Charles Avery en de videokunstenaars Jeroen Offerman en David Roux-Fouillet. Verder haalde Noten werk van beroemdheden als Marina Abramovic, Tracy Emin en Damien Hirst naar Den Bosch, en ook van nationale prominenten als John Körmeling en Marijke van Warmerdam. Het nieuwe Stedelijk opent dus met een presentatie die niet zou hebben misstaan bij zijn Amsterdamse naamgenoot.

Open vanaf 25 mei. Inl: www.sm-s.nl en hetnoordbrabantsmuseum.nl