Tussen Hoes en de coffeeshops wil het nog niet zo boteren

Burgemeester Hoes van Maastricht strijdt een moeizame strijd tegen de drugsoverlast. Gisteren steunde de raad hem. Nu de coffeeshops nog.

Het wrong de afgelopen weken bij de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes. De VVD’er voelde zich nog zelden „de vriendelijke burgervader”, was bijna volcontinu „de crimefighter”.

Dat was zijn eigen keuze. Vanaf zijn aantreden in 2010 volgde Hoes consequent de harde lijn in de omgang met coffeeshops, een beetje in het spoor van zijn partijgenoot, minister Opstelten van Justitie. De Maastrichtse raad wilde buitenlanders weer in coffeeshops toelaten, en daarmee dus de houdbaarheid van de zogeheten ‘wietpas’ aanvechten die het alleen landgenoten mogelijk maakt wiet te kopen. De burgemeester legde moties daarover naast zich neer. Hij had als handhaver van de openbare orde en veiligheid een eigen verantwoordelijkheid, zei hij.

Die opstelling bleek niet vol te houden. In de gemeenteraad groeide de irritatie over een beleid dat de illegale handel in de kaart lijkt te spelen. In delen van de stad is de overlast zo groot dat er gepleit wordt voor inzet van het leger. En Hoes wilde toch ook wel graag de raad op zijn hand.

Voor de nieuwe softdrugsaanpak hebben alle partijen compromissen moeten sluiten. Er worden geen buitenlandse klanten toegelaten, totdat de coffeeshops verhuizen naar zogenoemde wietboulevards aan de rand van de stad. Maastricht wil meedoen met een proef voor gereguleerde wietteelt. En buurtplatforms worden nauwer betrokken bij de strijd tegen straatoverlast.

Hoes heeft intussen ook te maken met andere coffeeshopgemeenten in Limburg. Die mopperen nu Opstelten Maastricht vorige week extra agenten toezegde. Die manschappen komen uit hún sterkte. Tegelijkertijd zijn ze bang dat de drugstoeristen naar hén komen als het beleid in Maastricht strenger wordt.

De gemeente voert niet alleen juridische gevechten (onder meer na recente invallen bij drie shops vanwege verkoop aan buitenlanders) en een strijd tegen overlast en illegale handel op straat. De stad is ook verwikkeld in een mediaoorlog met de Vereniging Officiële Coffeeshops Maastricht (VOCM). Die organisatie tart de burgemeester tot het uiterste. Voor hervatting van de verkoop aan buitenlanders werd de symbolische datum van 5 mei, Bevrijdingsdag, gekozen. Bij coffeeshop Easy Going van VOCM-voorzitter Marc Josemans verzamelen zich in dit soort gevallen soms tientallen journalisten uit binnen- en buitenland.

Gisteren presenteerde de VOCM nog voordat de raad bijeenkwam nieuwe eigen maatregelen: maximaal drie gram wiet per klant (in plaats van de toegestane vijf gram) en beperking van de openingstijden.

De VOCM heeft met Josemans een voorzitter met al vijftien jaar ervaring. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig. Hoes heeft daar meer moeite mee. In een interview in de Volkskrant suggereerde Hoes een verband tussen de acties van de Maastrichtse coffeeshops en de illegale runners: „Ik krijg berichten van mensen die op z’n minst suggereren dat een aantal jongens de straat op wordt gestuurd door coffeeshops. Nou ja, ik kan het niet bewijzen en kan het niet controleren, dus laat ik het hier maar bij houden, punt.”

Josemans noemt het „pure roddel en achterklap. Ik ga mij niet verlagen tot dat niveau. Als Hoes aanwijzingen heeft, laat het dan maar tot een onderzoek komen.” De Maastrichtse burgemeester vindt niet dat hij te ver is gegaan door als voorzitter van de justitiële driehoek een groep zonder bewijs te beschuldigen. „Dat was prikkelend bedoeld”, zegt hij nu. „Of er een onderzoek komt, is aan het Openbaar Ministerie.” Hoes praat vanmiddag met de VOCM. Die ziet geen enkel aanknopingspunt in de nieuwe beleidsafspraken tussen raad en burgemeester. Morgen bezoekt Opstelten Maastricht.

D66-fractievoorzitter Bert Jongen vergeleek Hoes gisteren met „iemand die in de Maas zwemt met aan elk been veertig kilo beton”. Die ballast is met de eensgezindheid tussen burgemeester en raad iets verminderd. Maar voor het winnen van een slag, laat staan de strijd, is nog heel veel meer nodig.