Thee met geheim agenten

Negen maanden voor de Winterspelen is Sotsji al een vesting. Geheime diensten zijn overal. Maar de allerhoogste alarmfase moet nog beginnen.

Russische politieagenten die zijn ingeschakeld voor de bewaking in Sotsji kijken naar een wedstrijd schansspringen. Foto AP

Twee geüniformeerde mannen lopen hotel Rivièra in de Russische badplaats Sotsji binnen. „Zijn er gisteren nog bijgekomen”, vragen ze aan een baliemedewerkster. „Ja”, antwoordt zij. „Een paar. Ook iemand uit... ik geloof Pakistan.”

De mannen slaan het gastenboek open, schrijven wat namen over, en vertrekken weer. „Wie waren dat?”, vraag ik haar. „De FSO, de federale bewakingsdienst.” Een tweede baliemedewerkster legt uit: „Zij komen elke dag alle namen opschrijven van gasten uit Tsjetsjenië, Dagestan en Kabardino-Balkarië.” „Islamitische namen?”, vraag ik. „Ja, precies!” De administratrice wijst naar buiten. „Met de Datsja voor Eerste Personen hiernaast ...”

Hotel Rivièra, een sfeervol motel met op het dak een lawaaiig café, is gelegen aan het strand van Sotsji. Het strandje wordt begrensd door een hoge muur die de zee in loopt.

Achter die muur ligt de Datsja voor Eerste Personen. Premier Medvedev en ministers mogen hier wonen als ze aan de Zwarte Zee zijn. Vanaf het strand is de top van een zandkleurig complex met torens en trappetjes te zien: Rivièra-6, zoals de datsja aan zee officieel heet. President Poetin verblijft meestal in een residentie in de bossen. Tegen de muur op het strand leunt een jonge man met verrekijker in groene boscamouflagekleding. „Goeiedag. Wat bewaakt u precies?”, vraag ik. „Dat weet ik niet”, antwoordt hij. „Is dit de Datsja voor Eerste Personen?”, vraag ik. „Dat weet ik niet”, antwoordt hij. „Ik ben correspondent”, leg ik uit. „Uit Nederland. Aan wie kan ik vragen stellen over de beveiliging van objecten in Sotsji?”

‘Object’ is een belangrijk woord in Sotsji, dat zich klaarmaakt voor de Olympische Winterspelen van februari 2014. Behalve hoe het gaat met de bouw van al die stadions, wil ik ook weten of een terrorist een bom zou kunnen leggen bij de Datsja voor Eerste Personen. De politie heeft vorig jaar 27 crisisanalyses op objecten in Sotsji laten uitvoeren, maar de resultaten daarvan zijn niet gepubliceerd.

Op de mouw van de bewaker zit een embleem van staatsveiligheidsdienst FSB. Zwijgend bekijkt hij mijn perskaart, pleegt een telefoontje en geeft alle informatie door aan zijn gesprekspartner. Er volgen nog wat codes: acht-acht. Na drie minuten komen er twee wijkagenten aangelopen. Zij schrijven mijn gegevens nogmaals over en bellen weer iemand. „Er komen Speciaal Opgeleide Personen deze kant op. Die kunnen al uw vragen beantwoorden.”

De mannen staren naar zee. De oudste agent haalt een handje zonnebloempitten uit zijn broekzak en begint ze aan de duiven op het strand te voeren. „Eet u zelf ook zonnebloempitten of zijn ze alleen voor de duiven?” De zonnebloempit is een traditionele Russische snack. De ervaren consument scheidt pit en schilletje tussen zijn tanden. „Wij mogen niet eten tijdens onze dienst.”

„Hoe lang duurt uw dienst?”

„Twaalf uur.”

„Eet u twaalf uur lang niets?!”

„Ik eet maar één keer per dag”, zegt de agent. Veel vlees.

Terwijl de FSB-bewaker de duiven uit zijn hand probeert te laten eten, komt een glimlachende vijftiger in een open regenjas aangelopen: een Speciaal Opgeleid Persoon. Naam: Konstantin Borisovitj Bobin. Functietitel: operatief-zaakgelastigde. Hij nodigt uit voor een kop thee.

„U sprak de mannen van de eerste linie aan. Die mogen u niks vertellen. Maar ik ga ervoor zorgen dat al uw vragen worden beantwoord”, zegt Bobin terwijl we het café op het dak van hotel Rivièra binnenlopen. „De veiligheid van de Spelen is in handen van de FSB. Ik probeer een woordvoerder hierheen te halen.” Bobin houdt zijn mobieltje aan zijn oor.

Enige momenten later komt een jongeman met lichtbruine ogen het café binnengelopen. „Aleksandr. Hij werkt voor de FSB. Althans, voor een afdeling van de FSB”, zegt Bobin. Aleksandr krijgt ook thee.

Verguld met de gunstige loop der gebeurtenissen begin ik Aleksandr vragen te stellen over de beveiliging in Sotsji. Maar eerst wil hij zelf wat inlichtingen inwinnen. „Mag ik uw documenten zien? Hoe lang bent u al hier? Hoe lang blijft u hier?” Bobins mobieltje rinkelt. „Nee, ze heeft niet gefilmd”, hoor ik hem zeggen.

Stel in Rusland vragen over staatsveiligheid en de Staat begint vragen terug te stellen. „Is dit uw enige telefoonnummer?”, wil Aleksandr weten. Wie straks een Olympische wedstrijd in Sotsji wil bezoeken, moet tevoren een fanpaspoort aanvragen.

Omdat Aleksandr zwijgt, vertelt Bobin wat er volgens hem met die gegevens gebeurt. „Ze worden gecheckt met internationale databases, zoals Interpol, en met nationale databases. Hoe lang de procedure duurt, ligt aan je nationaliteit.” Wie veroordeeld is geweest in verband met drugs, terrorisme of wapenbezit, komt de stadions niet in. „Maar heb je per ongeluk twintig jaar geleden iemand doodgereden en daarvoor in de cel gezeten, dan waarschijnlijk wel”, zegt Bobin.

Strafbladen worden volgens hem inhoudelijk gecontroleerd. „Er is een collegium dat beslist over twijfelgevallen. Om te voorkomen dat iemand wordt geweigerd omdat zijn achternaam niet aanstaat.”

Sotsji worden vermoedelijk niet alleen de duurste, maar ook de strengst beveiligde Olympische Spelen ooit. Op het terrein van de schaatsstadions controleren honden nu al iedere auto op bommen. Ook profsporters moeten tijdens internationale proefwedstrijden (zoals het WK Schaatsen) door de detectiepoortjes. Zelfs een woordvoerder van het Olympisch comité moest de procedure doorlopen, tot zijn chagrijn.

Langzaam verandert ook Sotsji zelf in een fort. Sinds vorig jaar patrouilleren er kozakken in de stad, particuliere bewakers die de tradities in ere houden van de kozakken die eeuwen geleden voor de Russische tsaar de buitengebieden bewaakten.

In totaal 29 ‘objecten’ in Sotsji vallen onder een speciaal regime: ze worden elke maand gecontroleerd op kern-, biologische en chemische wapens, explosieven en terrorismegevaar. De politie heeft in 2008 aangekondigd dat er tijdens de Spelen meer dan veertigduizend agenten en militairen zullen patrouilleren. Ter vergelijking: in Vancouver beveiligden circa 16.000 agenten, militairen en privébewakers de Winterspelen in 2010. En dan is er nog de FSO, die de islamitische gasten in hotel Rivièra in de gaten houdt.

Hoofdagent Bobin wordt gebeld. Hij kijkt teleurgesteld. Er kan geen woordvoerder van de FSB naar het café komen. „De vertegenwoordiger voor buitenlandse pers moet iemand zijn die minstens twee buitenlandse talen en uw cultuur kent”, heeft hij te horen gekregen. „En die beginnen pas op 1 juni.” De dag dat de beveiligingsmaatregelen in Sotsji verder zullen worden aangescherpt.

We zwijgen. De thee is op. „Mag ik uw achternaam weten?” vraag ik Aleksandr. Hij heeft die van mij immers ook gekregen. „Die kan ik niet geven”, glimlacht hij. „De rekening graag”, vraag ik de uitbaatster. „240 roebel”, zegt ze. Bobin kijkt haar aan. „Laat maar”, zegt ze. Ik mag niet betalen voor de thee. En Bobin en Aleksandr doen het ook niet.