Rome? De Apenheul is toch ook leuk

Tot een paar jaar geleden kon je met KPMG naar Zuid-Afrika En met Deloitte naar Hongkong Nu zegt Ernst & Young: de beste business course. Gewoon in Nederland

Daar stond ik dan: met nog negentien andere rechtenstudenten op Schiphol. Op onze identieke rolkoffers en kledinghoezen prijkte ‘De Brauw Blackstone Westbroek’. Vijf dagen lang zouden we worden gefêteerd in New York. We zouden werken aan een casus, die we aan het einde van de week slaapdronken zouden presenteren aan de partners van het advocatenkantoor. ’s Avonds sociaal, overdag scherp: dat bleek de grootste uitdaging. Iedere avond gingen we naar hippe restaurants en clubs waar New Yorkers een uur voor in de rij stonden, maar waar voor ons als vanzelfsprekend een eigen tafel was gereserveerd. We zaten op het pluche van Wall Street-banken, gingen naar een gospelkerk in Harlem, naar theater op Broadway en zagen de New York Yankees winnen. Alles was tot in de puntjes geregeld.

Tot een paar jaar geleden waren dit soort extravagante reisjes heel gebruikelijk. Als student met redelijk goede cijfers en wat nevenactiviteiten kon je permanent de wereld rondreizen: met KPMG naar Zuid-Afrika, met Allen & Overy naar Singapore, met Deloitte naar Hongkong – kosteloos en vrijblijvend.

Nog steeds zijn business courses belangrijk voor bedrijven om talentvolle studenten te ontmoeten. Vooral in de zakelijke dienstverlening gaan veel kantoren naar het buitenland, al zoeken ze het nu iets dichter bij huis en houden ze de kosten in de hand.

Zo koos De Brauw dit jaar voor Barcelona. „Natuurlijk spelen kostenoverwegingen een rol”, zegt recruiter Lisette de Vreeze. „De markt is veranderd, het zijn andere tijden.” Maar een mooi programma blijft belangrijk om studenten te trekken. Er vloeien stages of sollicitaties uit voort en – niet onbelangrijk – ze vertellen aan elkaar wat ze hebben gedaan en hoe de sfeer was.

Om aan te sluiten bij de wensen van de doelgroep heeft het kantoor de student laten kiezen: hoeveel dagen wil je weg, wil je naar het buitenland, wil je slapen in een hotel, landhuis of thuis, wil je in een restaurant eten of bij een partner thuis, hoe groot moet de groep zijn en wat wil je verder doen?

„Het was even puzzelen om aan alle voorkeuren te voldoen”, zegt De Vreeze. „We hebben met zestien studenten een dag in Amsterdam aan een casus gewerkt, ’s avonds bij een partner thuis gegeten en zijn daarna drie dagen naar Barcelona gegaan om de casus verder uit te werken. Daar sliepen we in een landhuis en zijn we de laatste dag gaan zeilen.”

De voorkeur voor het buitenland werd door alle studenten aangevinkt. „We kunnen niet achterblijven. Er is veel aanbod op dit gebied en de poule van topstudenten is klein.”

Advocatenkantoor Allen & Overy kiest na exotische bestemmingen als Singapore nu voor een Europese hoofdstad. 24 studenten maken op een nog geheime locatie een week lang kennis met alle aspecten van een overname. „Wij zijn een internationaal kantoor en willen dat element behouden”, zegt recruiter Manon van der Meer. „Maar Singapore was wel wat overdreven. Dat paste in een andere arbeidsmarkt.”

Maar nog steeds worden studenten in de watten gelegd. „We blijven investeren in de werving van talentvolle studenten. Kwaliteit staat voorop, we willen een goede indruk maken”, benadrukt Van der Meer. Het streven is dat een kwart van de deelnemers ook daadwerkelijk bij het kantoor gaat werken.

Om diezelfde reden betalen banken als J.P. Morgan, Goldman Sachs en Morgan Stanley nog altijd maar wat graag de vlucht en het verblijf van jong talent. Via de Amsterdamse financiële studievereniging FSA gaan ieder jaar 24 studenten anderhalve week op London Banking Tour – om het leven als investment banker in de Londense City te ervaren.

De studenten werken bij de banken aan een casus. Daarnaast is er een informeel gedeelte in de vorm van een lunch of borrel. „De banken die het middagprogramma verzorgen nemen ons ’s avonds soms ook mee uit”, vertelt organisator Hans Mulder. „Dan hebben we een mooie avond, al is het wel minder excessief dan een paar jaar geleden.” Van de totale kosten zou je een leuke wereldreis kunnen maken, maar de ‘return on investment’ is volgens Mulder groot. De meerderheid van de deelnemers komt daadwerkelijk bij een van de banken terecht.

Ook in de consultancy blijft het aanbod van buitenlandse reisjes groot. De Boston Consulting Group gaat twee keer per jaar naar Parijs en één keer naar Rome. McKinsey & Company organiseert voor technologiestudenten een vierdaags programma in Stockholm. Andere studenten kunnen een week mee naar de ‘Alpine University’ – een trainingscentrum in het Oostenrijkse Kitzbühel – of een tweedaagse business course volgen op locatie in Nederland, bijvoorbeeld de Apenheul of het PSV Stadion.

„Het gaat ons erom dat studenten het kantoor leren kennen, niet om het organiseren van snoepreisjes”, zegt Stefaan Rodts van McKinsey. „We bedenken een aansprekend thema en zoeken er een locatie bij. Het doel is een introductie in de manier van werken als consultant en het bieden van een bijzondere ervaring, waarover de deelnemers ook enthousiast aan anderen vertellen.”

Accountantskantoor Ernst & Young stuntte drie jaar geleden nog met ‘1.035 kilometer in drie dagen’ (Rotterdam, Parijs en Londen), ging daarna naar New York, maar koos vorig jaar voor een nieuwe strategie. ‘De beste business course. Gewoon in Nederland’ is nu de slogan. Volgens het kantoor op verzoek van studenten zelf, die willen weten hoe het is om echt bij Ernst & Young te werken. Concurrenten PWC en Deloitte organiseren beide nog wel buitenlandse reisjes – dit jaar naar Barcelona.

In de commerciële sector is een internationale bestemming minder gebruikelijk. De driedaagse business course van Heineken is ieder jaar in Zoeterwoude. „We hebben hier de grootste brouwerij van Europa en daar zijn we trots op”, zegt recruiter Lisette Rikkers. „We willen studenten met zoveel mogelijk toekomstige collega’s kennis laten maken en laten ervaren hoe het is om hier te werken. Dat moet een bewuste keuze zijn.”

Ook Philips, Unilever en Akzo Nobel kiezen voor hun thuisbasis. Uit praktische overwegingen, want hier staan het hoofdkantoor en de fabrieken, maar ook omdat een reisje niet de drijfveer moet zijn. „Door het lokaal te houden, geven we een veel realistischer beeld”, zegt een woordvoerder van Akzo Nobel. „De eerste baan zal voor de meesten toch gewoon in Nederland zijn.”