Regen verklaart steentijdcreativiteit

De ongewone oplevingen van menselijke creativiteit in Zuid-Afrika, rond 60.000 à 100.000 jaar geleden, hangen waarschijnlijk samen met periodes van sterke regenval in het gebied. Dit blijkt uit de analyse van sliblagen voor de kust bij Kaapstad waarover een team van geologen en archeologen gisteren publiceerde in Nature Communications.

Het gaat vooral om de Stillbay- en Howiesons Poort-culturen (respectievelijk ca. 71.500 en 59.000 à 64.000 jaar geleden), waar onder meer voor het eerst symbolische ‘tekeningen’ (ingekraste patronen in oker) verschijnen. Ook oudere pieken in creativiteit (zoals Pinnacle Point, 164.000 jaar geleden: met vuur verharde werktuigen) zouden verband houden met hogere vochtigheid.

De hogere vochtigheid in Zuid-Afrika – terwijl de rest van Afrika verdroogde – zou hebben geleid tot een betere voedselsituatie en tot sterke bevolkingsgroei. De grotere bevolking leidde vervolgens tot meer onderlinge contacten en uitwisseling van ideeën. De klimaatwisselingen zouden de relatief snelle opkomst en ondergang van culturen verklaren.

Dit soort toename van bevolkingsdichtheid (en bijbehorende ideeënrijkdom) wordt de laatste tijd steeds vaker genoemd als verklaring voor creatieve uitbarstingen in de prehistorie, in het bijzonder van de Laat-Paleolithische Culturele Revolutie van 45.000 jaar geleden in Europa, toen beeldende kunst en betere werktuigen ontstonden.