Rebellen met een cocktail in de hand

De Fransen zijn dol op de roman L’Écume des Jours van de jong gestorven schrijver Boris Vian. Michel Gondry heeft zich aan de verfilming gewaagd van wat voor velen een lijfboek is – een voorbeeld van vrolijke rebellie

Het lijkt niet meer dan een promopraatje, maar de kans bestaat dat actrice Audrey Tautou ooit echt verslingerd was aan L’Écume des Jours, zoals ze in interviews beweert. Ze zou niet de enige puber zijn geweest die met het boek uit 1947 dweepte. De novelle van Boris Vian (1920-1959) was in Franstalige landen lang een cultboek en prijkt er tegenwoordig op leeslijsten van alle middelbare scholen. De verfilming van het liefdesverhaal door Michel Gondry is in Frankrijk dan ook een gespreksonderwerp op feestjes, inclusief kittige discussies onder de dames of Tautou wel geschikt is als de naïeve Chloé, de geliefde van Colin.

„Alle hoofdpersonages, op kok Nicolas na, zijn begin twintig. Ze zijn rebels, maar op een zachtaardige manier”, vertelt Marc Lapprand, docent Franse Letterkunde aan de Victoria Universiteit in Canada en Vian-kenner. „Het is herkenbaar voor jongeren: het zijn geen anarchisten, ze komen eerder uit de burgerlijke middenklasse, maar zijn zorgeloos, ongehoorzaam en laten hun verbeelding de vrije loop.” Er wordt gefeest en gepraat met muizen. Drankjes worden gemaakt met een pianocktail: een door Colin omgebouwde piano waarbij elke toets correspondeert met een alcoholsoort en waarmee je door jazzmelodietjes te spelen drankjes mixt.

De rode draad in het boek is een simpel, maar tragisch liefdesverhaal: jongen wordt verliefd op meisje, meisje krijgt ernstige ziekte, jongen ruïneert zichzelf om haar behandeling te financieren. Ondertussen leven zowel vrienden als levenloze objecten rondom het duo mee met hun gevecht tegen de kwaadaardige waterlelie in Chloé’s longen; kok Nicolas wordt tien jaar ouder in acht dagen; Colins huis krimpt ineen.

Meer dan dit verhaaltje is het volgens Lapprand de humor die het boek zo populair maakte. Op elke pagina ontwikkelen zich, doordat de beschreven wereld sowieso behoorlijk wonderlijk is, vreemde situaties. Zo moet Colin zijn vriend Chick waarschuwen geen te ‘vurige’ deuntjes op de pianocktail te spelen. De laatste keer was daardoor het rauwe ei dat je via de pianopedalen toevoegt, gestold en ‘omelet in je drankje is moeilijk om door te slikken’. Dit alles wordt gecombineerd met een ritmische schrijfstijl, doorspekt met verwijzingen naar de jazzmuziek, en een niet al te scherpe, maar wel grappige maatschappijkritiek. Vian was als romanschrijver nog niet zo politiek geëngageerd als tijdens zijn latere periode als zanger van antimilitaristische liederen als Le Déserteur, maar de representanten van zowel de Kerk als de politie zijn in het boek idioot en vilein.

Het bleek een recept voor een bestseller. Tenminste, enkele jaren na de dood van de auteur. „De babyboomers in de jaren zestig waren op zoek naar vertegenwoordigers van hun rebellie”, vertelt Lapprand. „Cultfiguren als Salinger, maar ook Vian pasten in dit plaatje, mede omdat hij zo jong gestorven is.” In 1968 werden er 150.000 exemplaren van L’Écume des Jours verkocht. In de daaropvolgende decennia rond de 100.000 per jaar.

Het leven van Vian leest ook als een roman, met ups en vooral downs. Vian is als twintiger in het Parijse nachtleven vooral bekend als notoir jazzliefhebber. Na een tragische jeugd – zijn familie verliest haar rijkdom in de beurskrach van 1929 en hij krijgt op jonge leeftijd hartproblemen – frequenteert hij dezelfde clubs als onder meer de bekende filmster Juliette Greco en raakt hij bevriend met intellectuelen als Sartre en Simone de Beauvoir. Een duo dat hij trouwens parodieert in L’Écume des Jours als schrijverskoppel Jean-Sol Partre en La duchesse de Bovouard.

In 1945 wordt een van de manuscripten die Vian schrijft tijdens zijn werkuren als ingenieur geaccepteerd door de prestigieuze uitgeverij Gallimard. In een geluksroes schrijft Vian L’Écume des Jours, waarvan Gallimard eveneens toezegt het te zullen publiceren. Vervolgens ontstaat het gerucht dat Vian de Prix de la Pléiade zal krijgen, waardoor succes van de romans verzekerd zou zijn geweest.

„Maar de jury vond dat de prijs dat jaar naar een dichter moest gaan”, zegt Lapprand. De uitgave van Vians manuscripten wordt op de lange baan geschoven onder meer wegens de papierschaarste. In de tussentijd schrijft de gefrustreerde Vian onder een pseudoniem J’irai cracher sur vos tombes ( ‘Ik zal spugen op jullie graf’), een thriller vol geweld en erotiek naar Amerikaans model. Het wordt een immens succes, onder meer omdat een lezer zijn minnares vermoordt en naast haar lichaam het boek legt. Vian kan maar kort van zijn zege genieten. Het werk wordt uiteindelijk verboden wegens schending van de zeden en Vian eindigt in plaats van met een kapitaal met belastingschulden. Omdat de verkoop van zijn serieuzere werken blijft tegenvallen, bergt de Fransman uiteindelijk zijn literaire ambities op. Hij werpt zich op oude passies als trompetspelen en zingen, hoewel zijn arts dat eerste wegens zijn zwakke hart heeft verboden. Op 39-jarige leeftijd sterft Vian aan een hartstilstand, tijdens de preview van de verfilming van J’irai cracher sur vos tombes die tegen zijn zin was gemaakt.

„Toen jongeren in de jaren 60 zijn werk ontdekten, voelde dat als het vinden van een schat. Een volledig onbekend oeuvre dat je zo snel mogelijk diende te lezen”, vertelt Lapprand. Rond die periode verscheen ook de Nederlandse vertaling van L’écume des Jours: Het schuim der dagen. Maar de Nederlandse versie is nu nauwelijks meer te vinden. Lapprand weet niet waarom in grote delen van de wereld de belangstelling voor Vian beperkt is. Misschien is het omdat in Franse universitaire kringen de auteur omstreden blijft, de plekken waar zijn werk academisch wordt onderwezen zijn schaars. „Hij wordt geschuwd omdat hij een manusje-van-alles was, geen pure intellectueel.” Zou de verschijning van Gondry’s film niet leiden tot nieuwe vertalingen? Lapprand benadrukt dat in 2010 Vians volledige oeuvre alsnog door Gallimard is uitgegeven in de Pléiadereeks, iets wat alleen de groten der Franse letteren toekomt. Lapprand: „Geef het nog twee decennia en de academici volgen.”