‘Politieke klasse Kenia aanstichter geweld’

Sinds de onafhankelijkheid van Kenia in 1963 voerden leger en politie op grote schaal bloedbaden uit en martelden gevangenen. Politieke tegenstanders werden vermoord en politieke leiders misbruikten hun positie door grote stukken land te stelen. Dit schrijft de Commissie voor Waarheid, Gerechtigheid en Verzoening, een commissie ingesteld na het verkiezingsgeweld in 2007/2008, die gisteren zijn rapport publiceerde.

Voor het eerst kreeg een commissie het mandaat om misdaden begaan sinds de onafhankelijkheid te onderzoeken. Grondbezit wordt als hoofdoorzaak genoemd van geweld tussen stammen en politici. Kenia’s eerste president Jomo Kenyatta en de elite rond hem worden genoemd om hun landjepik. Zijn familie en medestanders stalen land van de vertrekkende blanke kolonisten dat bestemd was voor landloze boeren. Ook land langs de kust, dat tijdens de koloniale tijd werd ingenomen door blanken en Arabieren, is niet teruggegeven aan de lokale bewoners maar ingepikt door politici in de hoofdstad Nairobi. Vanwege dit historische onrecht ageren activisten in de kuststreek voor onafhankelijkheid.

Conflicten over grondbezit in de regio Rift Valley waren de oorzaken van het grootschalige geweld na de verkiezingen in 2007, waarbij officieel 1.500 doden vielen. In het rapport worden de huidige president Uhuru Kenyatta en zijn vicepresident William Ruto in verband gebracht met dit geweld. Beiden zijn door het Internationaal Strafhof in Den Haag daarvoor aangeklaagd.

In het droge, onherbergzame Noord-Kenia, raken nomaden regelmatig slaags met het regeringsleger. In de jaren zestig streden etnische Somaliërs voor aansluiting bij buurland Somalië. Steeds werden vooral onschuldige Kenianen het slachtoffer. Bij een wraakactie van het leger in 1984 bij het gehucht Wagalla kwamen honderden burgers om. Het incident ging destijds in de doofpot.

Volgens de commissie zijn alle Keniaanse regeringen verantwoordelijk geweest voor grove schendingen van mensenrechten. Het gunstigst is het oordeel over de regeerperiode van Mwai Kibaki de afgelopen tien jaar, hoewel ook in die periode de overheid mensenrechten schond.

De commissie adviseert dat de huidige president namens al zijn voorgangers excuses aan de slachtoffers aanbiedt. De belangrijkste nog levende verdachten zouden alsnog moeten worden vervolgd.