Onderken de relatieproblemen

Kinderen zijn loyaal aan beide ouders bij een scheiding. Ze voelen de strijd en reageren daarop. Let dus op die ouders, schrijft J.C.W. Bogaards.

Als kinderrechter die bijna aan het eind van zijn loopbaan is, wil ik een paar punten onder de aandacht brengen in het drama van de twee broertjes uit Zeist.

Binnen de jeugdhulpverlening kwamen van oudsher kinderen terecht waar de verzorging en opvoeding in gevaar was omdat ouders daartoe om reden van onwetendheid, onkunde, onvermogen of gebrek aan geld niet in staat waren. Samengevat: achterstandsgezinnen.

Het ging en gaat daarbij vaak om eenoudergezinnen. Rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau kunnen dat bevestigen.

De hulpverleningsinstanties en de medewerkers daarvan zijn op die categorie mensen ingesteld, zowel in opleiding als in wijze van aanpak.

Een heel andere categorie zijn de kinderen die in de knel komen doordat ouders uit elkaar gaan en er geen goede afspraken kunnen worden gemaakt over de opvoeding en het contact met de kinderen. Lang was het de ‘gewoonste’ zaak dat de kinderen bij scheiding bij de moeder bleven, dat de vader de kinderen eens per veertien dagen mocht zien en dat als vader bijvoorbeeld de alimentatie niet of niet op tijd betaalde, hij de kinderen helemaal niet meer te zien kreeg.

Een ouderschapsplan – zoals nu bij echtscheiding, maar niet bij opheffing van andere relaties verplicht is – is een poging om scheidende ouders te dwingen afspraken te maken.

Hierbij komt de vader veel nadrukkelijker als medeopvoeder in beeld. Co-ouderschap is het uitgangspunt, veelvuldig contact met beide ouders staat in ieder geval voorop.

Die praktijk is nog lang niet ingeburgerd en leidt bij ouders die juist wegens relatieproblemen uit elkaar zijn gegaan tot een nieuw of voortgezet spanningsterrein – namelijk over de opvoeding van de kinderen.

De mogelijkheden om dat onderling uit te spelen en rekeningen te vereffenen zijn legio.

Ook ik heb als kinderrechter diverse kinderen van gescheiden ouders onder toezicht gesteld omdat de kinderen slachtoffer waren van vechtende gescheiden ouders.

Mijn grote aarzeling daarbij was dat ik vreesde dat de benoemde gezinsvoogd van relatieproblemen geen kaas had gegeten en daarvoor ook niet was opgeleid.

Als het onderliggend probleem tussen ouders niet wordt opgelost, blijft de strijd voortduren en worden de kinderen daar de dupe van.

Kinderen willen aan beide ouders loyaal zijn. Ze horen, zien en voelen vooral de strijd en gaan gestoord reageren. Vervolgens worden ze als onbehandelbaar ‘onder de douche gezet’. Hoe kan een kind zich anders verzetten dan door dwars te zijn?

In de jeugdhulpverlening dient dus veel meer onderscheid te worden gemaakt in het achterliggende probleem bij de ouders.

Indien sprake is van relatie- en scheidingsproblemen dient dat onderkend te worden en dient daaraan te worden gewerkt met hiertoe opgeleide hulpverleners.

Mediation tussen de ouders heeft daarbij al veel goede resultaten opgeleverd.

De veiligheid van de kinderen moet natuurlijk in het oog worden gehouden.

Soms slaat de wanhoop toe bij de ouders, maar godzijdank is het nog een uitzondering wanneer de ouders (of een van hen) vervolgens het leven van hun dierbaren ontnemen.

J.C.W.Bogaards is kinderrechter te Rotterdam.