Dagboek uit Los Angeles: Argentijnse en Turkse lessen

Ombudsvrouw in Argentinië – een droombaan? Niet alleen ga je over alle media in het hele land, en word je gedekt door parlementaire wetgeving, maar je hebt ook nog eens een staf van veertig man om klachten af te handelen en dingen voor je uit te zoeken. Althans, dat kreeg een zaal vol geïmponeerde (jaloerse?)

Ombudsvrouw in Argentinië - een droombaan?

Niet alleen ga je over alle media in het hele land, en word je gedekt door parlementaire wetgeving, maar je hebt ook nog eens een staf van veertig man om klachten af te handelen en dingen voor je uit te zoeken.

Althans, dat kreeg een zaal vol geïmponeerde (jaloerse?) ombudsmannen gisteren te horen op de laatste dag van hun congres in Los Angeles. Cynthia Ottaviano, de eerste Argentijnse nationale ombudsvrouw, hield daar een bevlogen verhaal over haar eerste half jaar in die functie. Zo bevlogen dat zelfs de vertaalsters in hun cabine (Ottaviano sprak in het Spaans) hoorbaar besmet raakten door haar democratisch enthousiasme.

Dat was een bries enthousiasme in een congres dat vooral in het teken stond van zorgelijke introspectie van een beroepsgroep over eigen nut en toekomst.

Ottaviano, een Argentijnse journaliste die werd bekroond voor artikelen over corruptie, is dan ook geen gewone ombudsvrouw. Zij is aangesteld door de Argentijnse overheid, op basis van een nieuwe mediawet, de Audiovisuele Communicatie Dienstverlenings Wet. Die moet de Argentijnse media, na jarenlange dictatuur, de kans geven om over te schakelen van een “autoritair” naar een “democratisch” paradigma.

In die hartstochtelijke toespraak legde Ottaviano de verschillen glashard uit: in het oude model werden de media beheerst door leger, veiligheidsdiensten en bedrijven, werd de berichtgeving gecensureerd (onder het mom van ‘objectiviteit’) ter wille van de nationale veiligheid en christelijke waarden, en werd informatie gezien als een aangeleverd ‘product’.

Het nieuwe, democratische model beschouwt informatie als een recht, gegarandeerd in een publiek bestel dat gelijkberechtiging, emancipatie en de bescherming van minderheden wil bevorderen. En die taak wordt bewaakt door de nationale ombudsvrouw, oftewel de Defensoría del Público.

De Defensoría behandelt klachten uit het hele land, benadert media om daar iets aan te doen, en organiseert bijeenkomsten en pedagogische cursussen om het publiek te wijzen op de mogelijkheden die de wet biedt om media ter verantwoording te roepen en media literacy te bevorderen
media literacy onder de bevolking te verhogen. Uiteraard heeft ze ook een website, en is ze actief op Facebook en Twitter.

Alvast één nuance: straffen opleggen kan de nationale Argentijnse ombudsvrouw net zo min als ombudsmannen die in dienst zijn bij een krant of tv-station. Sancties blijven voorbehouden aan het parlement of de rechter. Maar de nationale ombudsvrouw kan wel alle media benaderen en, met de wet achter zich, vragen de berichtgeving aan te passen. dat deed ze bijvoorbeeld in het geval van een onjuiste beschuldiging van kindermisbruik; ze belde de hoofdredacteur van het bewuste tv-programma (,,Die ik toevallig kende, omdat ik zelf zo lang als journalist heb gewerkt”), die op haar instigatie een rectificatie plaatste.

Daar zit hem ook precies het probleem, vonden sommige ombudsmannen in het gehoor. Naast veel bewondering voor de inzet van Ottaviano - in Argentinië gáát het tenminste nog ergens over.. - was in de wandelgangen ook scepsis te horen: zou dit wel werken? En áls het werkt, is het dan niet gewoon een nieuwe, onwenselijke vorm van ideologisch gemotiveerd overheidstoezicht op de pers? Moet journalistiek in dienst staan van wettelijk vastegelegde overheidsdoelen, hoe democratisch die ook zijn?

Een half jaar is te kort om conclusies te trekken; vooralsnog reist Ottaviano het land door.

Een ander frappant voorbeeld hoe niet-westerse journalisten zich, for better or worse, inzetten voor het publieke domein, leverde ombudsman Yavuz Baydar van de Turkse krant Zaman, een vaste spreker op ONO-congressen. Hij belandde met zijn column in een controverse over de vraag of journalisten zitting konden nemen in een ‘commissie van wijze mannen’ van de Turkse regering in het vredesproces met de Koerden.

Ongever een dozijn journalisten werd daarvoor uitgenodigd, van columnisten tot de hoofdredacteur van Taraf, een kleine maar kritische krant die een rol speelde in het aan de kaak stellen van corruptie en militaire coupplannen. Een aantal journalisten zag af van deelname. Maar de hoofdredacteur stemde toe, ondanks oproepen van onder anderen Baydar om dat niet te doen: journalisten moeten nu eenmaal principieel afstand houden tot de actieve politiek, om hun onafhankelijkheid te bewaren. Voor columnisten ligt dat misschien nog anders, maar een hoofdredacteur kan het zich zeker niet permitteren.

Voor deze hoofdredacteur liep het dan ook niet goed af; hij raakte zijn baan kwijt. Alleen, niet door de protesten van de ombudsman, maar door een conflict met zijn uitgever, tijdens zijn eerste tournee met de commissie van wijze mannen. De precieze oorzaak is onduidelijk, maar onenigheid over de koers van de krant speelde een rol.

Wie weet kan hij nog nationale ombudsman worden.

Na die voorbeelden van uitzonderlijke journalistieke initiatieven, doken ook op de laatste dag van het congres in Los Angeles de zorgen van veel ombudsmannen over hun eigen toekomst weer op. Vervullen zij een oude, achterhaalde rol in een nieuwe mediawereld? Wat is hun nut nu iedereen met een blog een mediakritische leeuw is? Hebben kranten en omroepen die onder zware financiële druk staan nog wel zin in een huiscriticus?

Over die vragen later meer, in mijn zaterdagcolumn.