Koning van de blingbling

Veel films in Cannes gaan over glamour. Een biopic over Liberace, met Michael Douglas als extravagante ster, graaft dieper.

Een pleidooi voor het homohuwelijk? Dat was niet de opzet, zei regisseur Steven Soderbergh. Dat Behind the Candelabra „opeens samenvalt met een culturele omwenteling die hem extra relevant maakt” is mooi meegenomen. Maar de film, die gisteren in première ging in Cannes, was aanvankelijk niet meer dan een glitterkroniek over de liefde tussen de flamboyante sterpianist Liberace (1919-1987) en diens minnaar Scott Thorson, die in 1977 op 17-jarige leeftijd zijn metgezel en chauffeur werd - en vijf jaar later als uitgewoond vod werd weggegooid.

Het begon als inval van Soderbergh tijdens de opname van het drugsepos Traffic in 2000. Wilde acteur Michael Douglas niet Liberace spelen? Douglas deed ter plekke een improvisatie, maar pas vijf jaar later vond de regisseur een ingang: het boek van Thorson over zijn jaren met Liberace, lang ’s werelds bestbetaalde entertainer. Keelkanker noopte Douglas, als Liberace een favoriet voor de acteursprijs in Cannes, in 2010 tot uitstel: hij verloor twintig kilo door bestraling en chemotherapie. Douglas schoot gisteren vol tijdens de persconferentie, waar hij de rol omschreef „als het beste geschenk dat Steven me kon geven”. Ook veelfilmer Soderbergh, die na Behind the Candelabra een lange pauze neemt, had meermalen een brok in de keel. „Als dit mijn laatste film is, ben ik trots.” En terecht.

Michael Douglas zag Liberace als jongen in Palm Springs ooit voorbij rijden in zijn open Rolls Royce, zei hij gisteren. Als een koning in een gouden koets: glitterpak, aan elke vinger een vette ring, hagelwitte lach: in de Californische zon deed het bijna pijn aan zijn ogen. Net als Soderbergh was hij geen fan, maar gefascineerd door wat anderen – moeders, grootmoeders – in deze nogal creepy verschijning zagen. Liberace is de vader van het exces en de blingbling, inspiratiebron voor Elton John, Lady Gaga en Elvis in zijn laatste fase.

Fascinatie met bling, glamour en decadentie markeert deze 66ste editie van Cannes: Sofia Coppola’s tandeloze The Bling Ring, The Great Gatsby en ook La Grande Bellazza van Paolo Sorrentino, die een wonderschone, melancholische blik biedt op de high society van Rome, die je met kwade wil – en onterecht – kan wegzetten als een lange parfumreclame.

Nichtenkitsch

Maar Behind the Candelabra is meer dan luchtige satire op nichtenkitsch, al worden liefhebbers royaal bediend. De villa van Liberace in Las Vegas vol zuilen, brons, bladgoud, bergkristal, spiegels, poedels, prutschilderijen en kroonluchters is een monument van wansmaak, dragelijk omdat de bewoner genoeg zelfspot heeft. Badend in gedempt gouden licht waan je je in een barnsteengrot: het is broeierig, claustrofobisch. En dat past prima bij wat Soderbergh als „krachtige onderstroom” van zijn film ziet: een terugblik op een tijdperk waar openlijke homoseksualiteit carrière-zelfmoord betekende.

Het echte slachtoffer van die attitudes lijkt Scott Thorson, die er op dit moment beroerd aan toe is: een lichamelijk wrak, achter de tralies voor diefstal en drugsbezit. Hij werd niet bij Behind the Candelabra betrokken, en begrijpelijk: Thorson is gereduceerd tot huilerige Gollem die nog wat geld tracht te persen uit belegen roddels. En dat past niet in Soderberghs plaatje: dat van ‘Bambi in het grote bos’ die bijna wordt opgevreten door de boze wolf, maar er toch bovenop komt.

Behind the Candelabra gaat over parasitaire, egoïstische liefde, Liberace is een sluwe seksuele vampier die serieel jochies binnenfleemt om, als ze zelf iets willen, meteen vol zelfmedelijden te schieten: „It’s always gimme, gimme, gimme with you.” Pure projectie.

Thorsons ‘huwelijk’ met Liberace duurde van 1977 tot 1981. Gespeeld door Matt Damon, ontmoeten we hem als een mooie, niet al te snuggere jongen die dieren traint voor films. Liberace, dan 57, overrompelt hem met zijn talent, humor en levensstijl van Rolls Royce, jacuzzi en Lear Jet. Uit zijn ooghoek ziet Thorson hoe de entourage zijn voorganger Billy de gouden kooi uitbonjourt – straks zijn lot, weten we.

In vijf jaar woont Rupsje Nooitgenoeg Liberace hem grondig uit. Na twee huiselijke jaren met erg veel seks – Liberace had penisimplantaten om zijn kolossale libido te dienen – maar ook gezellig hangen op de bank, meent Liberace in 1979 dat ze beiden dik en lelijk worden en volgt plastische chirurgie. Thorson moet, wat pervers, herschapen worden als het jonge evenbeeld van Liberace, die vanaf dat moment zijn jongere ik neukt. „Ik wil alles voor je zijn: vader, minnaar, beste vriend”, zegt hij. De louche plastisch chirurg zet Thorson tevens op een ‘Californisch dieet’ van cocaïne, uppers en downers, amfetamine en demerol om af te slanken: het begin van zijn drugsleven.

Waarna alles bergafwaarts gaat en Thorson plaatsmaakt voor de volgende beau, een danser. Later, als Scott in een drugswaas ook uit het huis van Liberace in Los Angeles wordt gezet, eist hij in een proces 113 miljoen dollar alimentatie, maar laat hij zich uiteindelijk afschepen met 75.000 euro, twee honden en twee auto’s. Zo goedkoop was Liberace er vandaag de dag niet af gekomen. Michael Douglas: „Dit was een echt huwelijk, dat een scheiding met alimentatie had verdiend.”

Conservatieve katholiek

Behind the Candelabra laat zien hoe snel de attitudes over homoseksualiteit zijn veranderd. De conservatieve katholiek Liberace loog zijn leven lang. Dat moest nu eenmaal. Begin jaren vijftig brak hij met The Liberace Show door als een van de eerste idolen van het nieuwe medium televisie. Als pianist verleidde hij zijn vrouwelijke fans door ze door de beeldhuis aan te kijken, toe te spreken en naar ze te knipogen: dames maakten zich voor hem op als hij zondag op tv was.

Diezelfde dames, nu met blauw haar, waren in de jaren zeventig en tachtig nog steeds de kern van zijn achterban en hadden geen idee. Zij dachten dat Liberace vrijgezel was omdat kunstschaatser Sonja Hennie zijn hart ooit brak. Die façade hield hij met juridische middelen overeind. Toen hij medio jaren vijftig schade opliep door geruchten in de roddelpers koos Liberace in het Verenigd Koninkrijk de aanval: in 1959 dwong hij The Daily Mirror 8.999 pond smartegeld af voor een column die indirect homoseksualiteit impliceerde - hij zwoer onder ede geen homo te zijn. Zijn advocaten waren immer alert op laster. Toen Liberace in 1987 stierf aan de gevolgen van aids was het verhaal dat hij gewicht had verloren door een watermeloendieet. Tot een publiciteitsgeile patholoog-anatoom een autopsie afdwong en Thorson zijn boek Behind the Candelabra publiceerde.

De attitudes zijn de afgelopen tien jaar razendsnel veranderd. Homorechten, in de jaren zeventig nog linkse emancipatiestrijd, was tot diep in de jaren negentig onderwerp van cultuurstrijd, wat in Clintons Amerika leidde tot infame compromissen als het ‘Don’t ask, don’t tell’-beleid van het Amerikaanse leger. Nu lijkt de strijd bijna gewonnen en verspreidt het homohuwelijk zich over Europa en Amerika. Voor conservatieve populisten was homoseksualiteit lang zonde, moreel verval of decadentie, nu is acceptatie van homoseksualiteit, vooral door de angst voor islamitisch fundamentalisme, een symbool geworden van de verlichte en tolerante westerse cultuur.

Anno 2013 had een artiest als Liberace carrière kunnen maken als ‘gay best friend’ en is een heterofaçade bij 24-uurs surveillance van paparazzi steeds moeilijker vol te houden. Liberace kan je na deze film moeilijk als slachtoffer zien van heteroseksuele simulatie: hij deed het zonder zelfhaat, in de overtuiging dat God een speciale uitzondering voor hem en zijn geaardheid maakte. Anderen, zoals Rock Hudson of Scott Thorson, werden door hun dubbelleven getraumatiseerd of vermalen. En dat maakt Behind the Candelabra behalve geslaagde biopic en kostuumdrama, ook tot een onverwachts politieke film.