‘Jeugdboeken tonen ons de tijdgeest’

In Leiden sneuvelt de leerstoel jeugdliteratuur door bezuinigingen. En daardoor klinkt vanavond de laatste Annie M.G. Schmidtlezing in die stad.

Mingus Dagelet speelt de hoofdpersoon Stach in de verfilming (2012) van Jan Terlouws boek Koning van Katoren (1971). De maatschappelijke problemen van Terlouws boek uit de jaren zeventig zijn in de film geactualiseerd.

Natúúrlijk is jeugdliteratuur een boeiend studieobject voor wetenschappers, zegt hoogleraar jeugdliteratuur Helma van Lierop. „Het is bij uitstek interessant en nuttig om te bestuderen hoe jeugdboeken de wereld voor kinderen beschrijven. Om te zien hoe literatuur de jonge lezers vórmt.”

Toch wordt er „beknibbeld” op de academische studie van jeugdliteratuur. Vanavond geeft schrijver Ted van Lieshout in Leiden de laatste Annie M.G. Schmidtlezing, tot nu een jaarlijkse lezing waarin een kinderboekenschrijver zich over zijn vak uitspreekt. Per 1 juli wordt de bijzondere leerstoel jeugdliteratuur aan de Universiteit Leiden wegbezuinigd, en daarmee ook de lezing. Zonde, vindt organisator Van Lierop, die sinds 1998 bijzonder hoogleraar jeugdliteratuur is aan de Leidse universiteit.

‘Kinderen kunnen de pot op!’, luidt de titel van Van Lieshouts lezing. Waarnaar verwijst hij?

„Ik heb de tekst nog niet gezien, want de auteur is volledig vrij in wat hij wil vertellen. Misschien bedoelt Van Lieshout het ironisch, maar het lijkt een verwijzing naar het debat onder kinderboekenschrijvers. Literaire kinderboekauteurs zeiden – zeker in de jaren tachtig – dat ze zich weinig bekommerden om hun jonge publiek. De tendens onder kinderboekenschrijvers is nu weer om het beide te doen: literaire eigenheid nastreven én toegankelijke verhalen voor kinderen maken. Voor dat soort reflectie van auteurs op het kinderboekenvak was de Annie M.G. Schmidtlezing een van de weinige podia.”

Maar nu kunnen kinderboekenschrijvers de pot op?

„Misschien kunnen we de lezing nog ergens anders onderbrengen, want het zou erg jammer zijn als hij verdwijnt. Denk aan de lezing van Edward van de Vendel, die pleitte voor engagement bij kinderboekenschrijvers en zo de ‘Slash-reeks’ initieerde: romans over waar gebeurde verhalen van jongeren. Of denk aan de geruchtmakende lezing van Sjoerd Kuyper, die de commercialisering van uitgevers hekelde.”

Is er geen belangstelling meer voor de studie naar jeugdliteratuur?

„Die is er zeker wel. In Tilburg ben ik sinds 2011 coördinator van een masteropleiding jeugdliteratuur, die goed loopt, maar aan andere Nederlandse universiteiten dreigt het specialisme te verdwijnen, terwijl daar ook studenten geïnteresseerd zijn in het vakgebied. Hier in Leiden is de derde termijn van vijf jaar er gekomen dankzij een actie van studenten die teleurgesteld waren dat jeugdliteratuur in Leiden niet meer in het programma zou worden opgenomen.”

Ligt dat aan de zwaartepunten die u legt? Ik kan me voorstellen dat een tekstgerichte studie van kinderboeken voor de universiteit niet de hoogste prioriteit heeft.

„Dat is maar een klein deel van wat we doen. Er is in onderzoek en onderwijs aandacht voor de tekst, voor de auteur én voor de lezer. Maar ook tekstgericht onderzoek levert interessante studies op: hoe ouders in jeugdboeken met kinderen omgaan, kan inzicht bieden in de tijdgeest.”

Dat levert nog geen harde cijfers.

„Ik heb de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar adolescentenromans en hoe ze in het voortgezet onderwijs worden ingezet. Ik heb daarvoor teksten geanalyseerd, maar ook met docenten en leerlingen gesproken. Verder heb ik me beziggehouden met kinderboeken en hun verfilmingen, bijvoorbeeld met Koning van Katoren. Daarbij was het interessant om te bekijken hoe de jaren-zeventigproblematiek in dat boek vertaald is naar een film van nu. ‘Harde’ cijfers leveren deze onderzoeken niet op, maar hebben volgens mij wel degelijk maatschappelijk nut.”