Gratis in bad met krokodillen

Reisjournalisten ruilen gedrukte media in voor blogs. Pr-bedrijven zijn gek op reisbloggers, want ze hebben trouwe volgers. Dat mag wat kosten.

„Gratis mee te nemen: al mijn spullen. Wie het eerst komt, die het eerst maalt.” Een jaar geleden zegde de Brit Kash Bhattacharya (34) de huur van zijn huis op. Hij was pas gescheiden, werkte al enige jaren als reisblogger, en besloot daar fulltime zijn werk van te maken. Sindsdien leeft hij uit zijn koffer. Hij plakt de ene reis aan de andere en is net terug van vijftig dagen Duitsland, geheel betaald door het Duitse toerismebureau.

Professionele reisbloggers zijn relatief nieuw. Al sinds het bestaan van weblogs houden mensen die op reis gaan sites bij voor hun thuisblijvende vrienden en familie maar de reisblogger als professioneel reisjournalist wordt pas sinds kort serieus genomen door de reisbranche. Dit weekeinde kwamen in Rotterdam 150 reisbloggers uit de hele wereld samen voor een conferentie van Travel Bloggers Unite. De TBU geeft de bloggers workshops in schrijven voor een afgebakend publiek, maar ook netwerkbijeenkomsten met pr-mensen.

Hoeveel reisbloggers hun vak fulltime uitoefenen is niet duidelijk. De Maleisische Nederlander Keith Jenkins (40) begon in 2011 „aardige inkomsten” op te bouwen van zijn weblog over luxereizen. Hij is oprichter van netwerk ‘I Ambassador’, dat professionele reisbloggers koppelt aan de pr-branche. Jenkins schat dat er wereldwijd een paar honderd mensen van kunnen leven. „Veel bloggers combineren het reizen met een baan als it’er of marketeer.” Fulltime reizen en bloggen kan alleen als ze, zoals Bhattacharya, geen huur of hypotheek hoeven te betalen. Nederlanders zijn er nog nauwelijks onder de fulltime reisbloggers.

De reisjournalistiek is al jaren de tak van journalistiek waarin het meest gebruik wordt gemaakt van sponsoring. Toerismebureaus en pr-bedrijven nodigen journalisten uit voor een kennismaking met een stad of regio. In ruil voor overnachtingen, activiteiten en maaltijden schrijft de journalist een stuk. Een positief stuk, liefst.

Langzaam vindt bij die persreizen een verschuiving plaats van traditionele media naar blogs. Machteld Ligtvoet van Amsterdam Marketing: „Je merkt dat de reisblogs de laatste jaren een vlucht hebben genomen, en dat de bloggers steeds vaker worden uitgenodigd voor een persreis om de stad te leren kennen.” In 2013 nodigde Amsterdam in totaal zo’n 500 journalisten uit, waarvan een klein deel bloggers. Gisteren leidde Ligtvoet twintig van hen door de stad. Hun eten wordt betaald door samenwerkende restaurants, overnachten doen ze op kosten van budgethotel Casa400. „Bloggers willen geen vijfgangendiner, ze willen vooral zelf veel ervaren”, zegt Ligtvoet. „We zorgen dat ze tussen het programma door rustpauzes hebben zodat ze realtime kunnen werken. Foto’s uploaden op Facebook.”

Rotterdam Marketing, de organisatie voor stadspromotie, was zo blij met de TBU-conferentie dat de gemeente 15.000 euro betaalde om de bloggers kennis te laten maken met de stad. Daarvoor kregen ze bijvoorbeeld een verrassingsoptreden van het Philharmonisch Orkest. De Euromast liet hen gratis abseilen. Rotterdam Marketing-medewerker Judith Boer: „Het voordeel van bloggers is dat hun verhalen blijvend zijn. Een stuk in een reisblad verdwijnt weer, een blog blijft altijd online.” Of er door de blogs en tweets over de stad daadwerkelijk meer mensen Rotterdam komen, is voor Boer niet te controleren. „Maar het voordeel van bloggers is dat ze trouwe volgers hebben”, zegt Boer. „Dat is misschien wel belangrijker dan hoevéél mensen hen volgen.”

Dat is ook wat de minder ervaren deelnemers aan de TBU-conferentie leren: een goede reisblogger heeft een niche nodig. Liefst een die zo specifiek mogelijk is. Zo is ‘Adventurous Kate’, de Amerikaanse Kate McCulley, een ‘female solo adventure traveller’. Kash Bhattacharya richt zich op budgetreizen. „Na een paar jaar overnachten in slaapzalen met twaalf snurkende Brazilianen heb ik me verder gespecialiseerd. Ik doe nu een serie over luxere hostels.”

Door hun specifieke thema zijn de bloggers relevant voor een toerismeorganisatie. Ze trekken immers een afgebakende doelgroep. De bloggers op de TBU-conferentie die de meeste volgers hebben, zijn degenen die het best nadenken over hun lezerspubliek. Sommigen hebben tienduizenden volgers op Twitter, en duizenden fans op Facebook. „Om met merken te werken, moet je een merk zíjn”, zegt Bhattacharya. „Dat is voor reisbloggers nog belangrijker dan voor gewone reisjournalisten.”

TBU-bezoeker Mario Cacciottolo is reisblogger en werkt daarnaast bij de nieuwswebsite van de BBC. Hij denkt dat daar de uitdaging ligt voor de traditionele reismedia. „Lezers willen een vertrouwensband opbouwen met het karakter dat ze volgen. De gedrukte media zijn nog gewend te denken in: ik neem een stuk van een freelancer, en daar moeten tips bij over hoe duur de drankjes zijn. Maar je wil juist weten: hoe erváárt Adventurous Kate het als ze op een nieuwe plek terecht komt?”

Net als bij de gewone reisjournalistiek, die vrijwel altijd in meer of mindere mate betaald wordt door de reisindustrie, rijst ook bij bloggers de vraag hoe onafhankelijk hun artikelen zijn. Machteld Ligtvoet van Amsterdam Marketing zegt nooit invloed uit te oefenen op wat deelnemers aan de persreizen schrijven. „Maar het is geven en nemen. Je hebt elkaar nodig. Het is ons vak te laten zien hoe leuk de stad is, en hun vak daar leuk over te schrijven.”

Budgetreiziger Bhattacharya denkt dat bloggers onafhankelijker zijn dan ‘gewone’ reisjournalisten. „Ik ben niet afhankelijk van wat een magazineredacteur of uitgever wil. Ik ben mijn eigen uitgever.” Juist daarom zijn pr-bureaus soms nog huiverig om bloggers uit te nodigen. Amy Skelding van het Britse Brighter PR op de conferentie: „Bij een artikel in een krant weet je hoe het resultaat eruit gaat zien. Het wordt een stukje van zo’n 500 woorden, met foto’s. Bij een blog is dat maar afwachten.”

Bhattacharya vertelt hoe de eigenaar van een hostel waar hij overnachtte boos was dat hij in zijn blog vooral het restaurant verderop in de straat beschreef. „Maar een gewone reiziger blijft ook niet de hele tijd in zijn hotel zitten, die gaat soms naar de overkant. Mensen lezen juist graag blogs omdat ze een authentieke ervaring willen. Ik heb complete onafhankelijkheid in wat ik schrijf.”

Luxeblogger Keith Jenkins nuanceert dat: „Voor mijn luxe niche is het niet interessant als ik iets ga afkraken. Als ik een spa of een hotel echt niet goed vind, zeg ik dat tegen het toerismebureau, zodat ze iets met die kritiek kunnen doen. En dan schrijf ik er verder niet over.” Wel geldt ook onder de bloggers inmiddels de code: als iets door anderen betaald is, schrijf je dat er eerlijk bij.

Inmiddels krijgt de top van de bloggers soms niet alleen de reis en het verblijf vergoed, maar ook een honorarium. Afgelopen maand reisden vijftien I ambassador-bloggers volledig betaald door Zuid-Afrika, op uitnodiging van Cape Town Tourism. Naast de zesdaagse reis ontvingen ze, aldus Jenkins, ieder zo’n 2.000 à 3.000 euro. „Dat geld is niet bedoeld voor het schrijven van blogs, maar voor de online marketing van het land via social media”, benadrukt hij. Voor het plaatsen van tweets, foto’s op Instagram en Facebook. Naar eigen zeggen bereikte die campagne 1,4 miljoen mensen wereldwijd. De reis was aangepast aan de wensen van de reizigers: de luxebloggers sliepen in chique lodges, de avonturenbloggers konden zich in een ijzeren kooi laten zakken in water waarin krokodillen zwommen.

Jaloersmakend, en dat is de bedoeling. Bhattacharya: „Als je lezers niet jaloers op je zijn, doe je je baan niet goed.”