Goeiedag, wat bewaakt u precies?

De Winterspelen 2014 in het Russische Sotsji worden de duurste ooit, maar ook de best beveiligde De overheid houdt iedereen in de gaten Ook nieuwsgierige verslaggevers

Correspondent Rusland

Als ik uitcheck bij hotel Rivièra in de Russische badplaats Sotsji, lopen er twee geüniformeerde mannen binnen. „Zijn er gisteren nog bijgekomen?” vragen ze aan een baliemedewerkster. „Ja”, antwoordt zij. „Een paar. Ook iemand uit... ik geloof Pakistan.”

De mannen slaan het gastenregister open, schrijven wat namen over en vertrekken weer. „Wie waren dat?” vraag ik. „Dat is de FSO. De federale bewakingsdienst.”

Een tweede medewerkster legt uit: „Zij komen elke dag alle namen opschrijven van gasten uit Tsjetsjenië, Dagestan, Kabardino-Balkarië...”

„Islamitische namen?” vraag ik. „Ja, precies!” De administratrice wijst naar buiten. „Met de Datsja voor Eerste Personen hiernaast ...”

Hotel Rivièra, een sfeervol motel met op het dak een lawaaiig café, is gelegen aan het stadsstrand van Sotsji. Het strandje wordt begrensd door een hoge muur die de zee in loopt. Achter die muur ligt de Datsja voor Eerste Personen.

Premier Medvedev en ministers mogen hier wonen als ze aan de Zwarte Zee moeten of willen zijn. Vanaf het strand is de bovenkant van een zandkleurig complex met torens en trappetjes te zien. Officiële naam: Rivièra-6. President Poetin verblijft meestal in een residentie in de bossen.

Naast de muur op het strand doen mensen gymnastiekoefeningen. Ertegenaan leunt een jonge man met verrekijker in groene boscamouflagekleding. „Goeiedag. Wat bewaakt u precies?” vraag ik. „Dat weet ik niet”, antwoordt hij. „Is dit de Datsja voor Eerste Personen?” vraag ik. „Dat weet ik niet”, antwoordt hij. „Ik ben correspondent”, leg ik uit. „Uit Nederland. Aan wie kan ik vragen stellen over de beveiliging van objecten in Sotsji?” ‘Object’ is een belangrijk woord in Sotsji, dat zich klaarmaakt voor de Olympische Winterspelen van februari 2014. Mijn interesse betreft vooral de stadions die twintig kilometer verderop verrijzen, maar ik wil ook wel weten of een terrorist een bom zou kunnen leggen in de Datsja voor Eerste Personen. De politie heeft vorig jaar 27 crisisanalyses op objecten in Sotsji laten uitvoeren in het kader van de Spelen, maar de resultaten zijn niet gepubliceerd.

Op de mouw van de bewaker zit een embleem van de staatsveiligheidsdienst FSB. Zwijgend bekijkt hij mijn accreditatiepas, pleegt een telefoontje, en geeft alle informatie op de pas door aan zijn gesprekspartner. Er volgen nog wat codes. Acht-acht. Drie minuten later komen er twee wijkagenten aangelopen. Zij schrijven mijn pasgegevens nogmaals over. En bellen weer iemand anders. „Er komen Speciaal Opgeleide Personen deze kant op. Die kunnen al uw vragen beantwoorden.”

De mannen staren naar zee. De oudste agent haalt een handje zonnebloempitten uit zijn broekzak en begint ze aan de duiven op het strand te voeren. „Eet u zelf ook zonnebloempitten of zijn ze alleen voor de duiven?” vraag ik. (De zonnebloempit is een traditionele Russische snack. De ervaren consument scheidt pit en schilletje tussen zijn tanden.)

- „Wij mogen niet eten tijdens onze dienst.”

- „Hoelang duurt uw dienst?”

- „Twaalf uur.”

- „Eet u twaalf uur lang niets?!”

- „Ik eet maar één keer per dag”, zegt de agent. Veel vlees.

Terwijl de FSB-bewaker de duiven uit zijn hand probeert te laten eten, komt langs de promenade een glimlachende vijftiger in een open regenjas aangelopen. Een Speciaal Opgeleid Persoon. Naam: Konstantin Borisovitj Bobin. Functietitel: operatief-zaakgelastigde. Hij nodigt uit voor een kop thee.

„U sprak de mannen van de eerste linie aan. Die mogen u niks vertellen. Maar ik ga ervoor zorgen dat al uw vragen worden beantwoord”, zegt Bobin terwijl we het café op het dak van hotel Rivièra binnenlopen. „De veiligheid van de Spelen is in handen van de FSB. Ik probeer nu een woordvoerder hierheen te halen.” Bobin houdt zijn mobieltje aan zijn oor.

Enige momenten later komt een jongeman met lichtbruine ogen het café binnengelopen. „Dit is Aleksandr. Hij werkt voor de FSB. Althans, voor een afdeling van de FSB”, zegt Bobin. Aleksandr krijgt ook thee.

Verguld met de gunstige loop der gebeurtenissen begin ik Aleksandr vragen te stellen over de beveiliging van objecten in Sotsji. Maar eerst wil hij zelf wat inlichtingen inwinnen. „Mag ik uw documenten zien? Hoelang bent u al hier? Hoelang blijft u hier?” Bobins mobieltje rinkelt. „Nee, ze heeft niet gefilmd”, hoor ik hem zeggen. Stel in Rusland vragen over staatsveiligheid, en de staat begint vragen terug te stellen. Ik schuif wat op mijn stoel. „Is dit uw enige telefoonnummer?” wil Aleksandr weten.

Wie komend jaar een olympische wedstrijd in Sotsji wil bezoeken, moet van tevoren een fanpaspoort aanvragen. Via internet (pass.sochi2014.com) stuur je paspoortgegevens en een pasfoto op.

Omdat Aleksandr er het zwijgen toe doet, vertelt Bobin wat er volgens hem met die gegevens gebeurt. „Ze worden gecheckt met internationale databases, zoals Interpol en nationale databases. Hoelang de procedure duurt, ligt aan je nationaliteit.”

Wie veroordeeld is geweest in verband met drugs, terrorisme of wapenbezit, komt de olympische stadions niet in. „Maar heb je per ongeluk twintig jaar geleden iemand doodgereden en daarvoor in de cel gezeten, dan waarschijnlijk wel”, zegt Bobin.

Eventuele strafbladen worden volgens hem inhoudelijk gecontroleerd. „Er is een collegium dat de beslissingen neemt over twijfelgevallen. Om te voorkomen dat iemand wordt geweigerd omdat één persoon zijn achternaam niet aanstaat.”

Sotsji wordt vermoedelijk niet alleen de duurste, maar ook de strengst beveiligde Olympiade ooit. Op het terrein van de schaatsstadions controleren honden nu al iedere auto op bommen. Ook profsporters moeten tijdens internationale ‘testevenementen’ (zoals de WK schaatsen) door de detectiepoortjes. Zelfs een woordvoerder van het olympisch comité moest de procedure doorlopen, tot zijn chagrijn.

En langzaam verandert ook Sotsji zelf in een fort. Sinds vorig jaar patrouilleren er kozakken in de stad, particuliere bewakers die de tradities in ere houden van de kozakken die eeuwen geleden voor de Russische tsaar de buitengebieden bewaakten.

In totaal 29 ‘objecten’ in Sotsji vallen nu onder een speciaal regime – ze worden elke maand gecontroleerd op kern-, biologische en chemische wapens, explosie- en terrorismegevaar. In vier van de 49 wachtstadjes, waar de gastarbeiders wonen die de stadions bouwen, is permanent politie aanwezig. Veel gastarbeiders komen uit (islamitisch) Centraal-Azië.

De Russische generaal-luitenant der politie heeft in 2008 aangekondigd dat er tijdens de Spelen meer dan veertigduizend agenten en militairen zullen patrouilleren. Ter vergelijking: in Vancouver beveiligden circa 16.000 agenten, militairen en privébewakers de Winterspelen van 2010. En dan is er nog de FSO, die islamitische gasten in hotel Rivièra in de gaten houdt.

Hoofdagent Bobin wordt weer gebeld. Hij kijkt teleurgesteld. Er kan geen woordvoerder van de FSB naar het café komen om de actuele stand van zaken te geven. „De vertegenwoordiger voor buitenlandse pers moet iemand zijn die minstens twee buitenlandse talen en uw cultuur kent”, heeft Bobin net te horen gekregen. „En die beginnen pas op 1 juni.” De dag dat de beveiligingsmaatregelen in Sotsji verder zullen worden aangescherpt.

We zwijgen. De thee is op. „Mag ik uw achternaam weten?” vraag ik Aleksandr. Hij heeft die van mij immers ook gekregen. „Die kan ik niet geven”, zegt hij glimlachend.

„De rekening graag”, vraag ik de uitbaatster. „240 roebel”, zegt ze. Bobin kijkt haar aan. „Laat maar”, zegt ze. Ik mag niet betalen voor de thee. En Bobin en Aleksandr doen het ook niet.