Filmer die graag mocht klagen

De Russische filmer Aleksey Balabanov leefde en filmde meedogenloos. Sinds begin jaren negentig was hij een cultheld op filmfestivals.

Aleksej Balabanov, 2012 Foto AFP

De getalenteerde, tegendraadse Russische regisseur Aleksej Balabanov is zaterdag in een sanatorium bij Sint-Petersburg op 54-jarige leeftijd overleden aan een hartinfarct. Hij maakte vanaf 1989, toen de Sovjet-Unie terminaal was, 16 speelfilms: pikzwarte komedies vol Russische hardrock, want hij zag zichzelf als de „anti-establishment rock-’n-roller van de Russische film”.

Op het Rotterdams filmfestival scoorde Balabanov in 2007 een culthit met Cargo-200, over een wrede politieman die anno 1984 een schrikbewind uitoefent in de schaduw van een verlepte staalfabriek. Te meedogenloos en hoekig: zo word je een cultfilmer.

Balabanov klaagde graag en oogde zelden gelukkig, ook niet in Rotterdam, waar het volgens hem goed drinken was, maar hij steeds „door zwarten werd beroofd”. Dat vertelde hij in zijn patriottische fase na 2000, toen Poetin de Russische trots had hersteld, en Balabanov een aantal boze, halfracistische films maakte. Eigenlijk sloeg hij in 1997 dat pad al in met Brat, zijn bekendste film, die zowel de westerse intelligentsia als het Russische filmpubliek bekoorde – een thriller waarin een Tsjetsjenië-veteraan (Bodrov) afrekent met een maffiabaas en zijn trawanten uit de Kaukasus die Russische sloebers op de markt terroriseren. Het was misschien ook een reactie op zijn dreigende acceptatie door de filmelites van Cannes, Venetië en Rotterdam. Want daar was hij welkom sinds zijn zwart-witfilm Happy Days (1991).

Gezond leven was helaas niet Balabanovs prioriteit. „Wodka opent de geest en geeft zelfvertrouwen”, zei hij in 2009 in Rotterdam bij de promotie van Morphia, zijn film over een plattelandsarts die, op de drempel van de Russische revolutie, verslaafd raakt aan de morfine. Die arts was hij zelf, aldus Balabanov. Overal buitenstaander, beetje kil, verteerd door zijn werk, vluchtend in drank, en in dienst van eenvoudig volk dat hij vaak verachtte. En dat alles in een wereld die op instorten stond.