De kamers van mode-illustrator Piet Paris

Een modemissionaris, noemt Piet Paris (nom de plume van Pieter ’t Hoen, 1962) zich. Zijn liefde voor mode verkondigt hij op verschillende manieren. Hij geeft les en hij was medeoprichter van de Mode Biënnale Arnhem. Hij was verantwoordelijk voor de inrichting van modehotel Modez in Arnhem. Maar vooral is hij mode-illustrator. In de tijd dat

Een modemissionaris, noemt Piet Paris (nom de plume van Pieter ’t Hoen, 1962) zich. Zijn liefde voor mode verkondigt hij op verschillende manieren. Hij geeft les en hij was medeoprichter van de Mode Biënnale Arnhem. Hij was verantwoordelijk voor de inrichting van modehotel Modez in Arnhem. Maar vooral is hij mode-illustrator.

In de tijd dat hij werd opgeleid aan de kunstacademie van Arnhem maakten vooral prognosebureaus veel gebruik van tekenaars. Tegenwoordig is er veel minder werk voor modetekenaars; een aparte illustratieafdeling bestaat zelfs niet meer op de Nederlandse modeopleidingen. Niettemin is Piet Paris behoorlijk succesvol.

Zijn tekeningen worden gepubliceerd in kranten en (mode)tijdschriften in onder meer Nederland en Japan. Hij maakte boekomslagen, etalages en plastic tasjes voor het Amerikaanse warenhuis Sasks Fifth Avenue, een decor voor een show van Viktor & Rolf,  een kek logo voor Ilse de Lange (dat helaas niet werd gebruikt).

In het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem is nu een vrolijke en uitgebreide tentoonstelling met zijn werk te zien, mede geïnitieerd door Modekern, een nieuwe stichting die de archieven van Nederlandse modeontwerpers wil gaan beheren, om te beginnen van ontwerpers  – en dus een tekenaar– die zijn opgeleid in Arnhem. Na het einde van de tentoonstelling zal het werk dat op de expositie te zien bij de stichting worden ondergebracht; deels digitaal, deels in het Gelders Archief.

Piet Paris heeft de expositie in Arnhem zelf vormgegeven. Tien ‘kamers’ heeft hij ingericht in het museum. Een van de kamers is gewijd aan de eerste drie edities van de modebiënnale, waarover hij de creatieve leiding had. De andere negen behandelen elk een ander aspect van zijn illustraties. De meeste tekeningen liggen op tafels. Daar worden ze tenslotte meestal gemaakt en bekeken, zegt hij. Bovendien: „Als je dingen aan de muur hangt, wordt het meteen kunst. Mijn werk is geen kunst, maar toegepaste kunst.”

Er is een kamer over  symmetrie, een stijlmiddel dat ,,rust” en ,,tijdloosheid” in een illustratie brengt. In een ander is te zien hoeveel schetsen hij maakt voor zijn ogenschijnlijk simpele, bijna abstracte beelden, waar nog altijd geen computer aan te pas komt. Hij demonstreert hoe hij stoffen verbeeldt (denim: blauwe streepjes; kant: met een spuitbus over een lap kant gaan). Zijn heldere en naïeve kleurgebruik komt aan de orde, net als de producten die hij tegenwoordig ook op de markt brengt: servies bijvoorbeeld.

Het leerzaamst is de kamer waar de illustraties worden gecombineerd met de kleren die ze hebben geïnspireerd. Daar is te zien hoeveel details ‘t Hoen kan weglaten zonder dat die kledingstukken minder herkenbaar worden. Tekenen geeft, in tegenstelling tot fotografie, de mogelijkheid alleen ,,de essentie” van een kledingstuk weer te geven. Bij een roze cape in Japanse stijl van Prada is dat volgens Piet Paris het feit dat het kledingstuk geen sluiting heeft; de tekening laat zien hoe een model het kledingstuk met een vinger dichthoudt en hoe de stof daardoor naar beneden valt. Een geheel roze ‘Barbiejurk’ van Viktor & Rolf is gedeeltelijk zwart gemaakt, zodat het zoete karakter ervan nog beter uitkomt. Van een zwarte jurk van Lanvin met een witte volant langs het rugdecolleté laat hij alleen die volant zien.

Er was een tijd dat  Piet Paris  namens De Telegraaf de shows in Parijs en Milaan bezocht. Daar zijn geen budgetten meer voor. Ook voor de catwalktekeningen die hij maakt voor de Nederlandse Vogue is hij tegenwoordig aangewezen op internet. Het heeft de vaart  niet uit zijn werk gehaald.

Louis Vuitton, voorjaar 2013, voor Vogue Nederland

Tot en met 4 augustus, MMKA, Arnhem. mmka.nl