De Gouden Palm? Er tekenen zich al twee kanshebbers af

Cannes loopt richting eindstreep, op de filmmarkt in de ingewanden van het Palais des Festivals worden brochures en de jumboschermen al zo’n beetje ingepakt. Maar de competitie gaat nog vier dagen door. Vanochtend Only God Forgives van Nicolas Winding Refn, zo’n film die door de roedel waarschijnlijk helemaal aan stukken wordt gescheurd. Het duo Refn-Ryan

Nicolas Winding Refn en Ryan Gosling in mei 2011. Foto AFP / Francois Guillot

Cannes loopt richting eindstreep, op de filmmarkt in de ingewanden van het Palais des Festivals worden brochures en de jumboschermen al zo’n beetje ingepakt. Maar de competitie gaat nog vier dagen door. Vanochtend Only God Forgives van Nicolas Winding Refn, zo’n film die door de roedel waarschijnlijk helemaal aan stukken wordt gescheurd. Het duo Refn-Ryan Gosling was in 2011 een van de verrassingen van Cannes met hun stijlvol gewelddadige Drive, met Gosling als grote stads-samoerai.

Ditmaal is Gosling als criminele expat Julian even stil in een broeierig diachroom Bangkok - Refns kleurenblindheid bepaalt zijn filmstijl. Maar was ‘The Driver’ vrij van banden, Julian is speelbal van een geschifte familie, met name de angstaanjagende Kristen Scott-Thomas als verscheurend moederdier. En dan is er een nemesis, een Thaise politiechef die gewapend met samoeraizwaard en bovennatuurlijke kalmte foltert en amputeert.

Ik zie nu de recensies al: hol, gratuit geweld, potsierlijk. En ben het daar niet mee eens. Only God Forgives is interessant, omdat Winding Refn het risico neemt ridicuul te zijn. Hij speelt een ragfijn spel met onze verwachtingen - als dit Drive 2 is, wie is dan The Driver? - en levert op zijn minst een interessant fiasco af. En dat zijn vaak de leukste films.

Dan een film die met een prijs wegloopt, gewoon omdat hij zo verdomd charmant en naïef en lief is, en je na afloopt beseft dat hier de film toch ooit voor werd uitgevonden. Een love story over de manke, discodanser Grisgris van Mahamet-Saleh Haroun. Een stervende vader, gangsters en een gazelle-achtige hoertje Mim met gouden hart - een kop groter - zijn de ingediënten van deze neo-neorealistische fabel die leert dat je maar beter arm kan zijn in het dorp. Hartverwarmend, en minder formeel en stijfjes dan de voorganger Un homme qui crie. Wordt niet overgeslagen.

En de Gouden Palm, komende zondag? Vrijdag mijn lijstje, maar er lijken zich twee koplopers af te tekenen. Allereerst de Coen Brothers met Inside Llewyn Davis, een even liefdevol als sarcastisch portret van de folkscene in Greenwich Village anno 1961, vlak voor de komst van De Verlosser Bob Dylan. Een losjes op folkmuzikant Dave van Ronk gebaseerde loser met talent maar zonder charisma leidt ons door een wereld van onuitstaanbaar goede joodse liberals, verslaafde jazzmuzikanten, louche vakbondsbestuurders en impresario’s en natuurlijk de cyperse kat, die de gebroeders Coen er ‘maar even in gooiden’ toen ze naar eigen zeggen beseften wel heel weinig verhaal te hebben.

Maar omdat de broeders al zoveel wonnen, zet ik nu in op Paolo Sorrentino, wiens portret van Andreotti, Il Divo, zo’n film is waarvan de echo’s jarenlang in andere films doorklinken, zoals je nu ook ziet gebeuren met Terrence Malicks Tree of Life.

La Grande Bellezza, de titel zegt het al: een cynische, oude kunstcriticus toont ons een Rome van bijna buitenaardse schoonheid. Niet voor jonge geesten, deze meditatie over Romeinse, en Italiaanse inertie, maar zelfs na tweeënhalf uur zat ik de titelrol tot de laatste letter uit: Rome vanaf de Tiber, met modern-sacrale koorzang. Mijn God, wat een verrukkelijk overrijp fruit. En Sorrentino moet echt zijn Gouden Palm nog winnen.