Altijd lastig: ingrijpen of vertrouwen

Het gezin van de vermoorde broertjes uit Zeist was al vier jaar bekend bij jeugdzorg Die moet nu verklaren hoe dit heeft kunnen gebeuren

Foto Ilvy Njiokiktjien

redacteur Jeugd en gezin

Jeugdzorg heeft iets uit te leggen, zei burgemeester Janssen van Zeist gisteren. „De maatschappij wil weten hoe het zover heeft kunnen komen.”

De burgemeester had het over de tragische afloop van de verdwijning van de broertjes Ruben en Julian uit Zeist, die dit weekend dood zijn gevonden, waarschijnlijk vermoord door hun vader. Het gezin bleek al vier jaar bekend bij jeugdzorg en had al met meer dan tien verschillende instanties en hulpverleners te maken gehad. Jeugdzorg moet nu verklaren hoe dit dan toch heeft kunnen gebeuren. Waarom ze niet eerder hebben ingegrepen.

Dilemma’s

Dat is voor jeugdzorg een vertrouwde positie. De organisaties in de kinderbescherming moeten altijd de lastige balans zoeken tussen (te snel) ingrijpen en (te veel) vertrouwen, en het uitleggen als het misgaat. De afgelopen jaren kreeg jeugdzorg vaak het verwijt kinderen te snel bij hun ouders weg te halen. Zoals in het recent in de publiciteit gekomen geval van het Turks-Nederlandse jongetje Yunus, dat na een achteraf onbevestigd vermoeden van mishandeling uit huis is geplaatst. Volgens critici was dat te snel gebeurd, terwijl terugplaatsing door tijdsverloop steeds moeilijker wordt, vooral bij jonge kinderen.

De bureaus jeugdzorg zijn de afgelopen tien jaar ook naar eigen zeggen voorzichtiger geworden, door een aantal ernstige incidenten die veel publiciteit kregen. Sommigen spreken van een ‘angstkramp’. Vooral de dood van de peuter Savanna in 2004 had sterke invloed op de instellingen. De gezinsvoogd van Savanna is strafrechtelijk vervolgd omdat ze de peuter niet uit huis had laten plaatsen, terwijl er aanwijzingen waren voor mishandeling.

Het resultaat is dat het aantal kinderen in de pleegzorg de afgelopen tien jaar is verdubbeld, naar 15.000 kinderen. Bijna 40.000 kinderen staan onder toezicht van een voogd, anderhalf keer meer dan tien jaar geleden.

De zaak van de broertjes is illustratief voor de dilemma’s waarmee jeugdzorgmedewerkers te maken krijgen, blijkt uit vele reacties. De gescheiden ouders van de broertjes waren voortdurend aan het strijden over de omgangsregeling, en de moeder beschuldigde de vader van mishandeling. De vader had recent te horen gekregen dat hij de kinderen minder zou mogen zien, en dat hij gehoord zou worden als verdachte van kindermishandeling. Een werknemer van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling heeft de krant laten weten dagelijks te maken te hebben met gescheiden ouders die elkaar beschuldigen van kindermishandeling. „Ook het dreigen met familiedrama’s komt regelmatig voor. Het is een groot maatschappelijk probleem.”

Versnipperde hulpverlening

In deze zaak speelt nog een ander probleem dat jeugdzorg al jaren aankleeft: de hulpverlening was versnipperd en daardoor onvoldoende effectief, en een duidelijke regie ontbrak. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling benoemde de voortdurende onenigheid tussen de ouders in 2009 al als emotionele mishandeling van de kinderen. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming was dat in april 2013 niet veranderd. De Raad liet zich kritisch uit over de tot dan toe geboden hulp, en drong aan op spoedig overleg tussen alle betrokken partijen.

Hervormingen

De jeugdzorg staat aan de vooravond van ingrijpende hervormingen die juist aan die versnippering een einde moeten maken. Vanaf 2015 moeten gemeenten de jeugdzorg gaan organiseren, in plaats van ook de provincies en het Rijk. Onder het motto ‘één kind, één plan, één regisseur’. Gemeenten zouden dat beter kunnen omdat ze dichter bij de gezinnen staan.

„Er moet meteen aan het begin worden vastgesteld welke hulp er nodig is, en het eigen netwerk van de gezinnen kan meer worden ingezet”, zegt Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA). Kamerlid Vera Bergkamp (D66) wil daarnaast dat er goed gekeken wordt welke hulp gezinnen krijgen. „Er worden te veel methodes toegepast waarvan de effectiviteit niet is aangetoond.” Maar beiden zeggen dat het een illusie is te denken dat er dan nooit meer zulke tragische gebeurtenissen zullen zijn.

Of jeugdzorg in het geval van deze broertjes iets te verwijten is, moet nog blijken. De inspectie Jeugdzorg onderzoekt het optreden van de betrokken jeugdzorginstellingen.