Afghaanse vrouw krijgt het zwaarder

In Afghanistan raken gevangenissen voller met vrouwen die hun man ontvluchten. De rechten van de vrouw staan onder druk, nu buitenlanders hun biezen pakken.

Dreigt het toch al weinig benijdenswaardige lot van veel Afghaanse vrouwen nog treuriger te worden, nu de meeste buitenlandse troepen aanstalten maken het land te verlaten? Die vraag rijst naar aanleiding van een debat in het parlement en een gisteren gepresenteerd rapport van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

Uit dat rapport blijkt dat het aantal meisjes en vrouwen in Afghanistan dat gevangen zit wegens ‘morele misdaden’ flink is toegenomen: van 400 in oktober 2011 tot ongeveer 600 nu. De enige ‘misdaad’ van de meeste vrouwen is dat ze hun echtgenoot zijn ontvlucht, met wie ze dikwijls onder dwang van de familie op jonge leeftijd moesten trouwen, of omdat ze werden verkracht of mishandeld.

Weliswaar heeft de regering gezegd dat zulke vluchten niet strafbaar zijn, maar het Afghaanse Hooggerechtshof en veel conservatieve rechters oordelen daar anders over.

Human Rights Watch hekelt verder de wijd verbreide praktijk van de zogeheten ‘maagdelijkheidsonderzoeken’ door de politie. Doel van deze vernederende behandeling is vast te stellen of het meisje of de vrouw de laatste tijd al dan niet illegale seks heeft gehad. Of ze zijn verkracht doet er volgens conservatieven niet toe. Een oppassend meisje heeft nooit ongewenste seks, redeneren ze.

De betere ontplooiingsmogelijkheden voor Afghaanse vrouwen worden vaak gezien als een van de voornaamste verworvenheden van de westerse bemoeienis met Afghanistan sinds de verdrijving van de Talibaan in 2001. Vrouwen en meisjes hebben ontegenzeggelijk meer toegang tot onderwijs en gezondheidszorg gekregen, maar het rapport van Human Rights Watch onderstreept dat hun positie zeer kwetsbaar blijft.

Sommige activisten voor vrouwenrechten hoopten daarom de positie van de vrouw te versterken door een decreet van president Hamid Karzai uit 2009 over vrouwenrechten alsnog om te zetten in een formele wet, die door het parlement zou moeten worden goedgekeurd. Dit decreet, dat al bindend is, verbiedt kinderhuwelijken, gedwongen huwelijken, verkrachting en geweld.

Volgens veel strijders voor vrouwenrechten was dit echter vragen om problemen. Het parlement in Kabul wordt immers gedomineerd door aartsconservatieve mannen. Die zouden het debat stellig aangrijpen om het in hun ogen veel te liberale decreet danig af te zwakken.

Afgelopen zaterdag was het zover. Een aantal conservatieven fulmineerde tegen de ‘goddeloze’ wet. Ze waren tegen een verbod op kinderhuwelijken en gedwongen huwelijken. Ook mochten wat hen betreft een aantal opvangcentra voor gevluchte vrouwen dicht en zouden vrouwen toestemming aan hun man moeten vragen om buitenshuis te kunnen werken. Hafiz Mansur, een parlementariër uit Parwan, opperde dat de wet een poging was van buitenlanders om westerse waarden op te leggen aan Afghanistan.

Toen de gemoederen verhit raakten, verwees de parlementsvoorzitter het wetsontwerp prompt naar een parlementaire commissie voor nader overleg. Tot woede van conservatieven en opluchting van progressieven. Zo bleef de schade nog beperkt.

Maar veel activisten vrezen dat vrouwenrechten verder onder druk zullen komen. Heather Barr, onderzoekster van Human Rights Watch in Kabul, opperde dat de groeiende aantallen vluchtende vrouwen samenhangen met het toegenomen vertrouwen van conservatieve mannen, nu de buitenlanders bijna weg zijn. Volgens haar kan zo – net als vroeger – het gevoel ontstaan dat „mensen in de toekomst weer vrij zijn vrouwenrechten te negeren”.