Voor altijd finalist van Roland Garros

Martin Verkerk stond tien jaar geleden in de finale op Roland Garros. Na een donkere periode zit hij goed in z’n vel. „Ze kijken weer positief naar mij.”

Martin Verkerk: „Als ik ergens binnenkwam had ik honderd vrienden en was het feest.” Foto Rien Zilvold

Hoge pieken, diepe dalen. Martin Verkerk heeft jaren in een achtbaan van emoties gezeten. Tien jaar na zijn finaleplaats op Roland Garros heeft de 34-jarige oud-tennisser de rust teruggevonden. En een nieuwe missie. „Over tien jaar moeten er in Nederland weer toppers staan. En die hoop ik groot te kunnen maken. Ik wil de Nederlandse Nick Bollettieri in het klein worden”, verwijst Verkerk in woonplaats Alphen aan den Rijn naar de Amerikaanse coach die veel toppers heeft grootgebracht.

Verkerk werd in 2003 in één klap wereldberoemd toen hij op het gravel van Parijs om de titel mocht spelen tegen Juan Carlos Ferrero. Sindsdien is er geen dag voorbij gegaan dat hij daaraan niet werd herinnerd. „Ik was opeens van iedereen. In het begin vond iedereen me een gave gozer. Als ik ergens binnenkwam had ik direct honderd vrienden en was het feest. Maar maakte ik een grap in een mindere periode, was ik een arrogante lul of een flierefluiter. Mijn open karakter was mijn kracht, maar ook mijn valkuil.”

Twee weken lang leefde Verkerk in Parijs in een roes. Zijn overwinningen op Zeljko Krajan, Luis Horna, Vince Spadea, Rainer Schüttler, Carlos Moya en Guillermo Coria staan in zijn geheugen gegrift. „Als ik één partij had mogen overdoen, was dat de finale tegen Ferrero.”

Verkerk zag de wereld om hem heen snel veranderen. Tennisfans plaatsten hem op een voetstuk. Hij werd ‘de nieuwe Krajicek’ genoemd. Maar toen grote successen daarna uitbleven, kreeg hij het stempel van eendagsvlieg. „Dat is natuurlijk onzin. Ik heb twee toernooien gewonnen, ben nummer veertien van de wereld geweest, heb vijf jaar Davis Cup gespeeld. Daarvoor heb ik hard moeten werken. Mensen zien dat niet. Daarom was het zo frustrerend dat ik door een schouderblessure moest stoppen. Anders had ik nog jaren bij de beste twintig of dertig gestaan. Daar ben ik van overtuigd.”

Gevoelsmens Verkerk speelde zijn beste tennis onder trainer Nick Carr. „Ik heb pas laat het licht gezien. Ik was begin twintig en ik kreeg van mijn vader nog een laatste kans iets van mijn carrière te maken. Carr raakte bij mij de juiste snaar. Voor hem ging ik door het vuur. Toen deed ik er alles voor te slagen. De enige manier om de top te halen. Je moet als tennisser niet alleen de basis onderhouden. Je moet altijd iets extra’s doen.”

Na een paar donkere jaren, waarin hij voor de buitenwereld nauwelijks bereikbaar was, heeft hij in zijn hoofd een knop omgezet. „Het heeft tijd gekost alles een plekje te geven”, blikt hij terug. „Ik werd vaak op negatieve wijze nagewezen door mensen die mij helemaal niet kenden. Ik ben egoïstisch geweest. Maar ik was zeker niet helemaal van het padje. Er deden allerlei verhalen de ronde. Daar kun je niet tegen strijden. Neemt niet weg dat ik ben veranderd. Ik ben volwassen geworden. Dat jongensachtige is weg.” En dan lachend: „Ik pak ook voor journalisten weer de telefoon op.”

Het voormalige servicekanon wist niet goed wat hem te wachten stond toen hij vorig jaar op de Tennis Classics in Apeldoorn tussen andere oud-spelers voor het eerst zijn opwachting maakte. „Ik kreeg een staande ovatie van het publiek. Dat deed me wel wat. Kippenvel op mijn armen. Ze waren me niet vergeten. Mensen kijken nu weer positief naar mij. Ze hebben kennelijk toch wel respect voor mijn prestaties. Dat doet me wel goed.”

Verkerk is een half jaar geleden teruggekeerd in de tenniswereld. Hij is als coach verbonden aan de tennisacademie Apex van Jaap Plugge in Noordwijkerhout. Verkerk traint afwisselend met talentvolle jeugdspelers en recreanten die hun niveau willen verbeteren. „Ik zit weer goed in mijn vel. Ik ben blij dat ik met tennis bezig kan zijn. Dat is toch altijd mijn ding geweest. Ik ben nu zes maanden bezig en ik vind het leuk om mijn kennis over te brengen. Maar ik merk wel hoever het Nederlandse tennis is afgezakt. De afgelopen tien jaar is er iets misgegaan. Het kan toch niet zo zijn dat Nederland geen tennistalenten meer voortbrengt?”

Het hart van Verkerk gaat sneller kloppen als hij over zijn nieuwe ambities praat. Op termijn wil hij de ‘Martin Verkerk Tennis Academie’ gaan openen. Dat moet een kleine kopie worden van de Bollettieri Academy in Florida. Net als de Amerikaanse tennisgoeroe hoopt hij een basis te creëren waar tennistalenten kunnen groeien naar de top. „Als coach ben ik anders dan als speler. Ik ken de valkuilen. Ik moet voorkomen dat talenten bepaalde fouten maken. Ik hanteer de ‘Nick Carr methode’. Ik ben een strenge coach. Alleen met keihard werken maak je een kans. Buiten de baan is het lachen, gieren en brullen.”

Als Verkerk naar de huidige generatie proftennissers in Nederland kijkt dan zet hij hier en daar zijn vraagtekens. „Robin Haase, Igor Sijsling en Thiemo de Bakker doen het nu redelijk, maar in mijn ogen kan het beter. Ik zou best met één van hen willen werken. Stel dat De Bakker mij belt en zegt: ‘Martin, ik heb het licht gezien. Zou jij me kunnen voorbereiden op Roland Garros?’ Dan zou ik daar open voor staan. Ik denk dat De Bakker in potentie in de top 20 zou moeten kunnen staan. Hij heeft meer talent dan ik had. Als Arantxa Rus of Michaëlla Krajicek wil dat ik ze terugbreng naar de top dan kan dat. Maar ik word niet eens benaderd.”

Verkerk maakt zich zorgen over het gebrek aan tennistalent na de lichting Haase, Sijsling en De Bakker. „Nederland moet vijf jongens en vijf meisjes in de top kunnen hebben. Daar ben ik van overtuigd. Tennissers hoppen vaak van coach naar coach. Kiezen voor een vriend als trainer. Dat is niet goed. Ik wil op mijn manier iets neer zetten. Ik zie me niet als een concurrent van de tennisbond, denk wel dat het anders moet. Deze zomer zal ik op toernooien op zoek gaan naar talenten.”

Verkerk is ervan overtuigd dat hij een talent op de juiste wijze kan vormen. „Ik kijk naar het individu. Ik aai spelers niet over hun bolletje. Ik kan ze tot op hun bot afzeiken, maar ze toch met een positief gevoel van de baan laten stappen. Ik heb de weg naar de top bewandeld. Ik weet wat daarbij komt kijken. Ik kan zelfs vertellen hoe het is om een finale van een grandslamtoernooi te spelen.”

    • Koen Greven