Column

Vijftien keer per jaar

Het ‘NOS Journaal’ doet verslag uit Cothen

Toni Morrison, Renate Dorrestein, Sir Walter Scott, Frank Wedekind, Arnon Grunberg, Sam Shepard, Eugene O’Neill en Euripides zijn nog maar enkele van de auteurs die een roman of toneelstuk schreven over infanticide: het doden van een kind door een van zijn ouders.

In die fictie zijn de motieven gevarieerd: armoede, de goden behagen, wanhoop, wraak op de andere ouder, waanzin. Het fenomeen komt in vrijwel alle tijden en culturen voor en is uitgebreid beschreven. Dat maakt de daad niet minder weerzinwekkend, maar de totale verbijstering die zich de afgelopen dagen meester maakte van Nederland verbaasde mij zeer, vooral op de sociale media, waar je ongeveer tot paria werd verklaard als je niet openlijk tranen plengde om de door hun vader vermoorde Ruben en Julian.

Op televisie viel het dan nog relatief mee, onder meer dankzij het geringe aantal actualiteitenprogramma’s tijdens het Pinksterweekeinde.

Op tv is wel in de weken tussen de verdwijning van de broers en het vinden van hun vermoedelijke lichamen nabij Cothen een soort van collectieve betrokkenheid gecreëerd. Die begon met de noodkreet van de moeder op Facebook en daarna een Amber Alert, altijd een probaat middel om een zaak in de aandacht te brengen en te houden. Ook de vrijwilligers die bossen op de Utrechtse Heuvelrug uitkamden op zoek naar de jongens, droegen bij aan het gevoel dat dit drama van ons allemaal was. Of in de woorden van NOS-verslaggever Eelco Bosch van Rosenthal: „Twee jongens die je misschien niet kende, maar wel had kunnen kennen.”

De meest volwassen berichtgeving (over „broers”, geen „broertjes”) verzorgde gisteren het Jeugdjournaal (NOS) dat ervaring heeft in het bezweren van de paniek die kinderen kan treffen na oververhitte mediaberichtgeving over jeugdige slachtoffers. Na het constateren dat veel kinderen verdrietig en verslagen zijn, legt de NOS uit dat zoiets als ouders die hun kinderen naar het leven staan „gelukkig bijna nooit voorkomt.”

Nou ja, bijna. In EenVandaag (TROS) schatte forensisch psycholoog Toon Verheugt, auteur van het non-fictieboek Moordouders, het op 10 tot 15 slachtoffers per jaar in Nederland. Die halen niet allemaal in dezelfde mate de publiciteit. Verheugt stelt dat bijna alle daders aan een ernstige psychische stoornis lijden en dat het ze niet om de kinderen gaat, van wie ze misschien juist veel houden. Het zijn nuttige kanttekeningen, voor wie geneigd is te denken dat we in apocalyptische tijden leven. Er is ook verstand.