'Teeven bezuinigt zonder gedachte'

Staatssecretaris Teeven (Justitie) wil flink bezuinigen op het gevangeniswezen. Maar met zijn plannen maakt hij het land niet veiliger, zegt adviseur Leo de Wit.

Leo de Wit Hoofdofficier van Justitie Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 03-11-2008

Van burgemeesters tot gevangenisdirecteuren. Van reclassering en forensische zorgspecialisten tot advocaten en rechters. Uit allerlei hoeken heeft staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) al flinke kritiek gekregen op zijn bezuinigingsplannen voor het gevangeniswezen. Hij bezuinigt de komende jaren honderden miljoenen euro’s, oplopend tot 340 miljoen in 2018.

Leo de Wit begrijpt die weerstand wel. Hij is voorzitter van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van Veiligheid en Justitie. „De massiviteit van dit verzet komt doordat moeilijk begrip voor deze voorstellen valt op te brengen. Men snapt de achterliggende gedachte niet.”

Vandaag komt ook de RSJ met twee zeer kritische rapporten over de plannen. Eén advies gaat over het masterplan, zoals Teeven de bezuinigingen noemt. Het ander gaat over het wetsvoorstel dat elektronische detentie mogelijk moet maken. De Wit geeft uitleg, samen met Paul Mevis. Mevis is voorzitter van de commissie die het voorstel over elektronische detentie beoordeelde.

Het wordt er met deze bezuinigingen niet veiliger op, zegt u.

Leo de Wit: „Dat is één van de kernpunten van onze kritiek. Deze plannen leiden niet tot een verandering in gedrag van gedetineerden. Met deze voorstellen wordt de kans dat ze zich opnieuw schuldig zullen maken aan misdrijven groter in plaats van kleiner. Dat raakt aan de veiligheid van de samenleving.”

Terwijl de staatssecretaris er juist prat op gaat dat hij Nederland veiliger maakt. Wat is de gedachte hierachter?

Paul Mevis: „Heel simpel. Teeven is gewoon gaan strepen, tot hij aan de 340 miljoen zat. Ik zie geen begin van een idee hoe deze plannen zouden passen in het gevangeniswezen dat we hebben.

„Nederland heeft al tientallen jaren een systeem waarbij mensen die de gevangenis ingaan, in een fatsoenlijk regime terechtkomen. Ze krijgen er gedegen begeleiding, gericht op terugkeer in de maatschappij. Hoe we dat moeten doen, staat in deze plannen nergens genoemd.”

De Wit: „Bovendien bevatten de plannen tegenstrijdigheden. Elektronische detentie moet een groot deel van die bezuinigingen opbrengen. Als die detentie één van de hoekstenen van je beleid is, dan lijkt me dat je die wilt laten slagen. Maar Teeven zegt: we voeren die kaal in, dus zonder enige begeleiding of zorg. ”

Teeven zegt wel dat mensen met een enkelbandje aan het werk moeten, en niet thuis met een biertje op de bank mogen zitten.

De Wit: „Ook dat wordt niet uitgewerkt. De staatssecretaris zegt alleen dat gedetineerden niet voor elektronische detentie in aanmerking komen als ze een contra-indicatie hebben. Dat betekent dat zij geen psychische problemen of ernstige verslaving mogen hebben, en ze moeten tenminste een bank hébben om op te zitten. Dit levert rechtsongelijkheid op. Want de groep mét zo’n contra-indicatie blijft achter in de gevangenis, in veel slechtere omstandigheden. Dat is algauw de helft van de gevangenispopulatie, Teeven haalt voor hen alle detentiefasering weg, het proces waarin gedetineerden weer stap voor stap kunnen wennen aan de samenleving. Ze komen in een rigide gevangenissysteem dat in één klap eindigt.”

Mevis: „De kwetsbaarste groep mensen, die elektronische detentie niet eens aankan, veronderstellen we dus wél in staat om van vandaag op morgen zonder begeleiding terug de samenleving in te gaan.”

Wat betekent het voor de werkdruk in de gevangenissen zelf?

Mevis: „Het wordt er voor het personeel niet gemakkelijker op. Stel je voor dat je ’s ochtends de deur moet openen van een cel waar twee mensen vanaf vijf uur de vorige middag opgesloten hebben gezeten. Dan kijk je toch eerst even door het luikje. Heel anders dan als een celdeur open staat en een gedetineerde goedemorgen naar je roept.”

Teeven tast de vrijheid van de rechter aan, zegt u, omdat een straf straks zonder diens tussenkomst kan worden omgezet in elektronische detentie.

De Wit: „Ja, dat is ongelukkig en principieel onjuist. In het plan van Teeven kunnen rechters aangeven dat ze in individuele gevallen géén elektronische detentie willen. Rechters moeten dan een soort vooruitziende blik hebben, hoe de veroordeelde erbij zit als de straf ten uitvoer wordt gelegd. Dat is lastig, en dus zullen ze sneller een voorbehoud maken en géén elektronische detentie toestaan.

„Onze opvatting is dat rechters elektronische detentie uitdrukkelijk als hoofdstraf moeten kunnen opleggen. Teeven moet die detentie juridisch anders inbedden. Want op zich zijn wij er juist vóór.”

Mevis: „In de eindfase van langere straffen laat de staatssecretaris open of die elektronische detentie wordt afgebouwd – het gaat dan om een termijn van achttien maanden. Dat doet afbreuk aan onze resocialisatiegedachte. Iemand moet niet op de laatste dag nog dezelfde controle krijgen als toen hij met elektronische detentie begon.”

De Wit: „Dat klemt, ook omdat we geen ervaring hebben met zo’n lange termijn van elektronisch toezicht. De proeven die we in het verleden hebben gedaan, duurden maximaal vier maanden.”

Hoe doordacht vindt u het lijstje van 26 gevangenissen die sluiten?

De Wit: „Het doet me denken aan de jaren zeventig. Toen gingen ook aan de lopende band gevangenissen dicht, in de verwachting dat iedereen zich voortaan aan de regels zou houden. Een paar jaar later zaten officieren van justitie aan het einde van hun dag wanhopig naar hun stapels bevelen tot inbewaringstelling te kijken. Geen idee waar ze al die mensen moesten laten.”

Mevis: „In de kranten duiken steeds mooie foto’s op van onze drie koepelgevangenissen, in Breda, Arnhem en Haarlem. Ik geloof dat we die al drie keer hebben gesloten, maar ze bestaan nog steeds. Nú is minder gevangeniscapaciteit nodig, maar de vraag is of dat zo blijft.”

De Wit: „We hebben geen helder antwoord op de vraag waarom het aantal gedetineerden daalt. Je ziet nog steeds een flink gat tussen het aantal misdrijven en de opsporing daarvan. Gezien de 105 miljoen die de politie éxtra krijgt, zou dat opsporingspercentage best weer omhoog kunnen gaan.”

Dus Teeven kan beter wachten met die sluitingen?

De Wit: „Het sluiten van die 26 gevangenissen zou een logische consequentie moeten zijn van een logische gedachtegang. Ik gebruik met nadruk twee keer het woord ‘logisch’. Want een goed doordachte beredenering van hoe hij tot dat aantal komt, ontbreekt.

„Volgens deze plannen zitten op een dag drie- tot vierduizend mensen in elektronische detentie. Dan moet je de controle goed regelen. En je hebt voldoende celruimte nodig om mensen die zich niet aan de voorwaarden houden consequent weer op te sluiten. In dat laatste zijn wij toch niet zó sterk, to be honest.”

Moet de staatssecretaris dit hele masterplan opnieuw overwegen?

De Wit: „Ja, hij moet zijn plan op enkele essentiële punten opnieuw doordenken. Natuurlijk moet je erkennen dat forse bezuinigingen nodig zijn. Maar de kernwaarden moeten overeind blijven.

„De totstandkoming van deze bezuinigingen is veel te veel top-down geweest. Kijk naar die massieve weerstand. Dat verzet uit alle hoeken toont aan dat het plan niet in evenwicht is. Kom die toren uit en ga de discussie aan. Dat is van belang voor de mensen uit het veld, omdat het misschien om hun baan gaat, maar vooral in het belang van de samenleving.”