Stevige basis onder The Doors

Het genie van The Doors was de wilde zanger Jim Morrison. De bassen en het zweverige orgeltje kwamen van de degelijke Ray Manzarek.

Ray Manzarek in 1996 Foto Reuters

Toetsenman Ray Manzarek van The Doors beleefde een van zijn meest legendarische momenten in het Amsterdamse Concertgebouw. In oktober 1968 zouden The Doors daar optreden. Maar zanger Jim Morrison had een groot stuk hasj ingeslikt en werd bewusteloos naar het ziekenhuis afgevoerd. De overige bandleden lieten het concert doorgaan. De klassieke geschoolde Manzarek, die op zijn toetseninstrumenten ook de baspartijen voor zijn rekening nam, zong zo overtuigend als Morrisons vervanger dat een deel van het publiek nooit in de gaten heeft gehad dat de groep tot een trio was uitgedund.

Ray Manzarek (74) overleed gister in het Duitse Rosenheim, waar hij in een instituut een experimentele kankertherapie onderging.

Filmstudenten Manzarek en Morrison begonnen The Doors in 1965 in Los Angeles, gedreven door hun wens om de door William Blake beschreven doors of perception te openen voor het poppubliek. Manzarek trof gitarist Robbie Krieger en drummer John Densmore bij een cursus transcendentale meditatie en verklaarde later dat de band veel aan de Maharishi te danken had. Na een moeizaam begin werd Light my fire in 1967 hun eerste grote hit en een voorbode van de Summer of Love.

Manzareks intro op Vox-orgel was een belangrijke factor in het succes. People are strange, Hello I Love you en Love her madly werden gezichtsbepalende songs voor het hippietijdperk, voortgedreven door Manzareks stuwende en inventieve toetsenspel. Het bestaan van The Doors werd steeds meer getekend door de controverse die de roekeloze, door drank en drugs aangevuurde Morrison over de band afriep. Manzarek ving het onberekenbare gedrag van zijn zanger op als een betrouwbaar bandleider en een gedreven muzikant. Het breed uitgesponnen Riders on the storm werd zijn tour de force, met uitwaaierend elektrisch pianospel dat de band naar een hoger plan tilde op het album L.A. Woman.

Na Morrisons dood in 1971 wierp Manzarek zich op al zanger van de minder geslaagde albums Other Voices en Full Circle. Als solist maakte hij onder meer een gewaagde bewerking van Carl Orffs Carmina Burana. De rest van zijn leven stelde hij veelvuldig in dienst van de herinnering aan The Doors, onder meer bij een reünietournee in 2002. John Densmore nam afscheid van hem als „mijn muzikale broeder, die The Doors de basis gaf om te vliegen.”