Column

Raadspelletje

Neem je verrekijker mee, stond er, dan kun je de boodschappen lezen die gevangenen tegen de ramen plakken. Verzamelen op Rotterdam Centraal.

Ik had geen verrekijker, dus nam m’n camera mee, een kleine Samsung met zoomfunctie. Er waren ongeveer tien mensen. Joanna was er ook, de activiste die van de Dam was verwijderd. Ze vroeg of ik een perskaart had.

Gert-Jan, de organisator, had een hondje bij zich, een Engelse toyterriër. Bambi, heette hij, Bambi the Riot Dog. Hij deed dit al jaren. „Als je ze voor eerst achter het raam ziet, doet dat wel iets met je.” De afgelopen twee weken ging hij dagelijks. Vanwege de hongerstaking. De laatste keer was er een jongen verschenen met een mitella en een litteken op zijn rug; hij had in de isoleer gezeten, hadden ze gebaard. Gert-Jan had dit weekend geprobeerd te bellen, maar niemand nam op. „Pinksteren.”

Vanaf de metrohalte was het twintig minuten lopen naar het detentiecentrum in een wei bij Rotterdam Airport. Het groepje was gegroeid tot ongeveer 40 mensen. Er waren spandoeken met leuzen, maar ook met praktische informatie, zoals 06-nummers, en eentje met de tekst: ‘ASK FOR INDEPENDENT DOCTOR BONSEN.’ Koeienletters, want gevangenen hebben geen verrekijkers.

Eerst werd er lawaai gemaakt, bij de hoge muren. Fluitjes. Gastoeters. Pollepels op steelpannen. Bambi kefte fanatiek mee.

„Ja! Daar is iemand!”, riep een vrouw. Het lawaai verstomde. Verrekijkers naar de ogen. Zwaaien. Terugzwaaien. Gert-Jan nam de megafoon. „Hello people, we come to support you!”

We gingen de hoek om. Daar waren meer gevangenen zichtbaar, en dichterbij, een meter of dertig, hemelsbreed. „Ik heb ze nog nooit zo duidelijk gezien”, zei een oudere vrouw. Er kwamen papiertjes voor de ramen. Ik zoomde in. ‘Fuck IND.’ En: ‘Mensen SOS! Help! Plees!’ Een vrouw met een verrekijker las hardop voor. „We zijn... tien maanden… hier.”

De telefoon van Gert-Jan ging. Hij noteerde een naam, een gevangenisnummer en een geboortejaar (7-6-1986). Daarmee kon hij een ‘terugbelverzoek’ indienen.

De man met de mitella verscheen voor een raam. Het spandoek met de 06 van een journalist werd getoond.

De gevangenen gebaarden, wij moesten gissen – het was een raadspelletje. Sommige hints waren makkelijk. Duimen en wijsvingers in de vorm van een hartje? ‘Wij ook van jullie.’ Een hand in de vorm van een telefoon? ‘Ik wil bellen.’ Andere waren cryptisch. Naar beneden wijzen? ‘Isoleercel.’ Wrijven over de maagstreek? ‘Hongerstaking.’

Een jongeman met ontbloot bovenlijf ging voor het raam staan. Hij had een lap witte stof bij zich, in een sliert gedraaid, die hij om zijn hals legde, als een strop. Hij lachte erbij.

„Niet schrikken”, zei iemand, „dit doen ze elke keer.” Ik zoomde in tot het beeld trilde.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.