Klant, doe uw huiswerk

Banken en andere aanbieders van financiële producten hebben een hogere plicht dan louter eigen winstbejag. Zij hebben een zorgplicht tegenover hun (potentiële) klanten en die reikt verder dan de manier waarop verkopers van ingeblikte bonen of auto’s hun waar aan de man brengen. Een van de redenen is dat mankementen bij financiële producten pas na jaren blijken. Je hoort nooit dat zij, zoals auto’s, worden teruggehaald.

De bestaande en door jurisprudentie verder ontwikkelde zorgplicht voor financiële producten voldoet. De recente onthulling van RTL dat het ministerie van Financiën na de woekerpolis-affaire in 2006 bezorgder was over rechtszaken tegen de sector dan compensatie voor gedupeerden, onderstreept de noodzaak van waakhonden die bijten.

Aan een algemeen publiekrechtelijke zorgplicht is echter geen behoefte, zoals de Raad van State terecht stelt in zijn advies vorige week bij de wijziging van de Wet financieel toezicht. De twee argumenten van de Raad snijden hout. Een publiekrechtelijke zorgplicht versterkt de toch al omvangrijke bureaucratie van financieel toezicht. Met alle kosten van dien. In de nasleep van de kredietcrisis en de ontwrichting van de financiële markten hebben politici en toezichthouders de financiële wereld al zwaardere verplichtingen opgelegd, zoals hogere kapitaaleisen en een bankenbelasting. Deze stapeling van eisen, hoe goed bedoeld ook, beperkt de ruimte van banken om bijvoorbeeld kredieten aan het bedrijfsleven te geven. De regeldrift strekt zich tevens uit tot de wens dat toezichthouders niet alleen bevoegd zijn bij ontwikkelde financiële producten, maar ook bij het ontwikkelingsproces. Dat wil zeggen: nog voordat er een klant aan te pas gekomen is. Daarmee wordt de rolverdeling tussen particuliere aanbieder en publieke toezichthouder geweld aan gedaan.

Belangrijker nog is de verleiding tot luiheid die uitgaat van een publiekrechtelijke zorgplicht. Consumenten zullen, in de wetenschap dat officiële organisaties toch wel actie ondernemen, sneller in de verleiding komen minder aandacht te geven aan wat zij kopen. Dat proces waarin consumenten hun eigen verantwoordelijkheid zoveel als mogelijk ontkennen, is volop gaande sinds de kredietcrisis. De recente uitspraak van een officiële geschillencommissie over een 65-jarige belegger is daarvan een voorbeeld. De belegger stak zijn complete vermogen in één obligatie van zakenbank Lehman die in 2008 over de kop ging. De bank die hem adviseerde dat niet te doen moet toch bijna volledige compensatie betalen.

Financiële partijen hebben een zorgplicht die terecht verder gaat dan die van anderen. Maar ook klanten moeten weten dat zij hun huiswerk moeten doen.