Klagen helpt, maar alleen als er écht iets is

Het LAKS verzamelt al 26 jaar klachten over de examens. Heeft dat nou eigenlijk zin? Ja. Maar: „Je kunt je cijfer niet omhoog klagen.”

Wie niet klaagt, die niet wint. Voor veel scholieren is een examen pas écht voorbij nadat er een klacht is ingediend bij het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). Tenminste, zo lijkt het op de sociale media. Scholier Joran Wind formuleert het zo, op Twitter: „Iedereen even naar laks.nl , klagen over de moeilijkheid van het examen! Met een beetje mazzel normering omhoog.”

De eerste week van het centraal schriftelijk eindexamen zit erop, en de klachtenteller op de website van het LAKS stond vanochtend om 9 uur op 65.132. Koploper is het vwo-examen Nederlands, met 19.401 klachten.

Sadjia Safdari (17 jaar, 5 vwo) coördineert dit jaar de werkzaamheden van de klachtenlijn. De score van Nederlands is opvallend hoog, zegt ze in het Amsterdamse kantoor van LAKS. „Maar daar doen we nu nog niks mee. De klachten die we meteen oppakken hebben te maken met zaken als geluidsoverlast. Met meer algemene klachten, over examens die te lang en te moeilijk zijn, gaan we na de examenperiode aan de slag.”

Het LAKS verzamelt al 26 jaar de klachten van scholieren die eindexamen doen. Aanvankelijk ging het om ruim duizend klachten per jaar, maar in 2008 werd voor het eerst de grens van 100.000 klachten doorbroken. Zeker sinds er niet alleen telefonisch maar ook via internet geklaagd kan worden, weten examenkandidaten het LAKS goed te vinden. Maar, heeft al dat klagen eigenlijk wel zin?

Jazeker, zegt Sywert van Lienden, de oprichter van jongerenbeweging G500 die in 2007 voorzitter was van het LAKS. „Maar het werkt niet zoals veel scholieren denken: dat bij voldoende klachten de normering vanzelf soepeler wordt.” Het belangrijkste doel van de klachtenlijn is „examens beter maken”, zegt Van Lienden.

Daarom is het LAKS vooral geïnteresseerd in klachten over vragen en antwoorden die niet kloppen. Chanine Drijver was vorig jaar voorzitter van het LAKS en het jaar daarvoor verantwoordelijk voor de klachtenlijn. Zij zegt: „Uit de stroom van klachten filteren we met behulp van de computer de vragen waarover het meest geklaagd wordt. Daar wordt met experts naar gekeken: was de vraagstelling wel helder, klopte het antwoordmodel zoals dat op internet is gepubliceerd?”

Ook dit jaar is het LAKS op zoek naar dit soort vragen, zegt Safdari. Ze geeft een voorbeeld: „Het lijkt erop dat het voorgeschreven antwoord van vraag 19 van het examen Nederlands van de havo niet klopt. Als we definitief tot die conclusie komen, stappen we ermee naar het College van Examens (CvE).”

Het CvE is de overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op de examens en het vaststellen van de norm. Het is de bedoeling dat de examens ieder jaar even moeilijk zijn, zodat de resultaten met elkaar te vergelijken zijn. Volgens Van Lienden neemt dit college de inbreng van scholieren serieus. „Wanneer het LAKS zich constructief opstelt, valt er veel te bespreken.”

Dat klopt, zegt Willemijn Leene van het College van Examens. „Wij houden intensief contact met het LAKS. Na de afnameperiode van de examens en vóór de normeringsvergaderingen bespreken we met hen de klachten die zij eruit hebben gefilterd.”

Bij het vaststellen van de norm spelen diverse factoren mee. Toetsontwikkelaar Cito maakt zelf een technische analyse van de examens. Leene: „Aan de hand hiervan stelt het CvE de normen vast om de door de scholieren behaalde scores in een cijfer te vertalen. We betrekken daarbij ook de reacties van docenten en vakverenigingen én de rapportage van het LAKS.”

Vorig jaar haalde het LAKS zes fouten uit de examens, ze hadden er zeven aangedragen. „Daarna hebben we een erratum op het correctiemodel gepubliceerd”, zegt Leene van het College van Examens.

Maar hoe zit het nu met het idee dat het volume van klachten over een bepaald examen de normering kan beïnvloeden? „Je kunt je cijfer op die manier niet omhoog klagen”, zegt Sadjia Safdari van het LAKS. „Toch roepen we leerlingen op om zoveel mogelijk te klagen én zo concreet mogelijk. Door het grote aantal klachten kunnen wij beter patronen ontdekken en de vragen eruit pikken waarmee iets mis is.”

Willemijn Leene van het CvE zegt het zo: „Het aantal klachten dat over een bepaald examen of bepaalde vraag is binnengekomen, is niet bepalend. Maar het is wel zo dat als er veel klachten zijn over een bepaald examen, dat voor ons wel een reden is om nog eens goed naar dat examen te kijken.”

Helemaal zinloos lijkt het dus niet om na elk examen even de site van het LAKS op te zoeken. Veel scholieren denken dan ook als Tim van Raak, die vrijdag twitterde: „Wat ik ga doen als ik vanmiddag thuis ben? Gelijk een klacht indienen over t examens bij LAKS. Ook al maak je de examen goed, gewoon LAKSEN!”