Een prettige obsessie

Geen volk houdt zo van tuinieren als de Engelsen. Koningin Elizabeth opende gisteren de Chelsea Flower Show. De wedstrijd voor tuinontwerpers bestaat nu 100 jaar. Volgens critici is de show te conservatief. Daarom is er sinds drie jaar ook de modernere Chelsea Fringe.

Garden gnomes, one of which designed by British musician Elton John (C), are seen during the Chelsea Flower Show press day in London on May 20, 2013. For this year the Royal Horticultural Society (RHS) lifted its customary ban on garden gnomes at the Chelsea Flower Show to celebrate its centenary year and raise funds for the next generation of gardeners. The RHS invited celebrities to paint and decorate gnomes to feature at the world famous gardening event, before auctioning the gnomes online to raise funds for the RHS Campaign for School Gardening. AFP PHOTO / BEN STANSALL AFP

Leg het boek met te bezichtigen (particuliere) tuinen in Engeland en Wales (3.700) met elk vergelijkbaar boek over open tuinen in de rest van Europa: het Engelse exemplaar is zeker dubbel zo dik. Wat is dat toch met de Engelsen en hun liefde voor tuinieren?

Liefdadigheidsacties gaan gepaard met de verkoop van stekjes en planten, in de weekeinden zijn er tuinshows waar men strijdt om de mooiste roos of courgette. Er zijn tuinprogramma’s op televisie, talloze tuintijdschriften, en niet te vergeten Gardeners’ Question Time, het wekelijkse BBC-programma (anno 1947), dat 2 miljoen luisteraars trekt.

En de Chelsea Flower Show, een ontwerpwedstrijd voor tuinarchitecten en veelbelovende amateurs die vandaag honderd jaar bestaat, is grootste manifestatie van die liefde. De komende vier dagen zullen 161.000 bezoekers langs de showtuinen schuifelen, door de grote tent met bloemen en planten, en langs de 500 stands met tuingereedschap, -meubels en -kleding. Koningin Elizabeth opende, zoals ieder jaar de show, prins Harry heeft er een ‘eigen’ tuin.

„We zijn geobsedeerd door het landschap, en hoe we dat kunnen vormgeven. Het is de mythe van Engeland als een groen en prettig land”, zegt Sir Roy Strong, oud-directeur van het Victoria & Albert Museum en de National Portrait Gallery, en tuinhistoricus. „De ironie is dat we op een eiland wonen en niet naar de zee kijken. Jullie Nederlanders schilderden de zee, wij het landschap. Hetzelfde geldt voor onze dichters.”

Hij vertelt dat toen hij drie jaar geleden zijn eigen tuin openstelde voor publiek, in een afgelegen deel van Hertfordshire, hem werd verteld dat er in de buurt 723 horticultuurverenigingen waren: „Je hebt cactusliefhebbers, mensen die groenten verbouwen, rozenclubs, vasteplantenverenigingen.”

„Tuinieren is, met voetbal en de monarchie, een van die weinige zaken die de Britse samenleving verenigt”, meent Strong. In de tuin doet klassenverschil er niet toe: „Van mensen met potten op een Londens balkon tot de eigenaars van de grootse open tuinen die dit land kent, we doen hetzelfde.”

„De Britten houden van tuinieren zoals de Fransen van koken houden”, zegt Tim Richardson, de invloedrijke tuincolumnist van The Daily Telegraph. Tuinieren past volgens hem bij het Engelse karakter: „Het is een fysieke uitlaatklep, met je handen in de modder enzo. En het is een mooie manier om met vreemden te praten, zonder écht te praten. Je geeft iets van jezelf weg zonder intiem te worden. Niemand zal pochen over zijn tuin. Sterker nog: een Engelsman zal trots zijn tuin laten zien, en tegelijkertijd alle complimenten verwerpen met een ‘je had de border vorige week moeten zien’.”

Maar er wordt gevreesd voor de toekomst van het Engelse tuinieren. Steeds meer (stads)tuinen worden betegeld, en het percentage huizen met stukjes grond neemt af. De opleidingen voor tuinman lopen – net als landbouwopleidingen – langzaam leeg, en zullen komend jaar niet meer worden opgenomen in de officiële tabellen waarmee hogescholen met elkaar concurreren.

’s Lands bekendste tv-tuinman, Alan Titchmarsh, waarschuwde eerder deze maand dat jongeren geen interesse hebben in tuinieren, laat staan in een carrière als tuinman, en dat loopbaanadviseurs niet op de mogelijkheid wijzen.

Ondertussen heeft 70 procent van de horticultuurbedrijven moeite vacatures te vullen. „Als we zo doorgaan, zal de Britse tuinsector een schaduw van zichzelf worden, en de Chelsea Flower Show niets meer zijn dan een nostalgische herinnering.”

Daar is Titchmarsh zelf mede schuldig aan, zegt tuinarchitect en tuinboekenschrijfster Anne de Verteuil: „Hij liet op televisie zien hoe je in een weekeinde de tuin kon ombouwen, met veel ornamenten, en op laatste moment stopte je er nog wat planten in. Die vonden een plaatsje om de fontein heen. Het liet zien dat als je maar genoeg geld had, dat je een tuin had.”

En signaleert zij: „Boeken en televisieprogramma’s gaan over de stad, waar je met een kleurtje op de muur en een beetje dressy uppy, een hele lifestyle creëert. Dat heeft niets met tuinieren te maken: met wieden, en weten welke planten je waar moet zetten.”

Ze noemt de Chelsea Flower Show met de showtuinen een extreme uiting van het eerste: „Het zijn geen tuinen, eerder kunstwerken. De planten zijn speciaal gekweekt, dat is iets heel anders dan de gemiddelde achtertuin. Het is als een modeshow: slechts elementen druppelen door naar de gewone man.”

Het is een van de redenen dat Tim Richardson drie jaar geleden de Chelsea Fringe oprichtte, een alternatieve tuinshow die „in symbiose” met de Chelsea Flower Show wordt gehouden. Ook hij signaleert dat tuinieren als vak dreigt te verdwijnen.

Maar: „Ik realiseerde me dat er een hele generatie tuiniers was die niet geïnteresseerd is in de achtertuin als tuin, maar als onderdeel van het milieu. Die wil de stadsomgeving verbeteren, of iets gezamenlijks creëren met de buurt. Het buzz word is eetbaar. Het is ongedwongen, minder tuin als versiering met geklungel met fonteinen enzo.”

Richardson wilde bovendien een platform creëren voor de meer moderne en avant-garde tuinontwerpen. Want dat is de toekomst: „De Chelsea Flower Show is conservatief, dat zullen ze zelf ook zeggen. Begrijp me niet verkeerd, ik houd van de pracht en praal van Chelsea. Maar de Fringe gaat meer om de tuiniers dan de tuinen.” De Fringe staat tot de Flower Show als Björk tot Frank Sinatra, zo vergeleek The Guardian de twee evenementen deze week.

Richardson wil ook laten zien dat er op tuingebied meer is dan de Engelse cottage stijl met de bloemenborders, die beroemd werd door Gertrude Jekyll (1843 -1932) en Vita Sackville-West (1892 – 1962). „Ik word altijd droevig als mensen beweren dat we sindsdien niet zijn veranderd. Die Engelse border is een stereotype.”

Volgens Richardson is er een „enorme modernistische beweging” gaande. Met dank aan de Nederlandse landschapsarchiect Piet Oudolf, die Richardson onlangs nog opnam in zijn lijst van meest invloedrijke Britse (!) tuiniers: „Toen hij in 1994 tijdens een bijeenkomst in Kew Gardens ze i‘ik denk niet zo in kleur’, was dat een verademing.” Oudolf werkt ook met groen en grassen.

„De hele stroming die werkt met overblijvende vaste planten, in plaats van eenjarige, komt door hem”, zegt Richardson, die ook wijlen Henk Gerritsen, pionier van het natuurlijk tuinieren, roemt. „De Sheffield School, die het Olympisch Park vormgaven, trekken dat nu in het extreme.” Hij wijst op vernieuwende tuinontwerpers als Dan Pearson, Tom Stuart-Smith, en Sarah Price, die de gewone tuinier inspireren.

Strong en De Verteuil komen met dezelfde namen. De laatste zegt: „Het komt wel goed met tuinieren in dit land.” „Het is een passie. Je moet bedenken: tweederde van de tijd zitten we hier binnen, en kijken we naar onze tuin. Die moet er dan mooi uitzien. Slechts een derde van de tijd kunnen we continentaal zijn, en buiten zitten.”