De vrijheid zit in mijn bloed

Over een maand is het groeiseizoen van het ‘witte goud’ alweer voorbij. Aspergekweker Jeroen de Weerd zet de botten eronder en gaat er stevig tegenaan.

Nederland, Raalte, 12-05-2013 Jeroen de Weerd, Asperge teeler PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2013

Zwarte stroken plasticfolie liggen strak over de lijnrechte aspergebedden. Auto’s rijden af en aan op het erf van aspergebedrijf De Weerd in Raalte, tussen Deventer en Zwolle. De boerderijwinkel staat vol met klanten. Een kok deelt speciale aspergehapjes uit. De familie De Weerd is vol in productie: Jeroen (29) en zijn moeder Florentina (54) staan in de schuur bij de sorteermachine, vader Henk (53) bij de aspergeschilmachine en Jeroens vriendin Annemarie (27) helpt de klanten bij de kassa.

Afgelopen zaterdag, topdrukte op de boerderij. Om acht uur ’s ochtends stonden klanten al te wachten tot de winkel openging. Door het koude voorjaar is het seizoen voor witte asperges laat op gang gekomen. Normaal worden de eerste asperges tegen eind maart gestoken, maar dit jaar werd pas eind april begonnen. Over een maand is het groeiseizoen voor het ‘witte goud’ alweer voorbij. Nu moet het gebeuren voor de familie De Weerd, in een kleine twee maanden moet de omzet voor het hele jaar worden binnengehaald. Dit was een goede dag, met zo’n 400 klanten.

De aspergeboerderij zit vier generaties in de familie. Mensen uit het hele land komen speciaal naar dit bedrijf voor witte asperges – een ‘exclusief seizoensproduct dat het smaakvolst is als het vers wordt opgediend’. In 2004 stond het voortbestaan van het familiebedrijf op het spel toen Henk zijn rug brak bij het skeeleren. Hele dagen werken lukt hem niet meer – hij is afgekeurd. Het bedrijf afbouwen, of doorpakken, dat was de vraag waar de familie voor stond. Zoon Jeroen, die al op zijn zesde met een mesje in de aspergevelden stond, wilde het op termijn overnemen. „Toen hebben we met zijn allen besloten door te gaan: we zetten de botten eronder en we gaan er stevig tegenaan”, zegt Jeroen in de koffieruimte in de schuur.

Jeroen is partner en wordt klaargestoomd om de boerderij later over te nemen van zijn ouders. Hij werkt ook als freelance engineer in de industriële automatisering. Het bedrijf bestaat uit zeven hectare asperges, en er is 27 hectare voor de teelt van leliebloembollen. De asperges worden volledig in eigen beheer verkocht: zestig procent via de boerderijwinkel, en veertig procent gaat naar de horeca (zo’n vijftig restaurants en hotels).

Baal je dat het seizoen zo laat begon?

„Ja. Zodra de temperaturen oplopen, en je krijgt zonlicht in het voorjaar, komen de aspergeplanten op gang. Het zijn warmteminnende planten, hoe warmer het is, hoe meer we produceren. Als we zoals nu een uitgesteld voorjaar hebben door de koude temperaturen, lopen we een paar weken omzet mis. We moeten het altijd in zo’n twaalf weken verdienen, nu missen we vier weken. Dat is best pittig, de kilo-opbrengst is veel lager. En we verkopen minder aan de horeca als er weinig zon is, want het is een terrasgroente.”

Waarom wil je het overnemen?

„Ik heb vier jaar in een fabriek gewerkt als engineer, op een vaste plek, tussen vier muren. Ik miste de vrijheid. Ik ben met de vrijheid van deze boerderij opgegroeid, dat zit in mijn bloed, dat krijg je er niet meer uit. De korte lijnen maken het mooi: je bent bezig met de plant zelf, en ook de afzet regelen we zelf.”

Wat maakt de asperge zo’n bijzonder product?

„Het is de enige groente die nog in het oogstseizoen wordt gegeten. Het wordt regionaal geproduceerd en geconsumeerd. En we oogsten nog met de hand. We behandelen de stengel met liefde en gevoel. Iedere asperge gaat zo’n vijf keer door onze handen: op het land bij het steken, bij het sorteren, bij het schillen tweemaal en bij het verpakken. Elke asperge controleren we voordat hij naar de klant gaat.”

Is asperges kopen ook een beleving?

„Voor veel mensen is met de auto asperges halen al een plezier op zich. Van de bijna 400 klanten die er vandaag waren, heeft zeker 25 procent zo’n dag eromheen gemaakt. Dat is het aspergegevoel. Het is bijzonder dat mensen hier rustig tien minuten in de winkel staan te wachten voor een kilo asperges, terwijl ze eigenlijk ook naar de supermarkt hadden kunnen gaan voor een goedkopere prijs. Niet zo lekker, maar toch. Ze nemen de extra moeite om hier heen te rijden. Daar doe ik het voor.”

Jullie teelden vroeger diverse soorten groenten, zoals prei, witlof, wortelen, bonen en asperges. Maar jullie moesten je specialiseren doordat supermarkten hun aanbod versgroenten uitbreidden.

„De klandizie liep terug, mensen gingen vaker hun groenten halen in de supermarkt. Er bleef wel een vaste groep mensen komen, maar op een gegeven moment werden we meer sociaal maatschappelijk werkers. Dat houdt een keer op. Toen hebben we besloten ons te specialiseren op de bloembollen en asperges.”

Zien jullie de supermarkten als concurrentie?

„Nee, eigenlijk niet. Asperges liggen vaak vier dagen na de oogst in de supermarkt, terwijl de houdbaarheid dan is bereikt. De smaak is dan niks meer. Wij proberen de nadruk te leggen op die versheid. Als wij hier een asperge van twee dagen oud hebben, gooien we die weg. Als een inkoper van een supermarkt een partij groente heeft gekocht, zal hij dat koste wat kost willen verkopen. Die insteek is totaal anders.”

In 2009 kwam de zaak van aspergeteler José J. uit Someren volop in het nieuws, zij is veroordeeld voor uitbuiting van Roemeense en Poolse werknemers. Heeft deze zaak gevolgen gehad voor het imago van de aspergewereld?

„Heel erg. Het is erg negatief geweest voor het product. De controles op arbeidskrachten zijn verschrikkelijk aangescherpt. Veel mensen denken dat onze zes Poolse werknemers hier voor anderhalve euro per uur asperges steken, maar ik betaal ze netjes volgens het cao-loon, plus een mooie bonus als ze goed hun best doen. Mensen komen hier de schuur binnen en vragen: jullie hebben zeker ook Polen? Dan denk ik: daar is toch niets mis mee? Die jongens doen goed hun werk en wij betalen ze goed. Het is een Poolse familie, ze komen ieder jaar, ze weten van aanpakken. Er is vertrouwen over en weer, dat loopt heel soepel. We hebben regelmatig Nederlandse jongens van uitzendbureaus gehad, dat gaat gewoon niet. Die bellen ’s ochtends op: ik ben ziek, ik kom niet. We organiseren elk seizoen open dagen, om ons product te promoten. En klanten kunnen dan zien dat de toestanden in Someren bij ons absoluut niet van toepassing zijn.”

Zie je toekomst in dit vak?

„Absoluut, de klandizie neemt toe. Mensen zijn bereid te betalen voor een vers en eerlijk product, dat merk ik aan alles. De consument wordt steeds kritischer op datgene wat hij eet, men wil weten waar het vandaan komt. Wij telen nagenoeg biologisch.”

De asperge heeft het imago van een elitair product. Wil je dat doorbreken?

„Met regionale bedrijven maken we producten als aspergebier, aspergekaas, aspergebonbons en asperge-ijs. Zo willen we een breder publiek aanspreken en het elitaire randje verlagen. Er hoeft geen biefstuk en een dure wijn bij, een biertje en een plakje ham maakt een bord asperges ook uit de kunst. Desondanks is en blijft de asperge een delicaat product, de koningin van de groente. ”

Eten jullie zelf veel asperges?

„Wat een vraag! Ja, heel veel. In het seizoen sowieso vijf, zes keer in de week. Ook uit nood geboren, omdat we in deze periode geen tijd hebben om naar de supermarkt te gaan.”

Wat is het mooiste moment van het seizoen?

„Als de zonnestralen op de aspergeheuveltjes schijnen, en de eerste kopjes er bovenuit komen: dat is zo’n gevoel van ja, ze komen er weer aan. De eerste asperges belanden bij ons altijd in de soep, die mijn moeder maakt. Dan wordt de hele familie bij elkaar getrommeld om aspergesoep te eten. Dat is het voorteken dat het seizoen begint.”