De vraag: waarom?

De lichamen van de vermiste jongens Ruben en Julian zijn gevonden Het vermoeden is dat hun vader hen heeft gedood Waarom doet een vader dat? Criminoloog Marieke Liem deed daar onderzoek naar

NOVUM08:ONDERZOEK IN COTHEN:COTHEN;20MAY2013-Er wordt vandaag nog steeds onderzocht bij de vindplaats van de twee lichamen. ME houdt de geintereseerden op afstandNovum/mk/str.Marc Koot Novum MARC KOOT

Redacteur wetenschap

Waarom doodt een vader zijn kinderen? Met die vraag zullen veel mensen zitten die de afgelopen dagen met de zaak van Ruben en Julian uit Zeist hebben meegeleefd. Waarschijnlijk zal die vraag nooit beantwoord worden, want de vermoedelijke dader, de vader van de jongens, heeft zichzelf om het leven gebracht. Betekent dat dat we helemaal niets over de motieven van de vader kunnen zeggen? Nee, dat ook weer niet. Maar wel weinig.

Dat komt ook al doordat moord gevolgd door zelfmoord een bijzondere vorm van geweld is, die veel minder voorkomt dan moord alleen, of dan zelfmoord alleen. In 2011 kwamen in Nederland volgens cijfers van het CBS 165 mensen door moord of doodslag om het leven en pleegden 1.647 mensen zelfmoord. En uit onderzoek van criminoloog Marieke Liem (verbonden aan Harvard University en de Universiteit Leiden) blijkt dat jaarlijks gemiddeld 7 mensen in Nederland iemand anders om het leven brengen en daarna zichzelf doden. Aandacht trekkende, dramatische gevallen zijn het – maar ook zeldzame.

Liem promoveerde in 2010 op het onderwerp. Volgens haar onderzoek is de meest frequente vorm van moord-zelfmoord het doden van een partner en zichzelf; dat gebeurt in Nederland gemiddeld vier keer per jaar. Het doden van een of meer kinderen en daarna zelfmoord plegen staat qua frequentie op nummer twee; dat komt in Nederland gemiddeld één keer per jaar voor. Meestal zijn de daders blanke mannen.

Liem heeft de zaak van de vermiste broertjes op afstand gevolgd, vertelt ze aan de telefoon vanuit Cambridge, Massachusetts. En over de mogelijke motieven van de vader wil ze op basis van haar eerdere onderzoek wel wat zeggen, maar dan wil ze eerst kwijt dat kindermoord gevolgd door zelfmoord „een heel heterogeen fenomeen” is, en dat je er dus niet in algemeenheden over kunt praten – aan deze zaak vindt ze bijvoorbeeld opmerkelijk dat de lichamen van vader en zoons op verschillende plaatsen zijn gevonden en dat de vader de lichamen van de zoontjes verstopt had. En we hebben de dader natuurlijk niet gesproken.

Het Medea-complex

Hoe dan ook, dit geval doet haar denken aan een Medea-complex, zegt ze. „Ken je dat uit de Griekse mythologie, het verhaal van Medea en Jason? Jason ging ervandoor met een nieuwe, jongere vrouw, waarop Medea hun beide zoons doodde. In zo’n geval is het motief om de partner pijn te doen en de partner de kinderen te misgunnen: als ik geen recht heb ze te zien, dan jij zeker niet. En tegenwoordig zien we veel vaker dat Medea de man is. Dat is ook logisch: de vrouw krijg vaker de voogdij, de man heeft dus relatief meer aanleiding voor zo’n daad.”

Hoe moeten we dan de zelfmoord van de vader interpreteren? Die kan twee betekenissen hebben, zegt Liem. „Het kan de ultieme wijzende vinger zijn: je hebt niet alleen het leven van de kinderen verwoest, maar ook mijn leven. Of de vader kan gedacht hebben: ‘mijn leven is niets meer waard en ik kan de kinderen niet achterlaten, die kunnen niet bij hun moeder blijven.’”

In haar promotieonderzoek onderscheidde Liem drie typen ‘moord gevolgd door zelfmoord’: een met moord als voornaamste doel (waarbij de zelfmoord een latere overweging is), een met zelfmoord als voornaamste doel (de dader is wanhopig, vaak depressief, en wil zijn slachtoffers graag meenemen in de dood), en een waarbij moord-zelfmoord gezien wordt als ‘totaaloplossing’ voor de problemen van de dader, zonder dat die zelfmoord in zijn eentje heeft overwogen. Bij kinderdoding zie je meestal het tweede en derde type, zegt Liem. Dat zijn de ‘Jason en Medea’-situaties.

‘Copycat effect’ is niet bewezen

Liem weet iets over die motieven, doordat een deel van haar onderzoek zich baseerde op dossiers van het Pieter Baan Centrum. Dit betrof mensen die, na hun kinderen te hebben vermoord, „serieus hebben geprobeerd zich van het leven te beroven, maar die weer bij bewustzijn zijn gekomen”. Verder, vertelt ze, kun je nog informatie over de motieven halen uit briefjes die daders achterlaten („dat gebeurt niet zelden”), uit telefoontjes die van tevoren worden gepleegd, of uit eerdere bedreigingen.

Tot slot wil Liem nog iets bemoedigends kwijt: „Het is absoluut niet zo dat dit soort gevallen in de loop der tijd steeds vaker voorkomt. En het is ook niet bewezen dat er een copycat effect optreedt” – dus dat anderen het óók gaan doen, als ze over een zaak als deze vernemen. „Bij zelfmoord gebeurt dat wel, weten we, en bij school shootings ook, maar voor dit soort gevallen is het nog niet aangetoond.”