De oorlog van de buren merken ze in Libanon

Het Syrische geweld steekt dagelijks de Libanese grens over Libanezen vrezen dat hun land wordt meegesleept in de burgeroorlog Bewoners aan de grens vluchten voor het geweld

Correspondent

„Dit is oorlogsgebied”, zegt Khaled, terwijl hij triest naar zijn velden met granaatappelbomen wijst. Tot voor kort was Khaled, een jonge Libanees in sportjack, een tevreden fruitboer. Nu noemt hij zich conciërge. Zijn land – in het noordwesten van Libanon – durft Khaled niet meer te bewerken, uit angst te worden beschoten. Daar waar zijn oprit begint werden onlangs nog twee Libanezen uit zijn dorp gedood. Het Syrische leger van president Bashar al-Assad had hen vermoedelijk verward met gevluchte sunnitische rebellen, die al twee jaar in Syrië tegen de troepen van Assad vechten.

Het Syrische geweld steekt nu dagelijks de Libanese grens over en het gevaar bestaat dat ook Libanon ontvlamt. Meer dan de helft van de inwoners van het boerendorp Masharia al-Qaa, vlakbij de Syrische grens, is al vertrokken. De blijvers wagen zich niet op straat.

Khaled heeft zich met zijn ouders verschanst in hun huis, om te voorkomen dat het Syrische leger het leegrooft. Elke nacht ziet hij Syrische soldaten zijn dorp binnengaan, en soms weglopen met televisies. Volgens Khaleds moeder zitten in bergen rondom het huis ook Syrische rebellen, die hun toevlucht zoeken tot sunnitische dorpen in Libanon om op krachten te komen.

Welke partij in Syrië hij verkiest, durft Khaled niet te zeggen. Maar hij is een sunniet en tussen de regels blijkt zijn afkeer van Assad. Zijn achternaam wil Khaled ook niet geven. Hij is bang voor de shi’itische groepering Hezbollah, de dominante macht in Libanon en een bondgenoot van Assad, een alawiet. Khaled vreest dat niet alleen het geweld, maar ook de sektarische haat in Syrië overslaat naar Libanon. En dat verwijt hij Hezbollah, omdat Hezbollah zich met de oorlog in Syrië bemoeit.

Hezbollah-leider Hassan Nasrallah erkende onlangs openlijk dat zijn manschappen in Syrië actief zijn. Maar over de precieze rol van Hezbollah wordt gezwegen. Hezbollah probeert vanzelfsprekend te voorkomen dat het met Assad zijn voornaamste bondgenoot in de regio verliest. Maar Hezbollah moet ook zijn legitimiteit in eigen land bewaken. De organisatie is immers (zwaar) bewapend om Libanon tegen Israël te beschermen – niet om sunnitische Syriërs te bevechten. Bovendien wil Hezbollah niet de beschuldigingen voeden dat het, door zijn inmenging in Syrië, Libanon destabiliseert.

Libanon is al labiel door de delicate demografische balans tussen christenen, sunnieten en shi’ieten, die onderling zeer verdeeld zijn – niet in de laatste plaats over de relatie met Syrië. Tussen 1975 en 1990 woedde in Libanon een hevige burgeroorlog, waarbij het Syrische leger ingreep en dertig jaar bleef. Sindsdien blijft het in Libanon onrustig.

Bovenop de interne spanningen komen meer dan een miljoen Syrische vluchtelingen (Libanon telt vier miljoen inwoners), die onvrede wekken door de prijsstijgingen en de economische stagnatie die zij veroorzaken. Daarbij verstoren de overwegend sunnitische vluchtelingen het precaire sektarische evenwicht in Libanon. „Sunnieten zijn nog veel erger dan Joden”, zo fulmineert een man in Qasr.

In Qasr zijn Libanezen pro-Asssad

Qasr is net als Masharia al-Qaa een Libanees boerendorp vlak aan de Syrische grens, maar dan shi’itisch. De bewoners zijn aanhangers van Hezbollah en Assad. Vanuit Qasr zien ze tussen de bergen de Syrische stad Qusayr liggen, waar dezer dagen zwaar wordt gevochten. Qusayr is een doorvoerhaven voor wapens uit Libanon – voor beide kampen. Uit de Syrische bergen rondom Qusayr en Qsar stijgen steeds rookpluimen op.

Maar de oorlog is niet alleen zichtbaar vanuit Qasr, de oorlog heeft ook Qasr al bereikt. In het Libanese gebied rond Qasr landden de laatste twee maanden zo’n vijftig kleine raketten van Syrische rebellen, met enkele doden tot gevolg. Deze week sms’te een extremistische sunnitische groepering in Syrië, het Nusra-Front, naar de shi’itische bewoners hier dat ze maar beter konden vertrekken, omdat Libanon zou worden beschoten als vergelding voor Hezbollahs rol in het conflict. Rolluiken in Qasr zijn nu gesloten. Scholen zijn dicht.

Maar Hezbollah, de baas in het gebied bij Qasr, wil bezoekers juist laten zien dat de shi’itische Libanezen in het grensgebied niet bang zijn of vertrekken. Dus zegt een ineengedoken Hezbollah-zegsman, als er vlakbij mortiergranaten inslaan: „Niks aan de hand. Iemand repareert gewoon zijn wc.” En dus brengt Hezbollah bezoekers bij Abu Khaleb al-Jamal, die een dag eerder bijna werd geraakt door een raket. „Wij zijn niet bang”, zegt die meteen. „We wachten op een teken van Nasrallah om naar Qusayr te gaan, we zijn er klaar voor.” Achter zijn koeienstal stapt hij dreigend Syrië binnen. Zo poreus is hier de grens.

‘Hezbollah steunt Assad militair’

Maar dat teken van Nasrallah komt niet. Tenminste: niet publiekelijk. Want de lijn die Hezbollah strikt hanteert is dat er weliswaar Hezbollah-aanhangers naar Syrië vertrekken om te vechten, maar dat Hezbollah zijn strijders niet organiseert. De martelaren die terugkomen – hun heroïsche beeltenissen hangen overal in het grensgebied – zijn volgens Hezbollah vrijwilligers die alleen vochten om een paar duizend Libanezen die in dorpen in Syrië wonen te beschermen. Volgens buitenlandse analisten biedt Hezbollah Assad echter directe en zeer omvangrijke militaire steun.

Een van de Libanese strijders in Syrië, een oudere man die tijdelijk uitrust in Qasr, weet precies wat hij wel en niet moet zeggen. Ali Alsaymi heeft een Libanese burgermilitie gevormd in Zeita, nabij Qusayr, zegt hij. Om de paar dagen rijdt hij er zelf naartoe. Hij krijgt wapens, munitie, diesel en brood van de troepen van Assad. Hezbollah heeft hij in Syrië niet gezien. „Wij zijn geen Hezbollah. Wij zijn gewoon trotse shi’ieten”, aldus Alsaymi. Naast hem staat een ingelijst portret van Nasrallah.

Alsaymi moet niks van de sunnitische opstandelingen in Syrië hebben, „dat zijn terroristen”, maar tegen sunnieten heeft hij verder niets, zegt hij. „Vroeger gingen we naar hun bruiloften.” Die praktijk is in het spookachtige grensgebied nu wel voorbij. In een betere wijk van de hoofdstad Beiroet, waar halfblote Libanezen hardlopen langs wegen vol Porsches met spoilers, zegt architect Mohammed Trabuzi – zelf sunniet – dat hij nog veel shi’itische vrienden heeft. Maar hij is er niet gerust op, zegt Trabuzi. „Hezbollah speelt met vuur. En dit is Libanon. Hier kan alles gebeuren.”