De gillende geldpers van premier Abe

Het was een winstje van slechts 0,1 procent, maar het was vanmorgen genoeg om de Japanse Nikkei-index te laten eindigen op het hoogste punt in 5,5 jaar. Maar zelfs met 15.369,13 punten is de index ver verwijderd van het hoogste peil ooit. In de laatste handelsdagen van het jaar 1989, tijdens de hoogtijdagen van de zeepbeleconomie, klom de Nikkei naar een slot van 38.915,87. En dat is nog steeds 2,5 maal hoger dan nu.

Toch tekent de recente opmars van de index, met meer dan vijftig procent in nog geen half jaar tijd, het optimisme dat het land in zijn greep heeft sinds het aantreden van premier Shinzo Abe, eind vorig jaar. Abenomics, zoals zijn beleid wordt genoemd, is het jongste, en grootste monetaire experiment van de laatste tijd. Abe benoemde een nieuwe man bij de centrale bank, Haruhiko Kuroda, die prompt liet weten Japan uit zijn lange slaap te wekken met een beleid dat de inflatie moet opstuwen tot 2 procent door een verdubbeling van de hoeveelheid geld in omloop.

Dat komt wel erg dicht in de buurt van het ‘helikoptergeld’ dat de huidige baas van de Amerikaanse centrale bank, Ben Bernanke, het land tien jaar geleden al voorschreef: strooi bij wijze van spreken geld vanuit een helikopter over Japan uit om de hardnekkige deflatie te lijf te gaan. Stripliefhebbers zal hier niet ontgaan dat Willy Vandersteen al in 1961 de uitvinder was van dit concept, met Lambik als Wilde Weldoener (Suske en Wiske, album 55), die met een helikoptertje geld over het land uitstrooit.

Abenomics lijkt al bij voorbaat te werken. Afgelopen donderdag presenteerde Japan een economische groei op jaarbasis van 3,5 procent in het eerste kwartaal. Deze sprint moet vooral zijn getrokken op basis van puur optimisme, omdat Abe zijn beleid nog nauwelijks had geformuleerd, laat staan uitgevoerd. En dus wordt het wachten op het tweede kwartaal, waarin moet blijken in hoeverre de stemming standhoudt.

Wat helpt is de yen. De daling van de munt, met eenderde tegenover de Amerikaanse dollar sinds Abe’s aantreden, wordt tegenover de rest van de wereld gepresenteerd als slechts een neveneffect van het nieuwe beleid: de Bank van Japan jaagt de inflatie op, dit spoort de burgers aan tot besteden en leidt zo tot het aantrekken van de economische activiteit. En, o ja, de yen kan dalen omdat er meer van in omloop komt.

Wie een weekje in Tokio rondhangt merkt dat in Japan zelf het beleid diametraal anders wordt uitgelegd. Het beleid zorgt voor een daling van de yen, dit jaagt via de import de inflatie op, versterkt de concurrentiekracht van het bedrijfsleven en zorgt er voor dat het land zich uit de stagnatie exporteert.

Zo begrijpen Japanners het, en zo is het ook. Zou er op de komende top van de G8, half juni in Londen, door Japans Westerse partners over geklaagd worden? Reken er niet op. Abenomics is niet alleen een economisch, maar vooral ook een geopolitiek concept. De opmars van China in de regio kan beperkt worden door een sterk Japan. Als het daarvoor even gratis mee moet rijden op de treeplank van de rest, dan moet dat maar.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.