De gêne, de schrik, de paniek

Het moet iedereen wel een keer zijn overkomen: je zit met een vriendin in een restaurant, jullie praten over de risotto en de serveersters en de semipoëtische zwart-wit foto’s aan de muur, en dan zegt ze: „Zullen we anders vrijdag naar de film? O wacht, vrijdag is dat ding van Esther.” Nieuwsgierig vraag je: „Hè? Wat voor ding van Esther dan?”, en op dat moment zie je het gebeuren: al de verschillende emoties op haar gezicht, de verwarring, de gêne, de schrik, de paniek. En je begrijpt: aha. Dat ding van Esther waar je blijkbaar niet voor bent uitgenodigd.

Nu is het doorgaans aangenamer om wél ergens voor uitgenodigd te worden, mits je korfbalweekenden en Twilight-leesclubs buiten beschouwing laat. Maar een keer niet uitgenodigd worden is ook weer niet het einde van de wereld. Je kent Esther niet heel erg goed. Je komt er wel weer overheen. Je begrijpt het ergens ook wel. Je zou jezelf ook niet altijd uitnodigen. Zeker niet als er wodka-Red Bull en een exemplaar van SingStar Rock Ballads aanwezig is. Dus je probeert je vriendin gerust te stellen en zegt: „Ah joh, dat is toch helemaal niet erg. Maakt echt niet uit.” Het probleem zit ’m echter in: de plaatsvervangende schaamte-boomerang. Zíj voelt zich ondertussen hoogst ongemakkelijk in deze situatie, waarin zij plotseling de boodschapper van jouw uitnodigingsnederlaag is geworden. En de reacties die voortkomen uit een plaatsvervangende schaamte-boomerang zijn heel lief bedoeld, maar maken de zaken vaak nog nét ietsje ongemakkelijker.

Zo zegt ze waarschijnlijk eerst iets als: „Wat? Heb jij er niks over gehoord? Nee, dat moet een vergissing zijn hoor! Heb je al in je spambox gekeken?” Hier wil je eigenlijk al zeggen: „Weet je, laten we erover ophouden, het is geen probleem, echt niet”, maar meestal gaat het dan verder met: „Het is ook eigenlijk maar een heeeeeel klein feestje hoor, alleen maar een paar vrienden, echt de intimi zeg maar…”, waar je eigenlijk alleen maar op kan antwoorden met een soort halfslachtige vriendschapsanalyse: „Ja, nee, Esther en ik, dat is ook meer zo’n casual gewoon-als-het-gezellig-is-contact, weet je wel?” Waarop ze besluit met: „Nou, ik vind het maar vreemd. Ik ga wel even zelf aan Esther vragen hoe het zit.” Inmiddels maakt het al niet meer uit hoe verschrikt je „neeeneeneenee” roept, hoe je benadrukt dat ze Esther hier níet over moet gaan bellen en dat je het écht niet erg vindt: ze blijft je vol medelijden aankijken, alsof ze vermoedt dat je tijdens dit gesprek al stiekem plannen maakt om Esther vanavond wat haatmails te sturen en daarna dronken mee te blèren met Anastasia’s Left Outside Alone op repeat.

Het zou een hoop schelen als je zulk uitnodigingsongerief kan ontwijken met een welgemeend ‘veel plezier’. Waarna je zelf op zoek kan gaan naar een ander feest – wodka-Red Bull en SingStar in de tas.