De Dwaze Moeders zoeken gewoon verder

Ook na de dood van oud- dictator Videla blijven de Dwaze Moeders een cruciale politieke factor in Argentinië, al vormen ze niet langer een eenheid.

Het deed haar weinig, de dood van de Argentijnse oud-dictator Jorge Videla (87), afgelopen vrijdag op de toiletpot van zijn cel. „Emoties bewaar ik voor de mooie dingen, niet voor mensen die slecht zijn,” zegt Mirta Baravalle (88) droevig. „Het spijt me dat hij niet meer heeft geleden. En dat hij zijn geheimen meeneemt in zijn graf. Nu zal ik nooit weten wat er met mijn dochter is gebeurd.”

Baravalle is een van de oprichters van de Madres de Plaza de Mayo, de Dwaze Moeders, die dit jaar 36 jaar bestaan. Het zijn de moeders van de verdwenen kinderen uit de ‘Vuile Oorlog’ die zich tussen 1976 en 1983 in Argentinië afspeelde. Onder Jorge Videla ontdeed het leger zich van ruim dertigduizend tegenstanders: vooral linkse intellectuelen, artiesten, journalisten en studenten die zich verzetten tegen het schrikbewind van de generaal.

De Dwaze Moeders, die van spottende uitlatingen van een hoge functionaris uit het regime een Geuzennaam maakten, groeiden uit tot het gezicht van vreedzaam protest en doorzettingsvermogen. De vrouwen kwamen elkaar tegen in hun zoektocht naar verdwenen zonen en dochters. Ze verenigden zich en hielden stille marsen op het Plaza de Mayo, het centrale plein in Buenos Aires. Omdat het vrouwen waren, liet de junta ze begaan. Eenmaal, in 1977, gaf Videla opdracht in te grijpen. Een aantal moeders verdween, net als hun kinderen.

Het belette de moeders niet om door te gaan. Wel leidde onenigheid in 1986 tot een splitsing. De ene groep, waartoe ook Mirta Baravalle behoort, accepteerde schadevergoedingen en richt zich op de berechting van betrokkenen uit het militaire bewind. Subsidie krijgen zij niet: ze verkiezen neutraliteit.

De andere groep, die veel groter is, weigert pertinent smartengeld, omdat zij de dood van hun kinderen zo officieel zouden erkennen. Deze moeders, uitgegroeid tot een politieke club met een radicalere agenda, zien het als hun taak om de missie van hun verdwenen kinderen voor te zetten. Ze werden omarmd door de huidige president Cristina Kirchner en krijgen jaarlijks miljoenen aan subsidies waarmee ze onder andere een universiteit oprichtten.

In 2011 raakte deze groep in opspraak. Miljoenen bedoeld voor een sociaal huisvestingsproject bleken via een onbetrouwbare tussenpersoon te zijn uitgegeven aan vliegtuigen, jachten en privéhuizen. De man werd veroordeeld. Begin dit jaar kwam hij vrij.

Het is een kleine smet die op beide groepen afstraalde: voor de buitenwereld is het niet makkelijk te uit te maken welke moeder bij welke groep hoort. Niettemin blijven de moeders een invloedrijke politieke kracht.

Ook de dochter van Mirta Baravalle werd ontvoerd: Ana Maria (28), een sociologiestudente en sociaal activiste. Op 27 augustus 1976 stormden dertig mannen met bivakmutsen Baravalle’s huis in Buenos Aires binnen. „Eerst doorzochten ze alleen het huis en namen sierraden en geld mee,” herinnert de oude vrouw zich, terwijl ze door een boek bladert met foto’s van haar dochter, „maar een kwartier later kwamen ze terug.” De mannen namen de vijf maanden zwangere Ana Maria en haar man Julio César mee. Mirta heeft haar dochter nooit meer gezien.

Wel weet Mirta dat haar dochter in gevangenschap beviel van een gezond kind. Net zoals de moeders van ruim vijfhonderd andere baby’s, is Ana Maria daarna waarschijnlijk vermoord. De baby’s werden geschonken aan vrienden van het leger.

De roof van haar kleinkind leidde ertoe dat Mirta Baravalle ook een andere organisatie begon: de Abuelas, Grootmoeders. Zij zoeken al 36 jaar naar hun kleinkinderen, eerst via inlichtingen en fotomateriaal, later ook via DNA-onderzoek. Het genetisch materiaal van de oma’s ligt inmiddels opgeslagen in de eerste DNA-databank ter wereld die speciaal voor opsporingsdoeleinden werd opgericht. Zo kan de herkomst van kinderen ook in de toekomst nog worden geverifieerd. Inmiddels zijn er 108 kinderen opgespoord.

Niet dat Videla dood is, maar dat hij in gevangenschap overleed, wordt ervaren als een belangrijke overwinning. „Het is een mijlpaal, het recht heeft het gewonnen van de straffeloosheid die zoveel jaren in Argentinië heerste,” zegt Alejandra Slutzky, refererend aan amnestiewetten die daders jarenlang vrijuit deed gaan, telefonisch vanuit Buenos Aires. Slutzky’s vader verdween onder het regime van Videla. Ze woonde in Nederland en was betrokken bij de aangifte tegen Jorge Zorreguieta, de vader van Máxima.

De erfenis van Videla is een trauma dat nog duidelijk voelbaar is in Argentinië, getuige de moeders, nog altijd iedere donderdag present op het Plaza de Mayo. Een gebroken protest weliswaar, van twee groepen moeders die op tien meter afstand van elkaar hun ronde maken. Maar het is bovenal een effectief burgerverzet dat veel tot stand bracht: militairen werden berecht, kinderen werden teruggevonden. De vrouwen worden wereldwijd beschouwd als helden.

„Wij sterven langzaam uit, maar onze strijd blijft bestaan,” zegt Mirta Baravalle, een foto van haar dochter omklemmend. „Ana Maria zie ik niet meer terug, maar mijn kleinkind hoop ik nog iedere dag te vinden.”